Afscheid van de zomer

Tags

, , , , , , , ,

Lente, zomer, herfst…seizoenen gaan en komen. De afgelopen periode was ik me daar erg bewust van. Ik zat er letterlijk met mijn neus bovenop. Een dagelijkse ademteug, inhalering van wind en lucht. Van volop geuren opsnuiven. Van bloesem, gemaaid gras en lavendel. In de stilte bij het water, mijn vaste stekkie, zag ik de bloemen in bloei komen. Ik zag de jonge vogels zwemmend in het water, ik zag de bomen volop in het blad.

Deze week zat ik er weer, op het steigertje, mijn voeten in het water. Het voelde koud. De bramen die nog aan de struik zaten, zagen er wat zielig uit. De bomen lieten zich wiegen in de wind. Nog even en de groene bladeren verdwijnen en dan genieten we van herfsttinten, wat ook prachtig is.

Het water te koud, de wind te guur, de regen om je heen. Ik nam met een beetje somber gevoel afscheid van de zomer. Van het plekje bij het water, waar ik zo heerlijk de rust kon voelen. Waar de schepping zo te voelen is, in de wind en in het water, in de meerkoeten en de ganzen, in de wolken en de zon op mijn gezicht. Waar de rietpluimen mij zien zitten en ze zwaaien voortdurend naar mij. ‘Speciaal voor mij’ denk ik stiekem, want ik zit daar toch alleen.

Elk seizoen heeft mooie beelden, maar hier aan het water zitten is fijn. Hier kan ik mijn gedachten ordenen en gewoon maar laten gaan. Hier kan ik eindeloos bidden voor iedereen die gebed nodig heeft, dank ik, klaag ik, kan ik huilen. Lees ik stukjes uit de Bijbel en schrijf ik in mijn kriebelige en onleesbare handschrift mijn gedachten op in een schrift dat altijd meegaat. Frustratie, maar ook veel pareltjes die ik juist nu zo ontdek. Soms schrijf ik ook niets, eigenwijs en tegendraads. Gewoon zitten en genieten. Dromend, eindeloos turend en mijmerend en vaak sluit ik mijn ogen. Dommel ik weg, maar slapen doe ik niet.

Ik vind het even slikken dat het water koud geworden is. Dat het écht herfst gaat worden en dat er minder rustmomenten zullen zijn hier. Hier in de rust geniet ik zo van de schepping. Meer dan ooit ben ik bewust geweest van de seizoenen. Het komt en gaat en komt weer terug. In de schepping is God. Dat ervaar ik in de rust en in de stilte, op mijn plekje op de steiger. Soms vraag ik ook eerlijk: ‘God, waar ben je dan?’ maar Hij is er wel. Ik zie het in de schepping, zo dichtbij is dat.

Al is het even slikken, God is niet alleen op ‘mijn’ plekje bij de steiger. Hij fietst met mij mee als ik weer naar huis ga. Zelfs als dat in een traag tempo gaat. Hij is erbij, in de wisseling van seizoenen, in alles wat we meemaken. In alle onrust, in de zorgen die er zijn, in het verdriet, maar ook in de mooie momenten waar we van mogen genieten.

Dus laat het dan maar herfst worden. Ik kleed me warmer aan en zie wel waar ik een bankje ontdek om op uit te rusten. Als het weer lente wordt, dan weet ik waar ik terecht kan. Met mijn voeten in het water en mijn gezicht in de zon!

Mooie schepping. Mooie God!

Artin

Tags

, , , , ,

Hij heeft een naam, niet deze, dus ik noem hem maar Artin. Artin was een jonge vent en via via hoorden we dat hij behoefte had aan sociaal contact. Dus belden we, haalden we hem op en was hij welkom bij ons thuis. Voor een kop koffie, een gesprek, een maaltijd.

