Plek van heel dichtbij

Tags

, , , , ,

Elk blaadje aan de boom vertelt een klein verhaaltje. Het ritselt in de wind en fluistert mooie woorden, maar ik versta ze niet. Verstopt tussen het groen zit een hele kleine vogel, hij merkt amper dat ik hier zit. Soms komt hij brutaal het terras op, hipt voorbij het konijnenhok en fladdert dan weer snel weg. Verschuilt zich in het groen van de linde.

De wolken drijven loom voorbij. Witte suikerspinnen in de lucht. Elke wolk speelt een eigen spelletje, vervormt zich steeds weer en brengt nieuwe beelden tot leven. Zo dreef er net een ijsbeer voorbij, ik zag een meisje met een paardenstaart en voor heel even was daar een gitaar.

blog 2

Ze zon speelt een ander spelletje. Ze is warm en ze laat haar stralen volop zien. Soms duikt ze weg achter al die suikerspinnen, is de schaduw toch wat kil. Terwijl ik daar aan denk, is ze er weer. Volop licht en ik sluit mijn ogen. Ik hoor de blaadjes ritstelen, elk blaadje vertelt een ander verhaal, luister maar. Luister je wel?

Ik verveel je met mijn dromen. Wat je niet ziet en hoort, dat is er niet.

Ik zat even stil te dromen, in de stoel in de tuin. Net als vroeger op de schommel, met mijn voeten bijna onder de walnotenboom. Ik wist zeker dat de tuin me alles wilde zeggen en ik deelde mijn geheimen ook met haar. Ze liggen begraven tussen de bloesems van de prunus en ik heb ze verstopt onder de stenen, bij de pissebedden en de wormen. Sommige verhalen bewaar je het beste daar. Veilig opgeborgen en niemand raakt dat ooit nog aan.

blog 1

Als ik alleen ben in de stilte en de rust, de bladeren ritselen, dan ben ik weer even in de tuin. Het raakt niet aan wat is verborgen en ook niet wat is weggewaaid. Het raakt me in de rust en dat diepgewortelde vertrouwen. Het raakt me vooral omdat ik weer even dat meisje ben, meisje met haar dromen. Voor wie de tuin een paradijs is. Plek van heel dichtbij.

Ik hoor het in de bladeren…

 

 

 

Advertenties

Oudhollands vlechtwerk

Tags

, ,

‘Oudhollands vlechtwerk’ noemde ik vandaag de veters van Marin, toen ik voor de zoveelste keer de knoop uit haar veters moest halen. En wat voor een knoop! Daar was werkelijk inzicht en geduld voor nodig. Geduld had ik natuurlijk niet, we stonden op het punt om naar de pianoles te gaan.

Veters strikken is een vak apart. Althans wel voor onze kinderen. De ene was daar wat sneller mee dan de ander, maar traag waren ze er zeker mee. Vaak haalden we uit gemak maar schoenen met klittenband, dan was het ook geen gedoe. Pedagogisch waarschijnlijk niet juist, maar ach elke ouder laat wel eens een steekje (of meerdere) vallen.

image1

In die zin gaf ik het net zo snel op als Zahra. Toen ik haar op een bewuste morgen de vaardigheid van het strikken wilde aanleren, vlogen de schoenen uit pure frustratie door de kamer. Simpelweg omdat het haar niet meteen lukte. Voor de duidelijkheid: zij smeet ze door de kamer.

Onze kinderen waren laatbloeiers op het gebied van veters strikken. Ze hebben dan ook niet een strikdiploma in bezit. Toen ze eindelijk veters konden strikken, hadden ze groep 2 al ver achter zich gelaten. Het is heus wel goed gekomen. Inmiddels strikken ze hun veters, soms wat onbeholpen, maar strikken kunnen ze

Uiteindelijk pluk ik nu gewoon de vruchten van mijn eigen ongeduld. Van snel weg kunnen en dan maar zelf de veters strikken. Ik had Zahra natuurlijk die ochtend alle schoenen door de kamer moeten laten gooien en met eindeloos veel geduld de schoenen weer in een rijtje voor haar neer moeten zetten. Eindeloos voordoen en eindeloos moeten laten oefenen. Eindeloos de schoenen met gevaar voor eigen leven langs mijn hoofd moeten laten suizen. Eindeloos, eindeloos….

