Biddende oma

Tags

Mijn oma schreef dagboeken vol. Daar had ik veel bewondering voor. Ik had altijd wel het voornemen om dagelijks iets te schrijven, maar dat hield ik niet echt vol. Mijn oma wel! Kasten vol met dagboeken. Niet alleen voor haarzelf. Toen mijn oma overleed kreeg elk kleinkind ook een boekje met wat aantekeningen. Het is maar een klein boekje en het zijn maar een aantal aantekeningen over een aantal jaren. Wel heel persoonlijk en bijzonder.

Bijzonder omdat ze vooral schreef in een periode waarin er heel veel gebeurde in mijn leven en in het gezin waarin ik opgroeide. Als ik er wel eens doorblader, hoor ik in gedachten mijn oma praten, ik ruik haar eau de cologne en voel haar altijd zachte wangen. Ik lees vooral dat ze heel erg betrokken was bij ons leven en dat wat wij meemaakten.

Ze schrijft dat ze aan me denkt als ik op weg ga naar mijn eerste stage in het verpleeghuis, ze schrijft over de kennismaking met Arnold, over onze trouwdag, over hoe trots ze is dat ik in de zorg werk. Maar dat kleine boekwerkje is vooral een afspiegeling van een groot vertrouwen in God en een meeleven in vooral de moeilijke situaties die wij meemaakten. Een boekje vol meeleven, maar vooral van gebed.

Zinnen in sierlijk handschrift vertellen me dat we alle moeiten in Gods Vaderhanden mogen leggen, dat God er is ook als het moeilijk is in je leven en ze drukt me op het hart dat ik altijd op God blijf vertrouwen. Hij geeft steun en kracht.

Één zin treft me altijd. Ze schrijft: ‘Ook dank ik, dat ik nog mag leven om veel voor jullie allemaal te bidden’. Ik zie mijn oma daar zitten in de flat. Zittend in haar rolstoel in de woonkamer bij opa, of draadjesvlees bradend in de keuken. Terwijl de klok tikt en opa op teletekst het nieuws volgt of zich verdiept in de stamboom, gaat zij het rijtje kinderen en kleinkinderen langs en ze bidt voor hen.

Ik hoop dat ik zo’n moeder mag zijn. Wie weet ook later als oma of als hele oude oma. Als de invulling van de dagen anders wordt, misschien wel eenzamer en stiller (al kan ik me daar weinig bij voorstellen). Dat je dan niet klagend achter de geraniums kruipt en de dagen aftelt, maar dat je God kunt danken. Dankend, omdat je nog mag leven, zodat je veel voor de ander kan bidden.

Op de laatste bladzijde schrijft ze dat ze ziek is en niet in staat is om ons gezellig te  schrijven. Ze sluit af met: ‘Jullie liefhebbende biddende oma…’

Wat ben ik dankbaar dat ik zo’n lieve en biddende oma had.

Bladerend door dat boekje denk ik wel: ‘Heb ik haar dat wel genoeg gezegd?’

Advertenties

Vlieg, geduld en liefde

Met de krant stevig opgerold tussen haar handen, ging Marin de vliegen in huis te lijf. Ik vond ze nogal irritant. Ze vlogen steeds voor mijn laptop en soms landde er een vlieg brutaal op mijn arm. Dat kriebelde.

Marin ging op jacht.

‘Nou ben je zo’n grote dierenvriend en maak je vliegen dood’ zei ik plagend. ‘Ik sla ze niet dood’ reageerde Marin adrem ‘Ik sla ze zachtjes en dan breng ik ze naar buiten.’ Inderdaad gaf ze een zacht tikje op de vlieg en bracht vervolgens de lamgeslagen vlieg, rustend op de krant, naar buiten. ‘Ik kan alleen niet voorkomen dat ze mogelijk een gebroken been hebben’ en ze haalde er luchtig haar schouders bij omhoog.