Artin was vluchteling. Hij woonde in een AZC. Hij deelde als vrijgezel een kamer met iemand anders. Twee bedden, twee kasten, de kamer was vol. Er zat waarschijnlijk wel een raam, maar de kamer deed sterk denken aan een bezemkast. Aron ging mee om hem op te halen en het maakte indruk op hem. Vanuit alle kamers stonden vele medebewoners ons vriendelijk en nieuwsgierig aan te kijken. Het liefst nodigde je ze allemaal uit, maar dat ging natuurlijk niet. Artin ging met ons mee.

Hij sprak niet over de vlucht. Hij sprak niet over de reden. Je voelde de pijn, maar het aanraken wilde hij niet. Ik weet niet of hij Moslim was, of Christen, of wat dan ook. Zijn brede vriendelijke lach bracht vrolijkheid. De kinderen vroegen geregeld wanneer Artin weer kwam. Dan hielpen ze hem met het leren van de taal, lazen samen met hem kinderboeken. Het was gezellig als hij kwam.

Artin verhuisde. Het contact viel weg. Nu, zoveel jaren later, plopt hij op in mijn gedachten. Vorige week volgde ik het debat op tv over het aantal vluchtelingen dat Nederland wil opvangen vanuit Moria. 50 kinderen, 50 kwetsbare mensen.

100 mensen.

Ik heb zitten dubben of ik wel of geen blog hierover zou schrijven. Er is al zoveel gezegd en geschreven door anderen.

Maar het raakt me zo. De beelden van kinderen die slapen op het asfalt. De man die van al zijn bezittingen, de pan uit de vuurzee redt. Onmisbaar voor een gezin met honger. De vrouw die gehurkt op straat haar handen voor haar gezicht slaat, huilt, wanhopig is.

Als ik iets heb geleerd van de ontmoetingen met vluchtelingen, is dat hun gastvrijheid. Hoe weinig ze ook hadden, er stond altijd een maaltijd voor je klaar. Bij vertrek werd er geregeld een zak vol koekjes in mijn handen gedrukt. Zoveel liefde, zoveel warmte. Ik heb me altijd welkom gevoeld.

Van al die ontmoetingen, bleef Artin de afgelopen week hangen in mijn gedachten. Hij zou niet tot de 100 horen. Geen kind meer, geen kwetsbaar persoon. Mogelijk had hij door sommigen het stempel al gekregen van raddraaier, gelukzoeker, brandstichter. Veroordeeld, zonder dat iemand je kent.

Ik hoop en bid dat we omzien naar vluchtelingen. Kinderen, kwetsbare mensen, maar ook oog hebben voor de Artins onder de vluchtelingen. Dat het niet alleen een taak is voor de overheid, maar dat we daar ook persoonlijk ons steentje aan willen bijdragen. Gastvrij willen zijn.

Ik bid voor Artin. Waar je nu ook woont en werkt. Ik bid dat je vriendelijke lach en je opgewekte karakter tot zegen mag zijn voor de mensen om je heen. Hier in huis houd je dat plekje, hier in huis word je nog wel eens genoemd. Bij je échte naam. Dan glimlachen we, gewoon om wie je bent, als mens.

‘Ik kan niet lachen vandaag’

Tags

, , , ,

‘Het lukt me vandaag niet om te lachen’ geeft ze als antwoord op de vraag van de fysiotherapeut hoe haar dag is. Als hij vraagt waaraan dat ligt, weet ze de reden niet. Het lukt gewoon niet vandaag. ‘Ah, dan hebben wij een leuke uitdaging!’ flap ik er uit, terwijl ik met de desinfectans het toestel afneem waar ik zojuist mijn armspieren mee getraind heb. Ik heb meteen spijt van mijn spontane reactie, maar ze kijkt me allervriendelijkst aan. Ze hoopt dat het ons gaat lukken en ze stapt kordaat op de hometrainer alsof ze wil zeggen: ‘Kom maar op!’

De fysiotherapeut besluit twee flauwe moppen erin te gooien. Warempel, er verschijnt een voorzichtig glimlachje. Ondertussen probeer ik het fietszadel lager te krijgen, wat me niet lukt. Ik train twee keer in de week een uur en op deze dag doe ik dat met twee vrouwen die beiden rond de zeventig jaar zijn. Daarin voel ik me dan nog een beetje jong en kwiek, voor de rest voel ik me traag en onhandig.

