Aju paraplu

Tags

, , , ,

Collectanten die bij ons oude huis aanbelden, vormden een ware attractie voor onze kinderen. Het was altijd vechten wie het geld in de collectebus mocht laten glijden. Menig collectant sloeg graag dat uiterste puntje van de lange weg over. Elke moedige loper die toch ging, werd bij ons superenthousiast ontvangen. Ze kregen nog net geen kopje thee aangeboden.

Tegenwoordig is dat anders. Als nu de bel gaat hoor ik: ‘Mamaaa, het is weer een collectant.’ In onze straat komen collectanten heel erg graag. Wat ik trouwens niet erg vind, ik vind het prima als we wat geven voor een goed doel. Anders vind ik dat met mensen die voor mijn deur staan met een tablet. Nog voordat ik goed en wel open gedaan heb, rolt er een verkooppraatje uit de mond van iemand die daar op mijn stoepje staat. Het zijn ook niet alleen goede doelen, geregeld wordt me verteld dat overstappen naar een andere energieleverancier goedkoper is. Zo aan de deur via een tablet iets vastleggen, ik hou daar niet zo van.

Zo ging vorige week vrijdagavond ook de bel in huize Scheringa. Het regende buiten heel erg hard. Ik deed open terwijl ik relaxed mijn pyjama aan had. Dat bedacht ik me iets te laat en toen ik open deed stond er een jonge man met een tablet in zijn hand. Voor hij zijn verhaal kon beginnen, kapte ik hem al af. Zeer onaardig van me. Ik legde hem uit dat ik hier niet van hield aan de deur, bla bla bla en ondertussen regende het door en stond jonge man onder het afdakje van mijn deur lekker droog. Dat zei hij ook: ‘Ik kan hier mooi schuilen.’ ‘Je mag hier gerust even staan hoor’ zei ik.

IMG_9686 (4)‘Weet u waar hier in de buurt een winkel is waar ik een paraplu kan kopen?’ Zijn eigen verkooppraatje was hij allang vergeten of hij had wel door dat ik toch niet over te halen was. Wat ik kan begrijpen als ik vanuit zijn gezichtspunt mezelf zie staan. Dwars en defensief gehuld in mijn warme pyjama. Iets van mijn defensieve houding liet ik varen toen ik bedacht dat hij bij het uitlopen van de straat al drijfnat zou zijn. ‘Tja de winkel weet ik wel, maar dat is wel een eindje lopen!’

Ik zag hem balen. ‘Ik heb nog een paraplu liggen, die mag je wel lenen (met de nadruk op lenen).’ Daar maakte hij dankbaar gebruik van. ‘Leg hem maar terug bij de deur, of bij de vuilnisbak of zo, dan vind ik hem wel!’

‘Nou, die krijg je echt nooit terug’ was de reactie van iedereen die thuis was. Ik hield mezelf voor dat dat echt wel zou gebeuren. Iemand die mogelijk (want waar hij echt voor liep weet ik nog steeds niet) voor een goed doel loopt, zal toch ook wel braaf ons parapluutje terugbrengen. Helaas, dat bleek niet zo te zijn.

Dat irriteerde wel even. Iets meer dan even. Ik mopperde en mokte na.

20181031_194221Waar ging het nou helemaal om? Het ging maar om een paraplu, dat de meeste tijd ongebruikt en doelloos op een plankje ligt. Het is eigenlijk al bizar dat ik er een blog over schrijf.

Het ging ook niet om de paraplu. Ik baalde gewoon dat de rest gelijk kreeg. ‘Die zie je noooooit meer te-rug’ terwijl ik juist hoopte op het tegendeel. Te goed van vertrouwen geweest.

Maar ach…is dat erg? Word ik er echt veel minder van? Nee dat denk ik niet. Zo erg is het helemaal niet. Die jongen heeft mooi droog de tocht langs de deuren kunnen maken en ik koop zo een nieuwe paraplu. Zo moet je het maar relativeren.

Ik zal mijn kleingeld apart gaan houden. Voor al die collectanten die ik niet alleen iets geef om het goede doel, maar zeker ook voor alle moeite en tijd die ze erin steken. Door weer en wind.