Dan was het vast en zeker sneller gelukt. Had ze in groep 1 haar strikdiploma aan de wand kunnen plakken. Als de veters dan niet goed waren gestrikt, had ik naar dat diploma kunnen wijzen: ‘kijk, je kunt het wel!’ Zo ging het echter niet. Mijn eigen strikdiploma heeft op die manier heel veel jaren aan de schrootjes van de keuken gehangen. Trots was ik er op, dat wel.

image2

Met gemopper haal ik de veters uit de knoop. Priegelwerkje, maar het lukt. ‘Als je ooit een boot aan een paal moet binden, vaart ie bij jou niet weg!’ zeg ik een beetje flauw. Rollende ogen, maar ook een lach op het gezicht van Marin. Uiteindelijk moet je er maar iets positiefs van maken, zelfs van een ‘oudhollands vlechtwerk’.

Knoop is er uit. Na de pianoles gaan we naar voetbal. Mag ik weer veters strikken. Goed strak. Ja, ze kan het echt wel, maar als ze we daaraan gaan beginnen, dan blijft ze naar me toe rennen. Dus ja, ik doe het toch maar even zelf.

Verborgen verleden

Tags

,

Daar zaten we dan in een omgeving dat volop het verleden uitstraalde. Een blauw schrift voor me, waar ik zo nu en dan aantekeningen in opschreef. Toen de enveloppe geopend werd en er een document uit de 16e eeuw gehaald werd, was het plaatje compleet. Het was alsof we in het programma ‘verborgen verleden’ waren gerold.

Ik ben opgegroeid in een gezin waar het uitpluizen van de stamboom toch wel een beetje een hobby is. Sinds een paar jaar hebben we in de lijn van mijn moeders kant daarin hele grote stappen terug in de tijd kunnen doen. Via via kwamen we erachter dat Judith van Twickelo een voormoeder van ons is. Laat kasteel Twickel nou liggen in een plaatsje bij Hengelo. Net als kasteel Weldam, waar voormoeder ook gewoond heeft.

img_0712

Gisteren mochten we neuzen in een stukje archief. Voor me zag ik oude handschriften, bijna onleesbaar. Een rood zegel waar zoveel jaren geleden iemand zijn zegel in had gedrukt. Ik heb me ingehouden om niet even aan het document te ruiken. Ik had de neiging, maar hield me in. Teer en kwetsbaar als het document uiteraard is.

Wat heb je er aan? Tja, het is eigenlijk net zoiets als het verzamelen van postzegels, sigarenbandjes of vingerhoedjes. Bij een stamboom ontrafelen is dat het wroeten in de geschiedenis, in antwoorden op vragen en het ontdekken van ontbrekende schakels. Het is vooral het verzamelen van verhalen.

We  gingen daarna naar kasteel Weldam. We liepen door de tuin. Zo vlak na Pasen, zo zeiden we tegen elkaar, voelde het alsof we in de hof aan het wandelen waren. Zo mooi en rustig was het daar. Onder de warme lentezon kwamen we ineens ook nog een heuse tuinman tegen. We raakten aan de praat, vertelden waarom we hier waren. Weer werden verhalen gedeeld.

Uitgepraat vroeg mijn moeder: ‘Kunnen we langs die weg naar de uitgang?’ De tuinman lachtte hard. ‘Ook al denkt u dat u van adel bent, voor de uitgang moet u echt die kant op!’ en hij wees naar de richting waar we ook vandaan kwamen. We stonden weer met beide voeten op de grond.

IMG_8845

Het is leuk om te weten waar je wortels liggen. Heel interessant vind ik het om de verhalen te ontdekken van de graven en baronessen, maar net zo goed van de koopmannen, de boeren en de ‘Opa met de pet’  die de omnibus reed. Het zijn soms hele  verhalen, soms maar een fragment of enkel een beschrijving van een karaktertrek waardoor een voorouder iets meer voor je gaat leven en een gezicht krijgt.

Uiteindelijk sta je hier zelf, in het hier en het nu. Maak je je eigen verhalen. Heden wordt verleden.