Dat laatste kost me geen moeite. Niet alleen krijg ik het fietszadel niet goed ingesteld, ik draai veelvuldig aan verkeerde wieltjes of probeer de zitting van bankjes omhoog te krijgen terwijl ik de rugleuning moet hebben. De grijns van de fysiotherapeut spreekt boekdelen. Het is eigenlijk een wonder, vind ik zelf, dat ik nog niet van de loopband ben afgerold. Over de loopband gesproken: als ik de helling op 5% instel constateer ik vol verbazing dat de loopband ook écht omhoog gaat. Mijn verbazing, die goed van mijn gezicht af te lezen is, zorgt voor hilariteit.

Nu ik zo aan het prutsen ben met het zadel, kijken beide vrouwen al fietsend geamuseerd toe. ‘Het lukt me niet, hij zit écht muurvast’ zeg ik gefrustreerd. ‘Draaien en dan trekken’ en dat doe ik maar er zit geen beweging in. Fysiotherapeut schiet te hulp en uiteraard heeft deze meteen het zadel op de goede stand voor mij. ‘Je lacht me niet uit hè?’ en ik kijk de vrouw lachend aan. Zie daar, ze glimlacht steeds breder.

‘Tja, soms…’ en dan vertel ik maar eerlijk dat ik in de ochtend een strijk heb weggewerkt. ‘Tussendoor had ik even uitgerust en toen ik verder wilde gaan, lukte het strijken niet. De kreukels gingen er maar niet uit. Eerst bij een broek niet, toen niet bij een shirt. Ik begreep er niets van. Ik heb dit vijf minuten volgehouden. Wat denk je?’ De vrouwen kijken me verwachtingsvol aan. ‘De stekker zat niet in het stopcontact.’ Hoewel het echt niet zo grappig is, moet de vrouw die vandaag niet kan lachen, spontaan hardop lachen. Ze lacht zo voluit, dat het wel gemeend moet zijn. Ik geniet van de pretoogjes in haar ogen, ik geniet van de lach die we allemaal kunnen horen. We kijken haar allemaal lachend aan.

Het is een gezellig uurtje. Trainen, praten, lachen. Voldaan stap ik op de fiets terug naar huis. ‘Het lukt me niet om te lachen vandaag’ zei ze en ze lachte toch.

Ik ben blij met de ontspanning voor mezelf, want stiekem had ik niet zoveel zin in de training. Het was warm, ik was moe, ik wilde gewoon in mijn eigen cocon blijven. Ik ging toch, natuurlijk ging ik wel. Ik ben vooral blij dat zij, een vrouw die ik verder helemaal niet ken, tóch kan zeggen dat ze heeft gelachen vandaag.

Blij worden van een glimlach bij een ander. Hoe leuk is dat!

‘Dromerig, beleefd’

Tags

, , , ,

‘Volgende keer beter opletten’ zegt de medewerker en ze kijkt me doordringend, maar wel vriendelijk aan. Ze heeft zojuist mijn boodschappenkar gecontroleerd. Voordat ze begint, biecht ik haar op dat ik niet meer zeker weet of ik de frisdrank gescand heb. Dat klinkt best verdacht, maar het is de ingeving die ik ineens heb. Mijn gevoel klopt. De frisdrank is niet gescand door mij. Daardoor moet de medewerker al mijn boodschappen opnieuw inscannen. De rij achter mij is groot, mijn schaamte niet minder.

Het is echt per ongeluk. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen als excuus. Ik kan moeilijk een verhaal ophouden over focus en concentratie, die in de nasleep van corona wat moeilijk vast te houden is.

Boodschappen doen lijkt dan een tamelijk simpel klusje, maar de route tussen scanner pakken en afrekenen kent veel momenten van afleiding. Dat was altijd al zo, maar ik had er nooit hinder van. Aanbiedingen, het ontbreken van artikelen in het assortiment, een praatje met iemand die ik ken, de mobiel die afgaat. Voor ik het weet gaan mijn gedachten een andere kant op en leg ik artikelen zonder vooraf te scannen in de winkelkar. Maar ja…daar heeft die aardige en geduldige medewerker uiteraard geen boodschap aan.