En daarmee klaar. Aju paraplu.

Advertenties

Ik heb honger!

Tags

, , , , , , ,

‘Ik heb honger’ stond er op het bord dat de man om zijn nek had hangen. Hij hield zijn handen op. Mijn vriendin en ik, twee pubers in een melige bui op stap in Amsterdam, liepen hem voorbij, puntzak friet met mayo in de hand. We lazen de tekst en boden hem spontaan ons patatje aan. De man reageerde boos. Hij had dan wel honger, maar hij wilde geld, geen patatje mayo.

Gisteren op tv was er ook iemand die me aankeek. Anissa, een meisje van acht. Ze had geen bordje om haar nek, maar haar ogen zeiden genoeg. Meisje van acht. Ze hoort te spelen en naar school te gaan. Ze hoort te dansen en te kletsen met vriendinnen. Ze hoort gewoon kind te zijn. Dat is ze niet. Meisje van acht, vel over been.

Heb je het gezien?

hongerIk keek naar het journaal. Marin zat in de stoel, als mijn meisje van negen. Meisje dat voetbalt en op pianoles zit. Dat de luxe heeft van drie maaltijden op een dag en zoveel nog tussendoor. Dat lacht en zingt, dartelt en speelt. Meisje van negen in de stoel en ze keek mee.

Anissa stond alleen maar toe te kijken, haar ogen starend naar de camera. Neergezet om de wereld wakker te schudden voor het immense leed dat er in Jemen is. Dunne benen, ribben die uitsteken. Meisje van acht in een land verscheurd door oorlog en lijdend aan honger. Door haar moeder is ze naar het ziekenhuis gebracht. Laatste strohalm, een moeder in nood. Wat ging er door haar heen? Wist ze dat dit mogelijk en zeer waarschijnlijk het afscheid van haar dochter zou zijn?

Het raakte me.

Dat ogen je zo kunnen aankijken en zo kunnen schreeuwen om hulp. Dat je ineens wakker wordt geschud en hoort voor hoeveel inwoners de hongersnood bedreigend is. 14 miljoen…dat kan ik niet bevatten. Dat is zo onnoemlijk veel. Daar zit ik dan op de bank, kop koffie voor me.

Wat kan ik doen?

Als mens ben je maar een klein schakeltje in een groter geheel. Mensenhanden zijn te klein om de grote problemen op te lossen. Op afstand sta je daar, maar door de beelden van tv komen de problemen van ver weg ineens heel dichtbij. Meisje van acht, Anissa, ze dwingt ons wel te kijken en je hoofd niet weg te draaien.

Kan je wat doen?

Ja natuurlijk kunnen we wat doen. Er zijn organisaties die hulp bieden. Denk aan: UNCHR Oxfam NovibZOANederlandse Rode Kruis en het zullen er meer zijn. Het is de kunst om niet weg te kijken en niet te denken dat het niet helpt. Elke hand die geeft, hoe klein ook, is een druppel. Vele druppels samen is een emmer vol en kan het verschil zijn tussen leven en sterven.

Hieronder staat een filmpje van RTL4 over Anissa. Als je het nog niet gezien hebt, kijk dan even. Ze heeft geen bordje met tekst nodig. Je ziet het zo ook wel dat ze je aankijkt en zegt: ‘Help me. Ik heb honger!’

 

 

 

Gek op de zorg!

Tags

, , , , ,

Je moet wel gek zijn om in de zorg te willen werken. Het is hard werken. Je moet voortdurend extra werken, omdat er tekorten zijn. Je staat er alleen voor, je rent de benen uit je lijf en aan het einde van de maand is je salaris een schijntje vergeleken bij wat andere bedrijfstakken verdienen. De ORT (onregelmatigheidstoeslag) is niets meer vergeleken bij vroeger. Leuk die 4% salarisverhoging, maar het is maar minimaal. Minister Hugo de Jonge moet maar eens een dagje meewerken, maar eens ervaren hoe het er echt aan toegaat. Dan….

…ja wat dan?

Ik ben het gemopper een beetje zat. Ik lees het op Facebook op een forum, als reactie op positieve berichten uit Den Haag, over extra geld, een salarisverhoging. Iedereen heeft commentaar, niemand zegt: ‘dank u wel!’