Het klonk natuurlijk wel heel lief. Vanuit je liefde voor dieren een vlieg niet dood slaan, maar zachtjes een tik geven en dan, desnoods met een schedelbasisfractuur, weer levend de natuur in sturen. Heel anders dan de manier waarop ik een kort moment daarvoor een vlieg doodmepte op het aanrecht. Dat ging met zo’n klap dat er zelfs een bloedvlek zichtbaar was. Iris gruwde en vloog de keuken uit en ik keek verbaasd naar het rode vlekje dat uit zo’n kleine vlieg kon komen.

Voor Marins gevoel was een gebroken been toch beter voor deze vlieg. Terwijl het maar de vraag was of deze vlieg niet een langzame dood tegemoet ging door de lichte tik op zijn kwetsbare lijfje, liggend in het gras onder de tropische zon van vandaag. Zijn lijden was minder geweest door een ferme tik zoals ik die vanuit mijn irritatie voor de vlieg zou hebben uitgedeeld.

Beiden was lijden, bedacht ik me.

De vlieg had het minst geleden als we hem geduldig de kant op hadden gedreven van de geopende tuindeuren. Een heuse uitdaging, want een hyperactieve vlieg vliegt alle kanten op. Het vergt dus wel wat geduld en heel veel uithoudingsvermogen en tijd. Uithoudingsvermogen kan ik nog wel opbrengen, bij geduld en tijd haak ik waarschijnlijk af. Het zou erop neerkomen dat ik de vlieg, in heel zijn wezentje, dan maar moet tolereren.

Zucht. Een blog over de vlieg. Komt het door de hitte?

Ik broed op een blog over 1 Korintiërs 13:4-7. Een mooie tekst over liefde. Liefde kwetst de ander niet, is niet jaloers en heeft eindeloos geduld. Hoe mooi de tekst ook is, het is lastig om dat ook echt waar te maken in je leven. Voor je het weet vallen er woorden die kwetsen, zijn er krassen op het hart en negeer je elkaar. Mensen kunnen elkaar bewust en ook onbedoeld zoveel pijn doen. Hoe ver reikt naastenliefde?

Ik kwam er niet uit.

Toen vloog er een vliegje voorbij.

Speciaal voor jou

Deze is speciaal voor jou. Voor jou die zo dapper door wil zetten, maar geen toekomst voor je ziet. Als je overweldigd wordt door verdriet en het gemis dagelijks voelbaar is. Hartverscheurend, daar kan ik niet bij. Daarom is deze speciaal voor jou.

Ik lees het in de zinnen en ik lees het in je ogen. Mijn 1001 vragen zijn maar een klein gebed vergeleken met jouw schreeuw naar boven. Ik weet gewoon niet meer wat ik moet zeggen, laat staan dat ik de antwoorden heb. Die heb ik niet.

blog 4

Om mij heen zie ik zovelen, echt je bent niet alleen die zoekt en vraagt en huilt. Tranen die zo doelloos lijken te stromen, maar ik weet wel beter. Tranen zijn de afspiegeling van de scherven die zo diep te voelen zijn, maar wie ziet ze echt?

Huil maar, roep maar, schreeuw maar.

Als de weg vooruit je bang maakt en elke bocht je aan het twijfelen brengt. Als je steeds weer struikelt en valt, als het zo ontzettend donker is en lijkt te blijven. Als jij je eenzaam voelt en minderwaardig, als je eigenlijk stil wil staan en niet meer durft. Als het pijnlijk is om te lopen, als je geen steun voelt, als het niet meer hoeft. Dan is deze speciaal voor jou.

Voor jou… zelfs als je God niet ziet, of Hem niet kent. Of je kent Hem, maar je vertrouwen brokkelt af. Ik kan je de rust niet geven, ik wil je wel troosten en ik geef je mijn gebed. Mijn gebed naar boven, met mijn vragen of Hij jou de moed mag geven en de kracht om door te gaan.

Ik bid je toe dat je hoop mag houden. Dat je verder durft te kijken, echt er is een horizon, zelfs meer dan dat….speciaal voor jou!

Bovenstaand lied raakt me altijd. Het is een bijzonder lied voor me. Ik heb heel vaak gezocht naar de weg die God bedoeld had voor mij en ik heb het heel vaak niet begrepen. Ik heb ook geleerd dat ik mijn vragen mag stellen en niet altijd de antwoorden krijg. Ik weet wel, ik heb daarop leren vertrouwen, dat hoe mijn leven ook verloopt, God altijd bij me is. Zelfs als het heel donker is.