Het voelt een beetje aan als vroeger op school. Ik heb er speciaal vanmiddag mijn schoolrapporten bij opgezocht. Ik weet niet anders dan dat ik vaak te horen kreeg dat ik te veel droomde. Zelfs in een rapport wordt het beschreven onder het kopje gedrag. ‘Dromerig, beleefd‘ in die volgorde. Dat vind ik wel grappig. Leraren vonden dat uiteraard niet grappig. Naast mijn snelle gebabbel en slordige handschrift was dromen iets wat niet hoorde. Dat leverde thuis het advies op om vooral strak naar de meester of juf te kijken, wat er ook gebeurde om mij heen. Ik deed mijn best, maar dromerige ogen verdwalen ook wel in verhalen als je kijkt in grijsgroene ogen.

Als ik een pagina verder kijk in het schoolrapport lees ik achter creativiteit: ‘Lydia doet haar best, resultaat vaak matig.’ Daar moet ik erg om lachen. Het typeert wel een beetje wat ik in deze nasleep ervaar. Ik doe zo mijn best, ik wil vooruit komen, van alles weer oppakken. Het resultaat is vaak matig en het kan allemaal niet in één keer.

‘Je had ook één komkommer niet gescand’ vertelt de medewerker als ze de nieuwe bon nakijkt. Ook dat nog. Ik heb een komkommer gemist. Ik weet niets anders te bedenken dan maar gedwee ‘sorry’ te zeggen. ‘Volgende keer beter opletten’ en met die ferme terechtwijzing kan ik door de poortjes richting uitgang.

Volgende keer beter opletten? Misschien kan ik maar beter aansluiten bij de kassa en de kassière het scannen laten doen. Dan is het resultaat waarschijnlijk wél goed en kan ik al dromend mijn boodschappen blijven doen.

‘Kerk, fluweel, madelief…’

Tags

, , , ,

‘Kerk, fluweel, madelief, gezicht…’ en dan kwam er nog één woord maar daar kom ik even niet op. ‘Het is een kleur’ helpt de neuroloog. ‘Rood!’ zeg ik opgelucht. Hij vraagt nog na of ik deze gokte, maar dat is zeker niet het geval.

Het is vreemd om een test (MOCA: Montreal Cognitive Test) te moeten doen. Een test voor mijn cognitie. Ik heb voor de zekerheid een doorverwijzing gekregen. Om het één en ander uit te sluiten. Mijn concentratie en het verwerken van prikkels gaat niet zoals ik wil. Hij heeft al testen gedaan met mijn armen, handen en voeten, mijn reflexen gecontroleerd. Als laatste word ik hiermee aan het werk gezet.

Ik moet niet alleen woorden onthouden, ik mag ook woorden beginnend met een ‘d’ bedenken. Je zou denken dat dit niet zo moeilijk is, maar als ik het ineens zo moet bedenken, klap ik een beetje dicht. ‘Dik, dun… dom…deeg…denken, dromen, doen….’ komt er toch uit. ‘Ah kijk, u komt los’ zegt hij lachend. Lolbroek.

Een klok tekenen, het herkennen van dieren, het gaat me goed af. De datum van vandaag weet ik op te noemen. Hij moet het zelf nog wel even checken, maar het klopt inderdaad wat ik zeg.

Er is geen reden om te denken aan schade aan het brein, dat is fijn om te horen. Zo nu en dan begin ik te twijfelen aan mezelf. Het lijkt of het allemaal wat trager gaat. Ik kan soms niet op namen komen (meer dan anders) en sta soms in de winkel naar schappen te turen, omdat ik vergeten ben wat ik wilde pakken. Fietsend en lopend door drukke straten moet ik zo gefocust zijn op wat mij passeert en wie ik voorrang moet geven. Alles wat vanzelf ging, bijna op de automatische piloot, kost nu meer energie. Dat vind ik lastig.