Ik weet niet of het voldoende is, ik denk dat de tekorten in de zorg ook echt een probleem zijn en ook serieus aangepakt moeten worden. Dat los je niet alleen op met salarisverhoging. Ja, het is hard werken en ook zwaar en je hebt niet altijd voldoende tijd om de zorg te geven die je eigenlijk wel zou willen geven. Maar maken we het werken in de zorg zelf niet onaantrekkelijk door zo te mopperen en te klagen? Je zal wel gek zijn om nog voor de zorg te kiezen, als je al die frustraties leest.

Mijn vak is een mooi vak. Ik mag met mijn hart en mijn handen zorgen voor mensen die heel kwetsbaar zijn. Ik mag met mijn verstand nadenken over hoe we processen beter kunnen laten verlopen, ik mag nadenken over kwaliteit van zorg. Ik mag rust geven aan verwarde bewoners, ik mag de structuur geven als ze dat zelf niet meer kunnen. Ik mag nabijheid bieden door mijn hand op de hand van de ander te leggen, een aai over de wang: ‘Je hoeft niet bang te zijn, ik ben er!’ Ik mag dat laatste stukje zorg bieden als het sterven heel dichtbij komt.

20181010_122324Mijn vak is mooi en ik ben er trots op dat ik werk in de zorg!

Ik weet niet of mijn salaris en dat van al die collega’s van mij in verhouding staat met wat we daadwerkelijk doen. Ik vermoed van niet, maar ik heb me in al die jaren dat ik werkzaam ben in de zorg er nooit mee bezig gehouden of dat niet wat meer moet zijn. Ik denk misschien wel te vaak: ‘Lekker belangrijk.’ Misschien ben ik wel te makkelijk daarin en zou ik meer van die vechtlust moeten bezitten. De barricades op!!!

Ik ben het gemopper zat en stiekem denk ik wel eens: ‘Ga dan lekker wat anders doen als het alleen maar kommer en kwel is.’

Dat is niet eerlijk van me. Ook tussen de regels van het geklaag en gemopper en de verwijten in, lees ik de woorden van mensen die hart hebben voor de zorg. Die niets liever willen dan tijd en ruimte en aandacht geven aan hun bewoners en cliënten. Die hard rennen en extra diensten draaien om de zorg maar door te laten gaan. Daar wil je ook waardering voor. Soms in salaris, maar misschien wel meer door meer hulp op de afdeling en soms is het gewoon fijn en belangrijk om te horen dat je werk wordt gewaardeerd.

20181010_121737

Gisteravond zat ik aan tafel en was met een medebewoonster aan het boontjes doppen. Ze vertelde dat ze morgen naar huis ging. Ik vroeg door en ze vertelde me over thuis, flarden uit het verleden. Ze dopte niet zo snel, het ging in haar eigen tempo. ‘Het is wel een werkje’ zei ze ‘maar als we het samen doen is het wel heel gezellig.’Gezellig was het zeker. Als ik het alleen had gedaan was het echt sneller gegaan, maar ik nam de tijd. Dat is een beetje ‘mijn barricade’ opgaan. Laat je niet gek maken, wees creatief, neem ook gewoon eens de tijd!

Terwijl ze na afloop haar handen waste zei ze: ‘Ja, ik ga dan wel morgen naar huis, maar ik zal het hier ontzettend missen, ik heb het hier altijd zo goed gehad.’ Dat zijn de momenten, summier en klein, maar al die momenten bij elkaar maken het werk waardevol.

Vliegen, draven, zuchten, tot tien tellen, Zo gaat het vaak in de zorg, ik weet het. Maar kom op…zullen we nog wel trots blijven en zijn op ons vak?

 

‘Geef me de tijd…’

Tags

, , ,

‘Geef me de tijd om wat in het wc-boekje te schrijven’ lees ik op een van de deurhangers van het toilet. Het toilet boven, dat geen slot heeft. Als tijdelijke oplossing hebben we deurhangers gehaald, zodat de gene op het toilet zich een beetje veilig waant en gerust de tijd kan nemen. Tijd om eventueel iets in het wc-boekje te schrijven. Dat ligt daar om alles op te schrijven wat je maar wil. Het vormt inmiddels een boekwerkje met hilarische teksten, anekdotes en grappige herinneringen.