Dit deel ik, omdat het heel speciaal voor mij is

 

 

Plek van heel dichtbij

Tags

, , , , ,

Elk blaadje aan de boom vertelt een klein verhaaltje. Het ritselt in de wind en fluistert mooie woorden, maar ik versta ze niet. Verstopt tussen het groen zit een hele kleine vogel, hij merkt amper dat ik hier zit. Soms komt hij brutaal het terras op, hipt voorbij het konijnenhok en fladdert dan weer snel weg. Verschuilt zich in het groen van de linde.

De wolken drijven loom voorbij. Witte suikerspinnen in de lucht. Elke wolk speelt een eigen spelletje, vervormt zich steeds weer en brengt nieuwe beelden tot leven. Zo dreef er net een ijsbeer voorbij, ik zag een meisje met een paardenstaart en voor heel even was daar een gitaar.

blog 2

Ze zon speelt een ander spelletje. Ze is warm en ze laat haar stralen volop zien. Soms duikt ze weg achter al die suikerspinnen, is de schaduw toch wat kil. Terwijl ik daar aan denk, is ze er weer. Volop licht en ik sluit mijn ogen. Ik hoor de blaadjes ritstelen, elk blaadje vertelt een ander verhaal, luister maar. Luister je wel?

Ik verveel je met mijn dromen. Wat je niet ziet en hoort, dat is er niet.

Ik zat even stil te dromen, in de stoel in de tuin. Net als vroeger op de schommel, met mijn voeten bijna onder de walnotenboom. Ik wist zeker dat de tuin me alles wilde zeggen en ik deelde mijn geheimen ook met haar. Ze liggen begraven tussen de bloesems van de prunus en ik heb ze verstopt onder de stenen, bij de pissebedden en de wormen. Sommige verhalen bewaar je het beste daar. Veilig opgeborgen en niemand raakt dat ooit nog aan.

blog 1

Als ik alleen ben in de stilte en de rust, de bladeren ritselen, dan ben ik weer even in de tuin. Het raakt niet aan wat is verborgen en ook niet wat is weggewaaid. Het raakt me in de rust en dat diepgewortelde vertrouwen. Het raakt me vooral omdat ik weer even dat meisje ben, meisje met haar dromen. Voor wie de tuin een paradijs is. Plek van heel dichtbij.

Ik hoor het in de bladeren…

 

 

 

Oudhollands vlechtwerk

Tags

, ,

‘Oudhollands vlechtwerk’ noemde ik vandaag de veters van Marin, toen ik voor de zoveelste keer de knoop uit haar veters moest halen. En wat voor een knoop! Daar was werkelijk inzicht en geduld voor nodig. Geduld had ik natuurlijk niet, we stonden op het punt om naar de pianoles te gaan.

Veters strikken is een vak apart. Althans wel voor onze kinderen. De ene was daar wat sneller mee dan de ander, maar traag waren ze er zeker mee. Vaak haalden we uit gemak maar schoenen met klittenband, dan was het ook geen gedoe. Pedagogisch waarschijnlijk niet juist, maar ach elke ouder laat wel eens een steekje (of meerdere) vallen.

image1

In die zin gaf ik het net zo snel op als Zahra. Toen ik haar op een bewuste morgen de vaardigheid van het strikken wilde aanleren, vlogen de schoenen uit pure frustratie door de kamer. Simpelweg omdat het haar niet meteen lukte. Voor de duidelijkheid: zij smeet ze door de kamer.

Onze kinderen waren laatbloeiers op het gebied van veters strikken. Ze hebben dan ook niet een strikdiploma in bezit. Toen ze eindelijk veters konden strikken, hadden ze groep 2 al ver achter zich gelaten. Het is heus wel goed gekomen. Inmiddels strikken ze hun veters, soms wat onbeholpen, maar strikken kunnen ze

Uiteindelijk pluk ik nu gewoon de vruchten van mijn eigen ongeduld. Van snel weg kunnen en dan maar zelf de veters strikken. Ik had Zahra natuurlijk die ochtend alle schoenen door de kamer moeten laten gooien en met eindeloos veel geduld de schoenen weer in een rijtje voor haar neer moeten zetten. Eindeloos voordoen en eindeloos moeten laten oefenen. Eindeloos de schoenen met gevaar voor eigen leven langs mijn hoofd moeten laten suizen. Eindeloos, eindeloos….