Neuroloog begrijpt mijn frustratie. Het heeft waarschijnlijk tijd nodig. Waarschijnlijk, want ze weten nog niet alles over corona. Ik moet het nemen zoals het nu is, accepteren dat ik aan het herstellen ben en dat het niet gaat zoals ik het altijd deed. Ik volg hem helemaal, maar wil toch nog een frustratiepunt noemen. Dat het me niet lukt om boeken te lezen. ‘Hoe dikker hoe beter, maar het lukt me niet om mijn eigen favoriete boeken te lezen’ zeg ik zuchtend tegen hem. Wederom begrip. ‘Misschien moet u genoegen nemen met twee bladzijden per dag’ zegt hij, maar dat is voor mij niet het gevoel van wegduiken in een boek.

‘Ik ben maar een serie gaan kijken’ biecht ik op. ‘Friends. Alle seizoenen heb ik inmiddels bekeken. Zo niet ik!’ en ik rol denk ik zelfs met mijn ogen. Nu kijkt hij me ineens enthousiast aan. ‘Oh, dat zijn tien seizoenen, ik heb ze allemaal thuis!’ zegt hij me iets te blij.

Neuroloog blijkt grote fan van deze serie te zijn. Als ik door de lange witte gang terug loop richting uitgang, denk ik er nog over na. Heb ik weer. Ik flap er van alles uit, geef mijn eigen gevoel weer en bedenk me niet dat de ander er schijnbaar groot liefhebber van is.

Flapuit. Lichtelijk beschaamd, maar ik zie er de humor wel van in. Ik ben vooral blij dat ik mezelf hierin herken. Dit is zo wie ik wél ben. Flapuit Lydia.

‘Kerk, fluweel, madelief…’ ik som het rijtje nog maar eens op.

Spetteren

Tags

, , ,

Ik spetter in gedachten. Twee blanke voeten in het bruine water. Niemand die me onderbreekt, niemand die zegt dat het anders moet, rustiger, beter. Hier kan ik ongestoord spetteren, mijn benen heen en weer. Geen grond onder de voeten, wel rust en horizon.

De trein rijdt voorbij. Onderbreekt de stilte, maar het is niet erg. Soms zijn er voorbijgangers. Ik hoor ze praten over een stage in den Haag, over een avondjurk die niet gekocht is en wat een spijt achteraf. Het jurkje was inmiddels weg. Flarden van verhalen, een wereld buiten mij om. Het gaat aan mij voorbij, totdat de stilte weer op zijn plek valt.

Ik spetter in gedachten. Soms wat kalm en soms ook wild. Druppels in de lucht. Spiegeling van vragen en gedachten, van nietszeggende zinnen. Ze spatten in het rond. De meerkoeten die rondzwemmen storen zich er niet aan. Ze duiken in het water, koppie onder en ik volg ze totdat ze weer bovenkomen. Wat een moed.

Ik spetter met mijn voeten in het water. Zittend op een steiger aan de waterkant. Gesloten ogen, handen in de schoot. Zon op mijn gezicht, wind die mijn wangen streelt. Stukje rust voor mij alleen. Hier kan ik eindeloos dromen, turen. Hier kan ik alle gedachten naast me neer leggen, ik spetter ze de ruimte in.

Spetters gevuld met vragen, eindeloos veel vragen. Spetters van gebed. Spetters waarin ik de zorg en moeiten van anderen neerleg, mijn onmacht daarin. Wat zou ik meer willen doen, meer willen zijn. Spetters van frustratie, spetters van pijn. En ook… spetters die glanzen van verwondering van zoveel moois om mij heen. Spetters vol verwachting en dromen, spetters gekleurd met dankbaarheid.

De spetters vallen in het water. Kleine rimpelingen, meer is het niet. Ze gaan op in de massa, ze verdwijnen. Ik haal mijn voeten uit het water, ze rusten op het hout. Ik laat ze drogen in de zon, totdat alle druppels zijn verdwenen.