20181002_192215.jpg‘Geef me de tijd…’ het is een zin dat geregeld door mijn hoofd gaat. Het is een roep dat ik herken bij anderen in zoveel verschillende situaties en omstandigheden.

‘Geef me de tijd om te dromen, te leven, te zingen, te schrijven. Geef me de tijd om te groeien, te werken, te wonen, de tijd om te genieten. Geef me de tijd om kind te kunnen zijn, volop. Geef me de tijd als mijn wereld kleiner wordt, als ik ouder word en het niet gaat zoals voorheen. Geduld, alsjeblieft geef me wat tijd. 

Geef me de tijd om vast te houden. Geef me de tijd om los te laten. Geef me de tijd om hoop te houden, vertrouwen, hoe wankel dat ook gaat. Geef me de tijd om te vallen, te vechten en weer op te staan. Geef me de tijd om te zoeken en te vinden. Geef me de tijd om lief te hebben en om geliefd te zijn. 

Geef me de tijd om te praten, laat me uitspreken in ons gesprek. Geef me de tijd om te luisteren, mag de stilte er zijn? Geef me de tijd om boos te zijn, te schreeuwen en te stampen. Geef me de tijd om te vergeten, te vergeven, als dat al kan. 

Geef me de tijd om te roepen, te danken en te bidden. Geef me de tijd als ik dat alles niet kan. Geef me de tijd om te zoeken, te lijden en ook om te rouwen. Zeg niet dat het nu wel klaar moet zijn. Laat me huilen en klagen, geef me de tijd. Geef me de tijd om hulp te vragen. Geef me de tijd om jou te begrijpen en een schouder te zijn. 

Geef me de tijd om te sterven, ook dat.’

20181002_192154.jpg‘Geef me de tijd….’ kinderhandschrift, ik vermoed dat het van Marin is. Geef ik haar de tijd? Waar is mijn geduld soms als het allemaal niet zo vlug gaat als ik wil? ‘Geef me de tijd…’ een stille roep om even tot tien te tellen, om jezelf te mogen zijn en vooral om even op adem te komen. Waar dat ook mag zijn en bij wie.

‘Geef me de tijd…’ ik mijmerde over deze zin terwijl ik de tijd nam en kreeg op het toilet. Een toilet zonder slot en zelfs een haakje ontbreekt. We zijn er hier met z’n allen inmiddels wel aan gewend. Het slot komt er echt wel een keer.

Geef ons de tijd!

 

‘Ga genieten!’

Tags

, , ,

Tijdens de begrafenis van mijn oom hield een verpleegkundige van de zorginstelling waar mijn oom jaren had gewoond een toespraak. Hij vertelde o.a. dat mijn oom kon genieten van de natuur. Het liefst haalde hij boomstammen, mos en zand zijn kamer in om de sfeer van de Veluwe, waar hij veel van hield, te kunnen beleven in zijn eigen omgeving. Dat kan niet in een zorginstelling en dus moest alles weer worden opgeruimd.

bloem in dop

Op een dag kwam de verpleegkundige bij hem langs. Mijn oom toonde hem een dopje van een shampoofles waar een bloemetje in gestoken was. Op zijn eigen manier zorgde hij er wel voor dat er iets te genieten was, in het verder toch wel moeilijke leven dat hij had. De verpleegkundige vertelde dat hij en mijn oom altijd afscheid namen met de woorden: ‘Ga genieten!’ In de loop van de tijd was dat afgekort met ‘G.G’. Mijn oom antwoordde standaard en met opgeheven vinger met: ‘Zekerrr!’

Als je dat in een dienst hoort over iemand, dan raakt dat. Genieten van een klein bloemetje, terwijl je eigenlijk de gehele Veluwe om je heen wil hebben. Genieten van kleine dingen en momenten, terwijl het leven zwaar is. ‘Ga genieten!’ en dat deed hij.