Welk verhaal geef jij door?

Koperpoets en bijenwas

Tags

, , , , , , ,

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ zei ze en ze lachte. We hadden oude gebruiksvoorwerpen op tafel liggen, ik poetste koper en de buffetkast was ingewreven met bijenwas. De bewoners op mijn groep genoten er zichtbaar van. De functie van diverse voorwerpen werd me fijntjes uitgelegd. Het petroleumstel, de oude naaimachine, de stoof en de koffiemolen. Het toverde een glimlach op de gezichten.

De bijenwas deed denken aan vroeger en de sterke geur van de koperpoets haalde herinneringen naar boven. ‘Nu denk ik aan mijn moeder, die deed dat ook. Dan moest ik helpen in de winkel. Want kijk, mijn vader had een manufacturenwinkel….’ Zo kwamen verhalen tot leven, flarden verleden door geur naar boven gehaald.

Dat doen geuren. Als ik boenwas ruik, ben ik ook terug in het grote huis waar ik ben opgegroeid. Als de tafels en kasten waren ingewreven, een doekje met bruine vlekken in een rood mandje. Ik ben op Ameland als ik rozenbottels ruik. Die groeiden volop langs de weg waar ons vakantiehuisje stond. Het weggetje waar ik leerde fietsen. Zeelucht, lavendelgeur, de geur van gemaaid gras, het roept beelden op. Een foto in mijn hoofd, een mooie gedachte en soms ook iets waar ik liever niet aan herinnerd word.

Geuren roepen beelden op en beelden vormen verhalen. In de zorg verspreiden we ook wel eens zo’n geurtje rond. Alsof het enkel werkdruk is, onnodig schrijfwerk, protocollen en lijstjes. Alsof we niet toekomen aan waar het in de zorg eigenlijk om draait. Dat stukje aandacht en zorg. Hard werken is het zeker en soms is het hectisch en wordt er veel van je gevraagd. Soms moet je ook het een en ander loslaten en het gewoon even anders doen.

Dus pakten wij vandaag de poetsspullen. ‘Dat heb ik jou nou nog nooit zien doen’ zei een bewoonster iets te bijdehand. Alsof ze doorhad dat ik gele rubberen handschoenen niet wekelijks draag en poetsen zeker niet mijn hobby is. Ze keek keurend hoe ik de boenwas over de kast wreef. Ik kreeg geen commentaar. We hadden een gezellig uurtje onder het genot van een kop koffie. Het geurtje op onze afdeling, was een geur vol nostalgie.

20180323_203728

‘Nu denk ik aan mijn moeder’ ze zei het zo spontaan en blij. Dat geurtje van de zorg, die mooie momenten van aandacht en contact, is de geur die zoveel fijner ruikt dan al die geuren van gemopper en geklaag. De geur van een glimlach die ineens verschijnt, van rust en oogcontact is een geur dat ik prettig vind om op te snuiven.

Koperpoets en bijenwas. Onze afdeling rook er helemaal naar.

Mooi moment vandaag!

Ik bid voor je

Tags

, ,

‘Ik bid voor je.’ Ik zeg het aan anderen, ik schrijf het in een berichtje in de app of op een kaart. Dat is zeker geen loze boodschap, want ik bid dan ook voor je. Zelfs als je niets met God hebt, vouw ik ook voor jou mijn handen.

‘Ik bid voor je’ ik dacht het deze week heel vaak bij omstandigheden van mensen om mij heen. Bij verlies door sterven en bij ziekte en behandelingen die men ondergaat. Soms is het wel heel moeilijk om dat zinnetje te zeggen. Het klinkt zo hol en leeg als bij anderen de grond onder hun voeten wegzakt.

Deze week viel mijn oog op een bericht op Facebook van iemand die ik volg en nog ken van een vorige baan. Ineens verscheen dat bericht van het sterven van haar kind. Zomaar, plotseling, 18 jaar. Wat moet je dan zeggen? Dan valt alles stil.

In de stilte bad ik toch. Legde mijn vragen bij God neer. ‘Waarom Here God? Waarom?’ Ik vroeg ook om troost en kracht en moed om verder te kunnen. Hoe kan je dan nog verder? Mijn menselijke vragen legde ik bij God neer.