Ik geniet van de rust, maak mijn hoofd leeg. Het is fijn om hier te zitten, om te spetteren met mijn voeten in het water, om te spetteren met God.

Al spetterend, is dit lied speciaal voor jou!

Bewust ademhalen

Tags

, ,

Ik adem niet goed. Inademen en uitademen doe ik in hetzelfde tempo. Dat moet niet en dus krijg ik ademhalingsoefeningen. Die moet ik dan eerst voordoen bij de fysiotherapeut, want hij wil natuurlijk wel checken of ik de techniek begrijp. Begrijpen doe ik het zeker, toepassen is een geheel ander verhaal.

Nadenken bij ademhalen. In via de neus en een lange uitadem via de mond. Bijna puffend. Als ik dat oefen tijdens de fietstest, vind ik dat best gênant. Ik ben blij dat ik ’s morgens al vroeg de afspraak heb en mijn tanden nog maar kortgeleden gepoetst heb. De fysiotherapeut staat vlak naast mij en al fietsend adem ik in en puf ik langgerekt uit. Het voelt aan als de zwangerschapsgym. Terwijl ik probeer te ademen zoals het hoort, moet ik ook nog de teller van de fiets boven de 70 zien te houden. Beide stug volhouden, blijkt een opgave.

Zucht. Adem in, adem uit.

Thuis oefen ik dat liggend op bed. Handen op de buik, ademen maar. Het is wel ontspannend, zolang als het goed gaat. Als ik te ontspannen lig, droom ik weg. Mijn gedachten zijn zo snel elders en dan betrap ik mezelf erop dat ik weer heerlijk mijn eigen tempo aanneem. In-uit, in-uit. Maar nee, dat is dus niet de bedoeling.

Adem in, adem uit en opnieuw. Zo gewoon, iets waar je niet bij wil nadenken. Nu moet ik opeens bewust ademhalen en oefenen daarmee. Hoe meer ik daarbij stil sta, hoe lastiger ik dat vind. Ik word er kriebelig van en ik vind het soms ook stom. Als het ritme van ‘in-uit, in-uit’ nou prima bij mij werkt, waarom moet ik het dan veranderen? Ik heb het blijkbaar altijd zo gedaan. In volle vaart vooruit, ik raakte niet in ademnood.

Beetje eigenwijs. Adem in, adem uit.

Ik moet een ander ritme aanleren. Dat kost tijd, kost oefening en een portie geduld. In volle vaart van de helling gaan is anders dan een heuvel beklimmen. Dus doe ik braaf de ademhalingsoefeningen. Zelfs op de fiets probeer ik bewust de langgerekte puf uit. Menig voorbijganger kijkt me een beetje vreemd aan. Althans dat denk ik. Maar ach…als ik daar ook nog op moet gaan letten wordt het allemaal wel erg ingewikkeld. Eerst die ademhaling maar eens onbewust goed gaan doen. Dat is al een hele klus.

Adem in, adem puffend uit.

Afscheid van de basisschool

Tags

, , ,

‘Ik kan het me niet goed voorstellen dat ik vandaag écht voor het laatst op de basisschool ben’ zei Marin vanmorgen. Het is vandaag een spannende dag, een dag waar ze al heel lang naar heeft uitgekeken. Vanavond is de eindmusical en door de corona wel anders dan anders, maar de musical gaat door en dat was voor Marin al een hele opluchting.

Vanavond neemt Marin afscheid van groep acht en daarmee nemen we als gezin ook afscheid van de basisschool. Volgend seizoen zitten ze alle vier op het voortgezet onderwijs. Hoewel ik daar aardig nuchter in sta, is het ook wel een rare gewaarwording. Veertien jaar waren we ermee verbonden.

Veertien jaar basisschool is heel wat kilometers heen en weer fietsen. Is vooral heel wat kilometers maken in meeleven en meegroeien met je kind in de periode die ze doorlopen op school. Marin was daarin een bruisend meisje, dat vol energie naar school ging en meestal ook met een tas vol verhalen terug kwam. Ze wilde het liefst naast mij fietsen, zodat ze heerlijk kon vertellen over wat ze allemaal had meegemaakt.