‘Ga genieten’ het is een mooie aanmoediging, maar je kan het niet zomaar roepen. Het is misplaatst om te zeggen in veel situaties. Als mensen rouwen, ziek zijn, depressief…in zoveel verdrietige situaties kan je dat niet zo zeggen. ‘Ga genieten’ is voor veel mensen een opgave, soms meer dan buitenstaanders begrijpen en soms lukt het gewoon niet om de lichtpuntjes te ontdekken, is het gemis te groot.

gg zekerToch wil ik het delen. Ik vind het bijzonder als je in het kwetsbare en gebroken leven van alledag, dwars door gemis en pijn heen, geraakt kan worden door een bloemetje in een dopje van een shampoofles. Als je gebukt gaat onder de last van het leven en toch hardop kan zeggen: ‘Ga genieten!’

‘Ga genieten’ is de aansporing aan jezelf en op sommige momenten ook de aanmoediging voor de ander. Het is de glinstering, die je plotseling kan ervaren, zelfs door vele tranen heen. Het is dat diepe gevoel van besef van wat echt waardevol is.

Nu is ons genieten nog onvolmaakt, maar straks bij God niet. Bij God is alles goed. Dat is nu nog een stipje aan de horizon, maar het is wel de troost waar ook mijn oom zich aan optrok.

‘Ga genieten’ wordt ‘genieten’. Zeker weten!

Rust

Tags

, , ,

Tijdens onze vakantie lazen we aan tafel uit het Bijbelboek Rechters. Een boek dat veel vertelt over het geduld van God en Zijn zorg. Na het verhaal over Debora was Gideon aan de beurt. Het zijn voor mij bekende verhalen. Ergens weet je al een beetje wat er komt en toch…toch werd ik geraakt door een zin.

Gideon zien we aan we het werk. Om te voorkomen dat de bezetter, de Midjanieten, het graan zien, stampt hij de tarwe fijn in de wijnpers. Ineens wordt Gideon aangesproken door een engel. ‘De Heer is met je’ zo begint de engel te spreken. Gideon reageert meteen: ‘Als je Heer ons dan bijstaat waarom overkomt ons dit dan allemaal?. Waar blijft Hij dan met zijn wonderbaarlijke daden waarover onze voorouders hebben verteld?….’ Zoveel jaren gaat het volk al gebukt onder de macht van een ander volk. Ze kennen zoveel moeiten, het is zo zwaar, hoezo is de Heer er?

IMG_9273

In plaats van de engel spreekt de Heer dan tot Gideon. ‘Toon je moed en bevrijd Israel”. Zo verloopt het verhaal over Gideon ook.

Ik vond het zo herkenbaar. Dat je geraakt kan worden door de verhalen van anderen. Hoe ze ondanks moeiten en zorgen, de zorg van God hebben ervaren. Dat je anderen hoort vertellen over hun geloof in God en hoe ze daar kracht uit halen, maar dat je daar zelf zo weinig van kan merken. Dat het lijkt alsof je gebed de wanden van de hemel wel raken, maar niet binnendringen en terecht komen bij Hem. Dat is een machteloos gevoel. ‘Waar is God dan?’

Ik heb mijn vragen ook wel gehad en dat gevoel herken ik van Gideon. ‘Mooie verhalen van anderen, maar waar is Hij dan voor mij?’

IMG_9274

God zet Gideon in voor Zijn bevrijdingsplan met Zijn volk. ‘Je hoeft niet bang te zijn’ zegt Hij tegen Gideon ‘je zult niet sterven.’ Dan maakt Gideon een altaar voor God en hij noemt die plek: ‘de Here geeft rust’.

Dat raakte me. Die zin in een voor mij overbekend verhaal. De Heer geeft rust. Dat staat er voordat de echte strijd losbarst en het leventje van Gideon ineens niet meer over tarwe en de dagelijkse beslommeringen gaat, maar over gevechten en strijd. Uiteindelijk volgt dan wel de bevrijding en de rust voor het volk Israël, maar daar gaat wel wat aan vooraf.

Gelukkig hoeven wij niet te strijden zoals Gideon, maar in je eigen leven kan er ook veel verdriet en zorgen zijn. Ziekte, het sterven van iemand waar je veel van houdt, zorgen om je kinderen, om je ouders, er kan zoveel zijn waar je onder gebukt gaat. Waar je al stampend mee rond kan lopen: ‘waar is God nu?’