‘Ik bid voor je’ ik wil het niet zeggen omdat ik niets anders weet te zeggen. Ik wil het niet als sluitstuk gebruiken van een heftig verhaal dat aan mij wordt verteld. Dat dit dan maar de troost is die ik aan de ander mee wil geven, omdat ik hoe dan ook met lege handen sta als de ander zoveel verdriet heeft. Oneindig veel verdriet.

Vandaag is het Biddag. Dat leert me juist dat ik mijn zorgen en mijn vragen bij God mag neerleggen. Handen gevouwen en vragen om Zijn zegen over je leven, je gezin en je werk. Bidden is praten met God. Daarin mag je ook je twijfels en je boosheid uiten, je onmacht, je gebrek aan moed en je verdriet.

Soms kan je niet meer doen dan stil zijn, als de ander zo intens verdrietig is. Soms zijn er geen troostende woorden, is een arm om de schouder genoeg. Bidden is dan niet het sluitstuk en ook niet bedoeld als schrale troost. Bidden is voor mij dat ik het deel met God en dat ik daarin kan vragen of Hij wil troosten, kracht wil geven, moed en uitkomst.

‘Ik bid voor je’ ik hoor het mezelf soms zeggen en soms durf ik het ook niet. Ik weet niet altijd hoe dat valt. Bidden kan ook in de stilte, bidden kan je altijd en overal. Bidden kan je voor de ander, zelfs als hij of zij dat zelf niet kan.

‘Ik bid voor je’

Druk, druk, druk

Tags

, ,

Druk is het. Leuke drukte hoor. De afgelopen tijd stond en staat vooral in het teken van de komende gemeenteraadsverkiezingen. Campagne voeren, social media bijwerken, fractieoverleg. Dat gaat dan naast het gezinsleven en mijn werk. Met de ene hand een persbericht maken en met de andere roeren in de pan. Een presentatie maken voor een spreekbeurt en ondertussen de was vouwen en de verhalen aanhoren van een puberende dochter. Zo fiets ik de dagen door….en het geeft niet.

Het geeft niet als je ook maar gewoon even op adem kunt komen

img_0662

Gisteren na schooltijd ging ik met Marin naar de winkel. Een moment tussen een werkdag en de avondmaaltijd met daarna een overleg op school in. Nog ietwat duf van de nachtdiensten van het weekend ervoor, die ik niet helemaal had uitgeslapen omdat Aron mijn slaapkamer binnen stoof. ‘Oh lig je op bed?’ ‘Ja lieverd, ik had nachtdienst….’ ‘Ja maar, ik heb mijn teen gestoten en mijn nagel zit los’ ‘ Je wacht maar een uurtje’ zei ik wreed, omdat ik zo bruut uit mijn slaap was gehaald. Maar ja, ik sliep natuurlijk niet meer. Dus een uur laten zaten we samen bij de huisarts en werd een deel van die nagel verwijderd. Gaap.

Met die slaperige bui haalde ik Marin op van school en gingen we samen naar de winkel. ‘We gaan wat drinken op een terrasje’ zei ik. Verbazing alom. ‘Hoezo?’ zei Marin, die er wel zichtbaar zin in had. ‘Gewoon omdat de zon zo heerlijk schijnt’. Dus hebben we een uurtje niets gedaan. Zaten we samen op een terras en babbelden gezellig over van alles en nog wat.

IMG_8746

Stilstaan. Adem in, adem uit. Ogen dicht en de wind langs je wangen voelen, de lente in de lucht voelen en opsnuiven. Nieuwe energie, frisse neus. Dat kan tussen al die momenten door. Op de fiets richting school, naar de voetbal en de muziekschool. (Ja, zo’n middag wordt het vandaag.)

Ik haalde Marin vanmiddag op van school. Ze zat heerlijk achterop omdat het vanmorgen behoorlijk mistig was en ik twijfelde over de verlichting op haar fiets. Zingend meisje achterop met tussendoor opmerkingen als: ‘Kijk mam, krokussen! Oh mam, ik zie een vlinder!’ Zon aan de hemel, blauwe lucht.