In dat bruisende meisje school ook heel veel gevoeligheid. Als iets niet zo leuk was gegaan, hoorde ik dat meteen. Kopje thee, luisterend oor en een knuffel en dan was het allemaal weer wat zonniger in haar hoofd.

Corona bracht onzekerheid. Marin heeft zich altijd erg verheugd op de eindmusical en nu kon die misschien niet doorgaan. Ik ziek op bed, Marin met haar verdriet op gepaste afstand naast mij en knuffelen kon niet. Wat voelde ik me machteloos. Ik kon luisteren, ik kon troosten, ik kon bidden. Dat deden we.

De musical gaat door. Ouders mogen erbij zijn en via internet kijken familieleden mee. Marin is blij dat het doorgaat, ze heeft de rol die ze graag wilde. Wij als gezin zijn blij voor haar.

Lieve Marin, voor elk kind schreef ik een blog bij het verlaten van de basisschool. Ik schrijf hem ook voor jou. Je kan het je bijna niet voorstellen dat je van de basisschool afgaat. Vandaag is echt de laatste schooldag en ook ik kan het me bijna niet voorstellen. Ik zie je nog zo voor het eerst naar groep één gaan, met je luide stemmetje en je gehuppel door de gang. We hebben een bijzonder schooljaar achter de rug. Ik denk nog heel vaak terug aan dat moment dat je bij mij op bed lag en dat we ons zorgen maakten om de musical en om zoveel meer. Vanavond ga ik genieten van hoe jij, samen met je klasgenoten, de musical gaat neerzetten. Daarna sluiten we dit hoofdstuk af en ga je na de vakantie naar de brugklas en kom je met nieuwe verhalen.

Lieve Marin, ik ben zo trots op je en ik hou ontzettend veel van je. Dikke knuffel, want dat kan gelukkig weer!

Baardhaar en citroentaart

Tags

, , , , , ,

Mijn leven staat een beetje stil. Dat is niet erg, dat is nou eenmaal zo. Ik herstel van corona en de nasleep is wat langer dan ik dacht. Ik doe mijn best, maar de lat hoger leggen werkt averechts. Dus probeer ik langzaam te lopen, langzaam te fietsen, langzaam de dingen te doen die nu eenmaal in huis ook moeten gebeuren. Het kost moeite, ik ben snel moe. ‘Even snel’ is er niet meer bij. Ik doe braaf de oefeningen van de fysiotherapeut, alles om de conditie weer op te bouwen. Ik ben nog nooit zo sportief geweest.

Het gaat heus wel iets beter. Ik sta niet meer eindeloos te turen naar de stelling in de supermarkt, omdat ik vergeten ben wat ik wilde pakken. Ik sta de caissière niet meer beduusd aan te staren, omdat ik al die vragen over zegels en kassabonnen probeer te begrijpen. Ik zeg nu overal beleefd ‘nee’ op en probeer mijn best te doen niets meer in de winkelwagen te laten liggen. Dat scheelt een extra fietstochtje. Ik lees weer boeken. Een thriller die ik voorheen binnen vier dagen toch heus wel uit had, heb ik in vier weken uitgelezen. De clou ging aan mij voorbij, maar hij is uit en ik ben bezig met de tweede. Kleine mijlpaaltjes.

Zo heeft de corona nog wel een nasleep, terwijl ik hem graag had uitgezwaaid. Zelfs al was dat zo, dan blijft het aan me hangen. Als de kapper vraagt of ik veel gewerkt heb en ik maar eerlijk aangeef dat ik corona heb gehad en al weken thuis zit, schrikt ze. Ze is maar wat blij met haar mondkapje en ze drukt hem steviger aan. Dat zie ik heus wel in de spiegel. Zelfs op het terras moet ik aangeven of ik corona heb gehad. ‘Ja, heb ik gehad’ en ik zie de paniek bij de jongedame. Ze had zich waarschijnlijk niet bedacht wat er dan moet gebeuren. ‘Dat was 9 weken geleden en ik heb geen corona meer’ en ik zie de opluchting als ik dat zeg.