God is er altijd. Ik heb mijn vragen wel, ik begrijp het waarom niet en ik sta vaak ook machteloos toe te kijken bij het verdriet en de zorgen van anderen. Het maakt me moedeloos, soms ook heel boos. Het helpt om dat ook maar gewoon in gebed bij God neer te leggen. Al hoor je de stem van God niet, al merk je Zijn aanwezigheid niet, dan toch maar blijven vertrouwen dat Hij bij je is.

Soms stamp ik nog wel eens, maar ik weet ook: ‘de Heer geeft rust’.

Apen en mensen

Tags

, , ,

‘Hup opstaan, we gaan zo weg’ zeg ik op een mooie warme dag. De kinderen hebben al vakantie, op mijn vrije dag besluit ik om met ze op stap te gaan. ‘Gewoon even gek doen’ noem ik dat. Spontaan iets doen wat niemand verwacht. Ik hou er van.

We gingen met de trein naar de Apenheul. Snikheet, maar we besloten dat we daar niet over gingen klagen. Dat was ook niet nodig. Apen kijken is leuk. Zeker als ze los rondlopen. Marin, onze dierenvriend, haar ogen straalden bij zoveel mooie dieren om haar heen. Iris genoot ook, maar was toch wat onzeker als de apen te dichtbij kwamen.

IMG_9129Tot bijna sluitingstijd hebben we ons daar prima vermaakt. Dat kwam vooral omdat we aan het eind nog een hele lange tijd bij de doodshoofdaapjes hebben gezeten. De kinderen wilden graag dat er een aap op hun schouder kwam zitten.

‘Toe maar hoor, alle tijd’ zei ik vanaf mijn plekje waar ik zat. Zittend op een muurtje kon ik al die mooie aapjes zien, ondertussen mijn voeten rust gunnend en vooral kijkend naar al die mensen. Grappig hoe grote mensen zich ineens gaan gedragen. Hoe ze voordringen en geluiden produceren om de aap te verleiden bij hen te komen. Als ze de uitverkoren persoon zijn waar de aap even op wil plaatsnemen, moet er meteen een foto gemaakt worden. Een kind met een aap op de arm wordt door moeder in positie gebracht zodat ze het perfecte plaatje kan schieten. Een meisje zet het verschrikt op een brullen als een aap in haar buggy klimt.

IMG_9170Zo heb ik een tijdje op die muur gezeten. Ik had plezier om de aapjes, maar ook in al die mensen om me heen. Om het verliefde stelletje dat zo onopvallend mogelijk rondliep, steeds maar weer kwamen ze voorbij. Steeds azend op een aapje, dat helaas niet dichterbij kwam. Iris zat gezellig naast me. We keken naar Marin die maar bleef proberen, naar Aron die zijn arm moedig uitstrekte, naar Zahra die gewoon rustig en beheerst haar gang ging.

Ineens sprong er uit het niets een aapje voorbij en kwam rustig op mijn schoot zitten. twee zwarte pootjes op mijn witte broek. In een reflex aai ik zijn rug. Wat wil je ook als er ineens een levend knuffeldier zo vertederend dichtbij je is. Terwijl ik zijn zachte vacht aai, roept Zahra uit: ‘Je mag ze niet aaien!’ Verschrikt trek ik mijn hand terug. Blijkbaar is het tafereel grappig, de omstanders moeten lachen. Nu lachen ze om ons.

IMG_9169Het aapje sprong weer verder en belandde op Iris’ schoot. Hoewel ze het eng vond, bleef ze rustig zitten. Het was toch wel leuk en lief en lang niet zo eng als ze had gedacht. Al die mensen, inclusief Marin en Aron, hadden zo hun best gedaan en terwijl wij zeer lui en loom op een muurtje zaten, sprong het zomaar op onze schoot.

Gewoon spontaan. Ik hou er van.