Ik voelde me rijk. Ik voelde me blij. Druk? Jazeker, maar dat past wel bij mij. In allerlei opzichten. Zoveel redenen ook om dankbaar te zijn. Dat er naast een volle agenda, ook zoveel rust mag zijn. Ook de rust om te genieten van de grote en de kleine dingen om mij heen. Zolang je dat maar blijft ontdekken en de tijd voor neemt, ren je niet zo snel jezelf voorbij.

 

Beurtbalkje

Tags

, , , ,

‘Hoe noem je dat ding dat op de lopende band bij de kassa wordt neergelegd om de boodschappen van de één te scheiden van de ander?’ en hij keek de anderen aan tafel triomfantelijk aan. Hij herhaalde een vraag uit de inburgeringscursus. Wij haalden onze schouders op. ‘Stokje’ zei ik nog zeer suf. Toen niemand het bleek te weten, gaf hij het antwoord maar: ‘Beurtbalkje!’

Beurtbalkje! Bij een inburgeringsexamen willen we dus graag dat het beurtbalkje goed tussen de oren zit van de medelander die graag Nederlander wil worden. Het is toch enigszins lachwekkend. Niet dat een beurtbalkje onbelangrijk is. Integendeel. Het geeft alleen maar chaos als dat beurtbalkje niet netjes tussen de boodschappen wordt neergelegd. Voor je het weet betaal je mee aan een paprika dat net te dicht tegen jouw waspoeder aankroop. Zeker super nuttig, zo’n beurtbalkje.

Beurtbalkjes. Wie heeft toch bedacht dat dat woord goed ingeburgerd moet zijn? Dat moet dan bijna wel een gefrustreerd persoon zijn. Iemand die waarschijnlijk bij de rij van de kassa stond, een winkelkar steeds voelde drukken tegen zijn of haar achterwerk. Bij wie de voorganger het beurtbalkje niet achter haar boodschappen plaatste, omdat die dacht dat de volgende dat moest doen. Vervolgens plaatste gefrustreerd type het beurtbalkje dan maar zelf, terwijl die ondertussen alsmaar bozer werd op de bumperklever achter zich. Van die duwers die denken dat als je maar hard genoeg drukt de persoon voor je vanzelf wel verder naar voren schuift. Dat doe je uiteraard niet, eigenwijs als je bent. Dat dan ineens jouw prei wordt gepakt, omdat de caissière haar weekend doorneemt met haar collega tegenover haar en de prei gedachteloos oppakt.

Dan knapt er ineens wat. Ineens is het genoeg. Gefrustreerd type loopt rood aan. Geeft de kar achter zich een iets te hard zetje en roept bijna stampvoetend: ‘Dat is mijn prei! Hij ligt toch overduidelijk achter het beurtbalkje!!!!!’

Het moet wel zo zijn gegaan. Toen gefrustreerd type later bedaard was en achter het bureau kroop om het inburgeringsexamen samen te stellen, werd het beurtbalkje er aan toegevoegd. Het is belangrijk te weten dat Nederland een democratie is, dat in dit land zowel mannen als vrouwen werken, wat onze hoofdstad is, maar minstens zo belangrijk is het beurtbalkje. Tevreden leunde iets minder gefrustreerd type achterover in de stoel, glimlachend.

Zo mijmerde ik vandaag. Ik zal het woord nu nooit meer vergeten.

‘Maar ja, wie weet dat nou?’ vraag ik aan Zahra terwijl we in de supermarkt zijn. Als we in de rij staan, vraag ik baldadig aan de man voor mij of hij mij het beurtbalkje wil geven. De man pakt het beurtbalkje en kijkt me vervolgens lachend aan. ‘Alstublieft mevrouw, u bent goed ingeburgerd!’

Kop in de zon, wind in de rug.

Tags

, , ,

Kop in de zon, wind in de rug.

Meisje op een kinderfiets. Slingerend over de schelpenpaden door de duinen van Ameland. Hier was de rust en vrijheid, hier kon ik onbevangen kind zijn. Zorgeloze weken, waarin ruimte was om op pad te gaan. Vaak samen met mijn zussen erop uit ging. We bouwden hutten tussen de struiken, stapten af om bloemen te plukken, snoven de zeelucht op. Dat gevoel van ongekende vrijheid, van zoveel moois om mij heen en gewoon maar gaan en ontdekken….Ameland was voor mij, naast onze grote tuin, een klein stukje paradijs.