‘Je bent de eerste die ik tegenkom met COVID-19’ is de veelgehoorde opmerking. Ik snap het wel en ik vind het ook niet erg, maar inmiddels voel ik me een collectors item. Een item waar men, vaak onbewust, meteen een stap extra afstand van houdt. Ik zie het gebeuren. Een paar meisjes uit de straat zeggen het niet hardop, maar Marin voelt haarfijn aan dat ze even niet met haar willen spelen. ‘Omdat jij corona hebt gehad’ en ze haalt haar schouders luchtig op. ‘Dan niet’ zegt ze, maar het raakt me wel.

Ik vind de nasleep lastig. Ik wil zo graag, maar het lukt nog niet zo snel. Daar geef ik aan toe, maar niet altijd van harte. In de nasleep zit ook veel stilte. Ruimte om na te denken, om te mijmeren en te genieten van kleine dingen. Ruimte om te huilen en ruimte om gewoon zinloos op de bank te liggen met Marin naast je. ‘Ik moet mijn benen scheren’ zeg ik en ze kijkt met me mee en ze wijst een lange haar aan die heel eenzaam daar groeit. ‘Je hebt een baardhaar op je been!’ en dan krijgen we beiden de slappe lach.

Het gaat nergens over en tegelijk betekenen die momenten zoveel in de stilte om me heen. Ik zet mijn schouders er weer onder en dan bak ik uit baldadigheid maar een taart. Citroentaart. Lekker zuur!

Onderstaand lied van Stef Bos gaat ook over ruimte. Elke zin zet je aan het denken en kan je over mijmeren. Ik heb er de tijd voor, misschien jij ook wel.

Briesje Iris

Tags

, , , ,

Er waait sinds een paar weken een nieuw briesje door ons huis. Verrassend en verfrissend en we kijken er met verbazing naar. Terwijl ik al een aantal weken thuis ben, waait het steeds vaker langs me heen. Ik kijk en bewonder, verwonder me om wie ze is.

Ze waait nooit met alle winden mee, ze is evenwichtig en op de achtergrond aanwezig. Van de vier kinderen, is ze niet de grootste wervelwind, geen storm of een orkaan. Bij haar zit het in de fluistering, als je niet luistert is het windstil.

Ze zwaait en ze lacht en ze gaat gewoon haar gang. Ze weet de weg wel te vinden, soms wat onzeker, maar ze fietst met wind mee en wind tegen. Ze luistert graag naar de verhalen en ze geniet van wat de ander enthousiast weet te vertellen. Ik moet het aan haar vragen, anders vergeet ze dat ze zelf ook mag vertellen hoe haar dag was. Ze is blij met de aandacht, de aandacht voor haar alleen.

Maar windstil is het niet meer, er gaat een briesje rond door het huis en soms zelfs meer dan dat. Dan staat ze schaterend van het lachen met ovenwanten aan haar handen voor te doen hoe ze een krab is. Als je denkt dat je rustig kunt gaan zitten op de bank, laat ze met dezelfde ovenwanten zien dat je er ook een haan mee na kan doen. Ze heeft er zelf het meeste plezier om.

Op een moment dat ze weer eens melig is, waarschuw ik haar dat ik er zomaar eens een blog over kan schrijven. Toen was ze stil. ‘Doe dat maar, schrijf maar eens een blog over mij!’ zei ze uitdagend. Ik dacht dat ze het wel zou vergeten, maar nee hoor, vorige week herinnerde zij me er fijntjes aan.

Beloofd is beloofd.

Briesje Iris, waai maar lekker rond. Ik kijk vol verbazing toe hoe aanstekelijk dat werkt. Hoe de anderen genieten van wie jij bent. Bruis maar, waai maar, laat het soms ook maar stormen. Wees maar wie je bent.

Lief briesje Iris……..en ruim nu maar de ovenwanten op.