Biddende oma

Tags

Mijn oma schreef dagboeken vol. Daar had ik veel bewondering voor. Ik had altijd wel het voornemen om dagelijks iets te schrijven, maar dat hield ik niet echt vol. Mijn oma wel! Kasten vol met dagboeken. Niet alleen voor haarzelf. Toen mijn oma overleed kreeg elk kleinkind ook een boekje met wat aantekeningen. Het is maar een klein boekje en het zijn maar een aantal aantekeningen over een aantal jaren. Wel heel persoonlijk en bijzonder.

Bijzonder omdat ze vooral schreef in een periode waarin er heel veel gebeurde in mijn leven en in het gezin waarin ik opgroeide. Als ik er wel eens doorblader, hoor ik in gedachten mijn oma praten, ik ruik haar eau de cologne en voel haar altijd zachte wangen. Ik lees vooral dat ze heel erg betrokken was bij ons leven en dat wat wij meemaakten.

Ze schrijft dat ze aan me denkt als ik op weg ga naar mijn eerste stage in het verpleeghuis, ze schrijft over de kennismaking met Arnold, over onze trouwdag, over hoe trots ze is dat ik in de zorg werk. Maar dat kleine boekwerkje is vooral een afspiegeling van een groot vertrouwen in God en een meeleven in vooral de moeilijke situaties die wij meemaakten. Een boekje vol meeleven, maar vooral van gebed.

Zinnen in sierlijk handschrift vertellen me dat we alle moeiten in Gods Vaderhanden mogen leggen, dat God er is ook als het moeilijk is in je leven en ze drukt me op het hart dat ik altijd op God blijf vertrouwen. Hij geeft steun en kracht.

Één zin treft me altijd. Ze schrijft: ‘Ook dank ik, dat ik nog mag leven om veel voor jullie allemaal te bidden’. Ik zie mijn oma daar zitten in de flat. Zittend in haar rolstoel in de woonkamer bij opa, of draadjesvlees bradend in de keuken. Terwijl de klok tikt en opa op teletekst het nieuws volgt of zich verdiept in de stamboom, gaat zij het rijtje kinderen en kleinkinderen langs en ze bidt voor hen.

Ik hoop dat ik zo’n moeder mag zijn. Wie weet ook later als oma of als hele oude oma. Als de invulling van de dagen anders wordt, misschien wel eenzamer en stiller (al kan ik me daar weinig bij voorstellen). Dat je dan niet klagend achter de geraniums kruipt en de dagen aftelt, maar dat je God kunt danken. Dankend, omdat je nog mag leven, zodat je veel voor de ander kan bidden.

Op de laatste bladzijde schrijft ze dat ze ziek is en niet in staat is om ons gezellig te  schrijven. Ze sluit af met: ‘Jullie liefhebbende biddende oma…’

Wat ben ik dankbaar dat ik zo’n lieve en biddende oma had.

Bladerend door dat boekje denk ik wel: ‘Heb ik haar dat wel genoeg gezegd?’

Vlieg, geduld en liefde

Met de krant stevig opgerold tussen haar handen, ging Marin de vliegen in huis te lijf. Ik vond ze nogal irritant. Ze vlogen steeds voor mijn laptop en soms landde er een vlieg brutaal op mijn arm. Dat kriebelde.

Marin ging op jacht.

‘Nou ben je zo’n grote dierenvriend en maak je vliegen dood’ zei ik plagend. ‘Ik sla ze niet dood’ reageerde Marin adrem ‘Ik sla ze zachtjes en dan breng ik ze naar buiten.’ Inderdaad gaf ze een zacht tikje op de vlieg en bracht vervolgens de lamgeslagen vlieg, rustend op de krant, naar buiten. ‘Ik kan alleen niet voorkomen dat ze mogelijk een gebroken been hebben’ en ze haalde er luchtig haar schouders bij omhoog.

Het klonk natuurlijk wel heel lief. Vanuit je liefde voor dieren een vlieg niet dood slaan, maar zachtjes een tik geven en dan, desnoods met een schedelbasisfractuur, weer levend de natuur in sturen. Heel anders dan de manier waarop ik een kort moment daarvoor een vlieg doodmepte op het aanrecht. Dat ging met zo’n klap dat er zelfs een bloedvlek zichtbaar was. Iris gruwde en vloog de keuken uit en ik keek verbaasd naar het rode vlekje dat uit zo’n kleine vlieg kon komen.