Dan was het vast en zeker sneller gelukt. Had ze in groep 1 haar strikdiploma aan de wand kunnen plakken. Als de veters dan niet goed waren gestrikt, had ik naar dat diploma kunnen wijzen: ‘kijk, je kunt het wel!’ Zo ging het echter niet. Mijn eigen strikdiploma heeft op die manier heel veel jaren aan de schrootjes van de keuken gehangen. Trots was ik er op, dat wel.

image2

Met gemopper haal ik de veters uit de knoop. Priegelwerkje, maar het lukt. ‘Als je ooit een boot aan een paal moet binden, vaart ie bij jou niet weg!’ zeg ik een beetje flauw. Rollende ogen, maar ook een lach op het gezicht van Marin. Uiteindelijk moet je er maar iets positiefs van maken, zelfs van een ‘oudhollands vlechtwerk’.

Knoop is er uit. Na de pianoles gaan we naar voetbal. Mag ik weer veters strikken. Goed strak. Ja, ze kan het echt wel, maar als ze we daaraan gaan beginnen, dan blijft ze naar me toe rennen. Dus ja, ik doe het toch maar even zelf.

Verborgen verleden

Tags

,

Daar zaten we dan in een omgeving dat volop het verleden uitstraalde. Een blauw schrift voor me, waar ik zo nu en dan aantekeningen in opschreef. Toen de enveloppe geopend werd en er een document uit de 16e eeuw gehaald werd, was het plaatje compleet. Het was alsof we in het programma ‘verborgen verleden’ waren gerold.

Ik ben opgegroeid in een gezin waar het uitpluizen van de stamboom toch wel een beetje een hobby is. Sinds een paar jaar hebben we in de lijn van mijn moeders kant daarin hele grote stappen terug in de tijd kunnen doen. Via via kwamen we erachter dat Judith van Twickelo een voormoeder van ons is. Laat kasteel Twickel nou liggen in een plaatsje bij Hengelo. Net als kasteel Weldam, waar voormoeder ook gewoond heeft.

img_0712

Gisteren mochten we neuzen in een stukje archief. Voor me zag ik oude handschriften, bijna onleesbaar. Een rood zegel waar zoveel jaren geleden iemand zijn zegel in had gedrukt. Ik heb me ingehouden om niet even aan het document te ruiken. Ik had de neiging, maar hield me in. Teer en kwetsbaar als het document uiteraard is.

Wat heb je er aan? Tja, het is eigenlijk net zoiets als het verzamelen van postzegels, sigarenbandjes of vingerhoedjes. Bij een stamboom ontrafelen is dat het wroeten in de geschiedenis, in antwoorden op vragen en het ontdekken van ontbrekende schakels. Het is vooral het verzamelen van verhalen.

We  gingen daarna naar kasteel Weldam. We liepen door de tuin. Zo vlak na Pasen, zo zeiden we tegen elkaar, voelde het alsof we in de hof aan het wandelen waren. Zo mooi en rustig was het daar. Onder de warme lentezon kwamen we ineens ook nog een heuse tuinman tegen. We raakten aan de praat, vertelden waarom we hier waren. Weer werden verhalen gedeeld.

Uitgepraat vroeg mijn moeder: ‘Kunnen we langs die weg naar de uitgang?’ De tuinman lachtte hard. ‘Ook al denkt u dat u van adel bent, voor de uitgang moet u echt die kant op!’ en hij wees naar de richting waar we ook vandaan kwamen. We stonden weer met beide voeten op de grond.