IMG_4271

De zee altijd dichtbij. Golven hoog en soms ook heel bedaard. Geen besef van tijd, eindeloos je gedachten laten gaan en achterlaten op het strand. Met je zonverbrande rug de duinen inlopen en meer dan anders voelen dat God bij je is. Ook als de zee op de achtergrond komt, de branding niet zichtbaar is en er geen schelpenpad meer is die je uitnodigt om onbevangen op weg te gaan.

Kop in de zon en de wind in de rug.

Het ‘Ameland-gevoel’ is een gevoel van kleine momenten in de tijd. Momenten waar ik met heimwee aan terugdenk. Dat zorgeloze, dat vrije, dat diepe gevoel van alles kunnen loslaten. Dat gevoel is niet meer zo alledaags. Er is zoveel wat me bezig kan houden, wat me diep, heel diep kan raken. Zoveel waar ik druk mee ben en wat mijn energie vraagt en vergt.

Nee, het leven is niet altijd kop in de zon en de wind in de rug. Integendeel. Ik heb heel wat duwtjes nodig gehad om verder te kunnen komen, om door te trappen. Ik zie om me heen ook zoveel mensen die een duwtje nodig hebben. Ik zie jou. Ik gun je zo die kop in de zon en de wind in de rug. Moedeloos word ik vaak van zoveel verdriet en gemis.

Hoe harder het regent en hoe meer het stormt, hoe meer ik mijn ogen even sluit.

img_0657

Stilte. Tijd nemen. In gedachten weer even op dat schelpenpad, blond meisje op een kinderfiets. Zingend, dromend de berm inrijdend en ontdekken dat er meer is dan dat. Gewoon maar stil zijn en je verwonderen. Je gedachten neerleggen in een persoonlijk gebed. Ultiem gevoel van loslaten van alles wat je te lang met je mee hebt gezeuld.

Ik stap weer op. God gaat mee. Ook in de tegenwind en de hagelbuien. In de storm en de mist, als je bijna niets meer ziet. Daar vertrouw ik op. Dat is een diep gevoel dat ik altijd met me meedraag en die zorgt dat ik ondanks alles onbevangen op weg kan gaan.

Kop in de zon, de wind in de rug.

Fiets je mee?

‘Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur.’

Tags

, , ,

‘Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur…’ geijkte opmerking die galmde door de auto als we op vakantie gingen. Volgens mij heette vroeger een kinderprogramma zo. Later, bij ons eigen huis, bleven we het zeggen als we de weg opreden en voorbij het huis reden. Op weg naar ons vakantieadres, nog even zwaaien: ‘Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur.’

Zojuist hebben we voor het laatst het pad aangeveegd. Het huis doorgelopen en vervolgens bij de notaris onze handtekeningen gezet. Ons oude huis is nu echt niet meer van ons. Het is goed zo, we zijn immers superblij met ons nieuwe huis. Een huis met zoveel meer ruimte voor ons als gezin, maar ook met zoveel meer mogelijkheden om gastvrij te kunnen zijn. Een huis wat bij ons past. Het voelt ook echt als thuis.

De afgelopen tijd was druk. We moesten het nieuwe huis inrichten en het oude huis leeghalen. Verhuizen in december is niet aan te raden. De vloerbedekking moest eruit, de schuur moest worden opgeruimd en de zolder worden leeggehaald. Dat laatste was zeker een klusje. Daar stond een voorraad aan spullen opgeslagen. Van trouwjurk tot matrassen, koffers, puzzels en de kinderwagen. Wat kan je als mens veel verzamelen, waar je vervolgens niets meer mee doet. We hebben veel weggedaan, maar ook mooie herinneringen bewaard en herontdekt. Foto’s, knipsels, schoolkrantjes en een koffer vol brieven.

Vanmorgen zaten mijn man en ik te wachten in het oude huis. Het was erg vroeg en we misten de koffie. Ik keek rond in de kale woonkamer. Totaal ontdaan van alle gezelligheid en warmte. En toch zaten we hier heel knus samen te wachten. Zittend op de vensterbank. Zoals we meer dan vijftien jaar geleden ook samen dit huis introkken. Dit was echt ons huis en ons ‘thuis.’