Voor Marins gevoel was een gebroken been toch beter voor deze vlieg. Terwijl het maar de vraag was of deze vlieg niet een langzame dood tegemoet ging door de lichte tik op zijn kwetsbare lijfje, liggend in het gras onder de tropische zon van vandaag. Zijn lijden was minder geweest door een ferme tik zoals ik die vanuit mijn irritatie voor de vlieg zou hebben uitgedeeld.

Beiden was lijden, bedacht ik me.

De vlieg had het minst geleden als we hem geduldig de kant op hadden gedreven van de geopende tuindeuren. Een heuse uitdaging, want een hyperactieve vlieg vliegt alle kanten op. Het vergt dus wel wat geduld en heel veel uithoudingsvermogen en tijd. Uithoudingsvermogen kan ik nog wel opbrengen, bij geduld en tijd haak ik waarschijnlijk af. Het zou erop neerkomen dat ik de vlieg, in heel zijn wezentje, dan maar moet tolereren.

Zucht. Een blog over de vlieg. Komt het door de hitte?

Ik broed op een blog over 1 Korintiërs 13:4-7. Een mooie tekst over liefde. Liefde kwetst de ander niet, is niet jaloers en heeft eindeloos geduld. Hoe mooi de tekst ook is, het is lastig om dat ook echt waar te maken in je leven. Voor je het weet vallen er woorden die kwetsen, zijn er krassen op het hart en negeer je elkaar. Mensen kunnen elkaar bewust en ook onbedoeld zoveel pijn doen. Hoe ver reikt naastenliefde?

Ik kwam er niet uit.

Toen vloog er een vliegje voorbij.

Speciaal voor jou

Deze is speciaal voor jou. Voor jou die zo dapper door wil zetten, maar geen toekomst voor je ziet. Als je overweldigd wordt door verdriet en het gemis dagelijks voelbaar is. Hartverscheurend, daar kan ik niet bij. Daarom is deze speciaal voor jou.

Ik lees het in de zinnen en ik lees het in je ogen. Mijn 1001 vragen zijn maar een klein gebed vergeleken met jouw schreeuw naar boven. Ik weet gewoon niet meer wat ik moet zeggen, laat staan dat ik de antwoorden heb. Die heb ik niet.

blog 4

Om mij heen zie ik zovelen, echt je bent niet alleen die zoekt en vraagt en huilt. Tranen die zo doelloos lijken te stromen, maar ik weet wel beter. Tranen zijn de afspiegeling van de scherven die zo diep te voelen zijn, maar wie ziet ze echt?

Huil maar, roep maar, schreeuw maar.

Als de weg vooruit je bang maakt en elke bocht je aan het twijfelen brengt. Als je steeds weer struikelt en valt, als het zo ontzettend donker is en lijkt te blijven. Als jij je eenzaam voelt en minderwaardig, als je eigenlijk stil wil staan en niet meer durft. Als het pijnlijk is om te lopen, als je geen steun voelt, als het niet meer hoeft. Dan is deze speciaal voor jou.

Voor jou… zelfs als je God niet ziet, of Hem niet kent. Of je kent Hem, maar je vertrouwen brokkelt af. Ik kan je de rust niet geven, ik wil je wel troosten en ik geef je mijn gebed. Mijn gebed naar boven, met mijn vragen of Hij jou de moed mag geven en de kracht om door te gaan.

Ik bid je toe dat je hoop mag houden. Dat je verder durft te kijken, echt er is een horizon, zelfs meer dan dat….speciaal voor jou!

Bovenstaand lied raakt me altijd. Het is een bijzonder lied voor me. Ik heb heel vaak gezocht naar de weg die God bedoeld had voor mij en ik heb het heel vaak niet begrepen. Ik heb ook geleerd dat ik mijn vragen mag stellen en niet altijd de antwoorden krijg. Ik weet wel, ik heb daarop leren vertrouwen, dat hoe mijn leven ook verloopt, God altijd bij me is. Zelfs als het heel donker is.

Dit deel ik, omdat het heel speciaal voor mij is