IMG_8845

Het is leuk om te weten waar je wortels liggen. Heel interessant vind ik het om de verhalen te ontdekken van de graven en baronessen, maar net zo goed van de koopmannen, de boeren en de ‘Opa met de pet’  die de omnibus reed. Het zijn soms hele  verhalen, soms maar een fragment of enkel een beschrijving van een karaktertrek waardoor een voorouder iets meer voor je gaat leven en een gezicht krijgt.

Uiteindelijk sta je hier zelf, in het hier en het nu. Maak je je eigen verhalen. Heden wordt verleden.

Welk verhaal geef jij door?

Koperpoets en bijenwas

Tags

, , , , , , ,

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ zei ze en ze lachte. We hadden oude gebruiksvoorwerpen op tafel liggen, ik poetste koper en de buffetkast was ingewreven met bijenwas. De bewoners op mijn groep genoten er zichtbaar van. De functie van diverse voorwerpen werd me fijntjes uitgelegd. Het petroleumstel, de oude naaimachine, de stoof en de koffiemolen. Het toverde een glimlach op de gezichten.

De bijenwas deed denken aan vroeger en de sterke geur van de koperpoets haalde herinneringen naar boven. ‘Nu denk ik aan mijn moeder, die deed dat ook. Dan moest ik helpen in de winkel. Want kijk, mijn vader had een manufacturenwinkel….’ Zo kwamen verhalen tot leven, flarden verleden door geur naar boven gehaald.

Dat doen geuren. Als ik boenwas ruik, ben ik ook terug in het grote huis waar ik ben opgegroeid. Als de tafels en kasten waren ingewreven, een doekje met bruine vlekken in een rood mandje. Ik ben op Ameland als ik rozenbottels ruik. Die groeiden volop langs de weg waar ons vakantiehuisje stond. Het weggetje waar ik leerde fietsen. Zeelucht, lavendelgeur, de geur van gemaaid gras, het roept beelden op. Een foto in mijn hoofd, een mooie gedachte en soms ook iets waar ik liever niet aan herinnerd word.

Geuren roepen beelden op en beelden vormen verhalen. In de zorg verspreiden we ook wel eens zo’n geurtje rond. Alsof het enkel werkdruk is, onnodig schrijfwerk, protocollen en lijstjes. Alsof we niet toekomen aan waar het in de zorg eigenlijk om draait. Dat stukje aandacht en zorg. Hard werken is het zeker en soms is het hectisch en wordt er veel van je gevraagd. Soms moet je ook het een en ander loslaten en het gewoon even anders doen.

Dus pakten wij vandaag de poetsspullen. ‘Dat heb ik jou nou nog nooit zien doen’ zei een bewoonster iets te bijdehand. Alsof ze doorhad dat ik gele rubberen handschoenen niet wekelijks draag en poetsen zeker niet mijn hobby is. Ze keek keurend hoe ik de boenwas over de kast wreef. Ik kreeg geen commentaar. We hadden een gezellig uurtje onder het genot van een kop koffie. Het geurtje op onze afdeling, was een geur vol nostalgie.

20180323_203728

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ ze zei het zo spontaan en blij. Dat geurtje van de zorg, die mooie momenten van aandacht en contact, is de geur die zoveel fijner ruikt dan al die geuren van gemopper en geklaag. De geur van een glimlach die ineens verschijnt, van rust en oogcontact is een geur dat ik prettig vind om op te snuiven.

Koperpoets en bijenwas. Onze afdeling rook er helemaal naar.

Mooi moment vandaag!

Ik bid voor je

Tags

, ,

‘Ik bid voor je.’ Ik zeg het aan anderen, ik schrijf het in een berichtje in de app of op een kaart. Dat is zeker geen loze boodschap, want ik bid dan ook voor je. Zelfs als je niets met God hebt, vouw ik ook voor jou mijn handen.

‘Ik bid voor je’ ik dacht het deze week heel vaak bij omstandigheden van mensen om mij heen. Bij verlies door sterven en bij ziekte en behandelingen die men ondergaat. Soms is het wel heel moeilijk om dat zinnetje te zeggen. Het klinkt zo hol en leeg als bij anderen de grond onder hun voeten wegzakt.