Thuis maak je samen. Je huis is uiteindelijk maar een huis van stenen. Dat gevoel dat je ‘thuis’ bent, voel je bij een ander. Een plek waar je ruimte hebt om jezelf te zijn, ook in je kwetsbaarheid. Dat gevoel wens ik je toe, bij je partner of je gezin, bij vrienden en mensen waar je veel van houdt. Dat tintelende gevoel van binnen dat de bevestiging geeft: ‘Bij jou is het veilig, bij jou voel ik me thuis.’

Een huis verkoop je en dan is het niet meer van jou. Thuis neem je mee, mag je uitdragen en ontvangen, waar je ook bent!

‘Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur…..’

(Onderstaand lied van Marco Borsato vond ik toepasselijk. Ik twijfelde wel. Thuis is niet altijd zo zoals Marco het verwoordt. Niet in alle huizen voelt het veilig en vertrouwd. Des te meer reden om het ‘thuis’ gevoel uit te dragen aan mensen om je heen, het is soms meer nodig dan je denkt. Ik hoop dat je, als je eigen huis niet veilig of warm aanvoelt, er mensen om je heen zijn waar je je thuis voelt en thuis mag zijn)

Ondersteunen

Tags

, , , ,

Machteloos voel ik me soms. Ik zou willen dat ik meer kon doen voor de ander. We zeggen zo vaak in de kerk dat we ‘elkaars lasten’ dragen, maar ik kan heel veel moeiten en verdriet niet op mijn schouders nemen. Er zijn veel zorgen en problemen, waarbij je een luisterend oor kunt bieden of kan bidden met de ander. Dat zeker. Ziekte, zorgen en moeiten, het blijft iets wat je als naaste vaak niet kunt overnemen. Zelfs niet voor een deeltje. Dat voelt machteloos.

Ik moest denken aan Mozes. Alweer. Mozes die de staf opheft naar God, terwijl het volk Israël vecht tegen de vijand. (Exodus 17:8-16). Als de staf omhoog geheven was, won het volk. Liet Mozes de staf zakken, dan won de tegenstander. Mozes houdt de staf omhoog. De vermoeidheid slaat toe. Dan zijn daar ineens Aaron en Chur. Twee mannen die de taak en last van Mozes niet kunnen overnemen. Ze kunnen het wel lichter voor hem maken. Ze leggen een steen neer, waar Mozes op kan zitten. Wat ik het mooiste vind, is dat ze zijn armen ondersteunen. Daardoor konden Mozes’ armen opgeheven blijven.

Ik vind dat een treffend en sprekend beeld. Een taak of roeping kan jij als persoon op je nemen. Wat is het goed als er dan mensen om je heen zijn en staan, die je ondersteunen in de taak. Ziekte, moeiten, verdriet, mensen om je heen kunnen dat niet altijd van je wegnemen. Ze kunnen wel een schouder voor je zijn. Een schouder waar je op mag leunen, waar jij je hoofd mag neerleggen. Waarbij je mag huilen, mag praten, mag klagen.

Soms voelt het zo machteloos. Ik zou mijn armen breder willen uitstrekken en mijn schouders sterker voor de moeiten van anderen. Dat kan niet. Ik kan wel de ander ondersteunen, zodat de ander kan volhouden. Zodat de ander zich gehoord voelt en begrepen, woorden kan geven aan verdriet diep van binnen. Ik kan wel de handen vouwen, samen met de ander bidden.

Met je aanwezigheid een rustpunt zijn voor de ander. Op adem komen, ruimte om je hart te luchten.

Machteloos voelt het soms. Ik bid voor moed voor al die mensen die zoveel alleen moeten dragen. Ik bid dat we als omgeving daar oog voor hebben. Dat we zonder schroom er willen zijn voor de ander. Zonder vooroordeel, onvoorwaardelijk.

Ik pak je arm. Ik ondersteun je. Nee echt, je hoeft het niet alleen te doen. Wij staan om je heen. Waar we niet de zorgen kunnen overnemen, mag je wel op ons leunen. Blik omhoog, naar God gericht.