Deze week viel mijn oog op een bericht op Facebook van iemand die ik volg en nog ken van een vorige baan. Ineens verscheen dat bericht van het sterven van haar kind. Zomaar, plotseling, 18 jaar. Wat moet je dan zeggen? Dan valt alles stil.

In de stilte bad ik toch. Legde mijn vragen bij God neer. ‘Waarom Here God? Waarom?’ Ik vroeg ook om troost en kracht en moed om verder te kunnen. Hoe kan je dan nog verder? Mijn menselijke vragen legde ik bij God neer.

‘Ik bid voor je’ ik wil het niet zeggen omdat ik niets anders weet te zeggen. Ik wil het niet als sluitstuk gebruiken van een heftig verhaal dat aan mij wordt verteld. Dat dit dan maar de troost is die ik aan de ander mee wil geven, omdat ik hoe dan ook met lege handen sta als de ander zoveel verdriet heeft. Oneindig veel verdriet.

Vandaag is het Biddag. Dat leert me juist dat ik mijn zorgen en mijn vragen bij God mag neerleggen. Handen gevouwen en vragen om Zijn zegen over je leven, je gezin en je werk. Bidden is praten met God. Daarin mag je ook je twijfels en je boosheid uiten, je onmacht, je gebrek aan moed en je verdriet.

Soms kan je niet meer doen dan stil zijn, als de ander zo intens verdrietig is. Soms zijn er geen troostende woorden, is een arm om de schouder genoeg. Bidden is dan niet het sluitstuk en ook niet bedoeld als schrale troost. Bidden is voor mij dat ik het deel met God en dat ik daarin kan vragen of Hij wil troosten, kracht wil geven, moed en uitkomst.

‘Ik bid voor je’ ik hoor het mezelf soms zeggen en soms durf ik het ook niet. Ik weet niet altijd hoe dat valt. Bidden kan ook in de stilte, bidden kan je altijd en overal. Bidden kan je voor de ander, zelfs als hij of zij dat zelf niet kan.

‘Ik bid voor je’

Druk, druk, druk

Tags

, ,

Druk is het. Leuke drukte hoor. De afgelopen tijd stond en staat vooral in het teken van de komende gemeenteraadsverkiezingen. Campagne voeren, social media bijwerken, fractieoverleg. Dat gaat dan naast het gezinsleven en mijn werk. Met de ene hand een persbericht maken en met de andere roeren in de pan. Een presentatie maken voor een spreekbeurt en ondertussen de was vouwen en de verhalen aanhoren van een puberende dochter. Zo fiets ik de dagen door….en het geeft niet.

Het geeft niet als je ook maar gewoon even op adem kunt komen

img_0662

Gisteren na schooltijd ging ik met Marin naar de winkel. Een moment tussen een werkdag en de avondmaaltijd met daarna een overleg op school in. Nog ietwat duf van de nachtdiensten van het weekend ervoor, die ik niet helemaal had uitgeslapen omdat Aron mijn slaapkamer binnen stoof. ‘Oh lig je op bed?’ ‘Ja lieverd, ik had nachtdienst….’ ‘Ja maar, ik heb mijn teen gestoten en mijn nagel zit los’ ‘ Je wacht maar een uurtje’ zei ik wreed, omdat ik zo bruut uit mijn slaap was gehaald. Maar ja, ik sliep natuurlijk niet meer. Dus een uur laten zaten we samen bij de huisarts en werd een deel van die nagel verwijderd. Gaap.

Met die slaperige bui haalde ik Marin op van school en gingen we samen naar de winkel. ‘We gaan wat drinken op een terrasje’ zei ik. Verbazing alom. ‘Hoezo?’ zei Marin, die er wel zichtbaar zin in had. ‘Gewoon omdat de zon zo heerlijk schijnt’. Dus hebben we een uurtje niets gedaan. Zaten we samen op een terras en babbelden gezellig over van alles en nog wat.

IMG_8746

Stilstaan. Adem in, adem uit. Ogen dicht en de wind langs je wangen voelen, de lente in de lucht voelen en opsnuiven. Nieuwe energie, frisse neus. Dat kan tussen al die momenten door. Op de fiets richting school, naar de voetbal en de muziekschool. (Ja, zo’n middag wordt het vandaag.)

Ik haalde Marin vanmiddag op van school. Ze zat heerlijk achterop omdat het vanmorgen behoorlijk mistig was en ik twijfelde over de verlichting op haar fiets. Zingend meisje achterop met tussendoor opmerkingen als: ‘Kijk mam, krokussen! Oh mam, ik zie een vlinder!’ Zon aan de hemel, blauwe lucht.

Ik voelde me rijk. Ik voelde me blij. Druk? Jazeker, maar dat past wel bij mij. In allerlei opzichten. Zoveel redenen ook om dankbaar te zijn. Dat er naast een volle agenda, ook zoveel rust mag zijn. Ook de rust om te genieten van de grote en de kleine dingen om mij heen. Zolang je dat maar blijft ontdekken en de tijd voor neemt, ren je niet zo snel jezelf voorbij.

 

Beurtbalkje

Tags

, , , ,

‘Hoe noem je dat ding dat op de lopende band bij de kassa wordt neergelegd om de boodschappen van de één te scheiden van de ander?’ en hij keek de anderen aan tafel triomfantelijk aan. Hij herhaalde een vraag uit de inburgeringscursus. Wij haalden onze schouders op. ‘Stokje’ zei ik nog zeer suf. Toen niemand het bleek te weten, gaf hij het antwoord maar: ‘Beurtbalkje!’

Beurtbalkje! Bij een inburgeringsexamen willen we dus graag dat het beurtbalkje goed tussen de oren zit van de medelander die graag Nederlander wil worden. Het is toch enigszins lachwekkend. Niet dat een beurtbalkje onbelangrijk is. Integendeel. Het geeft alleen maar chaos als dat beurtbalkje niet netjes tussen de boodschappen wordt neergelegd. Voor je het weet betaal je mee aan een paprika dat net te dicht tegen jouw waspoeder aankroop. Zeker super nuttig, zo’n beurtbalkje.

Beurtbalkjes. Wie heeft toch bedacht dat dat woord goed ingeburgerd moet zijn? Dat moet dan bijna wel een gefrustreerd persoon zijn. Iemand die waarschijnlijk bij de rij van de kassa stond, een winkelkar steeds voelde drukken tegen zijn of haar achterwerk. Bij wie de voorganger het beurtbalkje niet achter haar boodschappen plaatste, omdat die dacht dat de volgende dat moest doen. Vervolgens plaatste gefrustreerd type het beurtbalkje dan maar zelf, terwijl die ondertussen alsmaar bozer werd op de bumperklever achter zich. Van die duwers die denken dat als je maar hard genoeg drukt de persoon voor je vanzelf wel verder naar voren schuift. Dat doe je uiteraard niet, eigenwijs als je bent. Dat dan ineens jouw prei wordt gepakt, omdat de caissière haar weekend doorneemt met haar collega tegenover haar en de prei gedachteloos oppakt.

Dan knapt er ineens wat. Ineens is het genoeg. Gefrustreerd type loopt rood aan. Geeft de kar achter zich een iets te hard zetje en roept bijna stampvoetend: ‘Dat is mijn prei! Hij ligt toch overduidelijk achter het beurtbalkje!!!!!’

Het moet wel zo zijn gegaan. Toen gefrustreerd type later bedaard was en achter het bureau kroop om het inburgeringsexamen samen te stellen, werd het beurtbalkje er aan toegevoegd. Het is belangrijk te weten dat Nederland een democratie is, dat in dit land zowel mannen als vrouwen werken, wat onze hoofdstad is, maar minstens zo belangrijk is het beurtbalkje. Tevreden leunde iets minder gefrustreerd type achterover in de stoel, glimlachend.

Zo mijmerde ik vandaag. Ik zal het woord nu nooit meer vergeten.

‘Maar ja, wie weet dat nou?’ vraag ik aan Zahra terwijl we in de supermarkt zijn. Als we in de rij staan, vraag ik baldadig aan de man voor mij of hij mij het beurtbalkje wil geven. De man pakt het beurtbalkje en kijkt me vervolgens lachend aan. ‘Alstublieft mevrouw, u bent goed ingeburgerd!’