Zo mooi ben je!

Tags

, , , , ,

Zo mooi ben je!

Je bent geen korrel zand in een woestijn, geen ster in de oneindige ruimte. Zelfs als dat zo was, straal je je eigen schoonheid uit. Uniek en mooi, dat ben je. Geloof je dat?

Soms raakt de spiegeling je. Het liefst ontwijk je alles waar je jezelf in ziet. Waar is die onbevangen blik gebleven, die gewoon speels de winkelruit inkijkt? Of is dat er stiekem nooit geweest? Sloeg je altijd al ongemerkt je ogen neer? Grijze stenen onder je voeten, laag bij de grond. Grijs, zwart, grijs….

IMG_0273 (2)Kijk nou eens goed? Wat zie ik wat jij niet ziet?

Ik zie het in je ogen. De twijfel is er als ik het je zeg. Wegkijkend vertel je me dat je het allemaal niet zo ziet en voelt. Dat je het zo graag wil geloven, maar spiegelend aan anderen, schiet je steeds weer tekort. Net niet goed genoeg!

Misschien ontbreekt je de moed om te kijken. Durf je niet in de spiegel te bewonderen hoe mooi je bent gemaakt. Zullen we samen kijken? Jij en ik? Eerst veraf, tot we samen stappen maken, dichterbij. We kijken niet naar grijze haren, oneffenheden op de huid, wallen onder de ogen. We kijken naar wat dieper zit.

spiegelIk zie de pijn, de barsten en de krassen. Ik zie de kleuren die vervaagden en ik hoor zelfs de geluiden die kleiner maakten en onzeker. Tranen in je hart en ik huil met je mee. Sommige scherven maken het beeld wazig en misschien blijft er altijd iets wat gebroken is.

Dwars door alle scheuren heen, zie ik jou. Zo mooi ben je, zo waardevol. Je lichaamstaal, je blik, verraadt wie jouw Schepper is. Wonderbaarlijk mooi gemaakt. In jou mag ik iets zien van een stukje werkelijkheid, dat echte schoonheid in je hart zit. In wie je bent, mooi mens!

Ik sla mijn ogen op, ik spiegel me aan jou. Niet grijs, zwart, grijs….maar helderblauw.

Zo mooi ben je!

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Niet geschikt voor mij!

Tags

, , , ,

Sinds kort draag ik lenzen. Proeflenzen. Dat valt in de categorie: ‘Niet geschikt voor mij!’ Die categorie is bij mij gevuld met onderwerpen als: ‘rijbewijs halen (na 30 lessen wist ik het zeker!), make-up op doen (het kriebelt, mascara zit geleidelijk aan op mijn kin), hardlopen (ik fiets al genoeg, ik heb immers geen rijbewijs), breien (halverwege zit alles in de war) etc.’

niet geschiktIk heb wel een bril. Toen ik ooit rijlessen nam, moest ik wel. Die bril komt alleen tevoorschijn als ik tv kijk. Ik schaam me er namelijk een beetje voor. Dus neem ik voor lief dat ik wazig kijk in de verte. Ik zwaai wel eens terug naar mensen, zonder dat ik zie wie er naar me zwaaien. Ik zwaai ook wel eens naar mensen die, als ze dichterbij komen, totale vreemden voor me blijken te zijn.

Ik ken gelukkig heel veel psalmen en gezangen uit mijn hoofd, zodat ik aardig begrijp wat er op de beamer in de kerk geprojecteerd staat als we zingen. Met alle nieuwe liederen wordt dat lastiger, dan gok ik wel eens een mooi rijmwoord. Dat gaat niet altijd goed en dan kijkt één van mijn kinderen me lachend aan.

Lastig is het wel. Eigenwijs ook. Ik weet het. Dus ben ik toch naar de opticien gegaan. Met een zicht van 40% in de verte was het heel verstandig om een bril te dragen. Of lenzen. Ik koos voor het laatste. Dat moest ik toch kunnen? De stilzwijgende blikken die thuis onderling werden uitgewisseld, spraken boekdelen. Dat moedigde me nog meer aan om het toch te proberen.

psalm 121 (3)

Wat een drama! Die lens er in krijgen was lastig, maar eruit niet minder moeilijk. Dat vergt wat oefening. Toch kon ik zondag in de kerk alles kraakhelder zien op de beamer. Die lenzen werkten prima voor veraf….dichtbij werd een ander verhaal. Ineens werd lezen heel lastig. In de Bijbel zijn de letters heel klein en ik moest hem bijna richten op de nek van de kerkganger die voor me zat, om maar iets te kunnen lezen.

Dag twee van de proeflenzen begon ik te twijfelen of de ene lens wel goed zat. Zat de lens er eigenlijk wel in? Terwijl ik met mijn vinger voelde of ik hem eruit kreeg, zat ik alleen maar mijn eigen netvlies te irriteren. Dus daar was ik dan weer bij de opticien. Hij ging kijken en wist zeker dat ik lens verloren had. Had ik weer! ‘Ik voel hem wel!’ zei ik nog. Opticien ging nogmaals kijken met een kleurstof. Warempel, de lens zat er inderdaad nog en hij haalde hem eruit. Ik blij. Van korte duur, want door de kleurstof was de lens onbruikbaar. Er werden nieuwe proeflenzen besteld.

‘Ik dacht al dat het niets voor jou zou zijn!’ zei manlief lachend. Nee, dat dacht ik ook. Dan toch maar een bril? Poging twee van proeflenzen dragen, ging echter een stuk beter. Weliswaar had ik hoofdpijn en voelde ik me moe na een dag, had ik jeuk van de droge ogen, maar ik heb ze niet verloren.

lenzen (2)

Dapper ging ik vanmorgen weer naar de opticien voor controle. Ook weifelend. Want ja, veraf goed kijken is fijn, maar dichtbij alles kunnen lezen is ook wel prettig. Zeer geduldige opticien controleerde alles. Voor de droge ogen waren er wel andere soorten lenzen (weliswaar duurder) en tja…de sterkte. Ik moest er natuurlijk wel ontspannen doorheen kunnen kijken.

‘Lenzen had ik in de categorie ‘Niet geschikt voor mij’ moeten houden. Ik moet toch kunnen lezen, kunnen schrijven zonder dat ik Chinese tekens voor me zie? Moest ik nou werkelijk kiezen tussen veraf zien of dichtbij? Moest ik dan toch maar voor een bril gaan? Waar maak ik me druk om, brillen zijn hip en leuk en mooi. Waarom zou ik niet gewoon een bril dragen?’

Dat ging allemaal heel snel door mijn hoofd, terwijl opticien mijn ogen met een fel lampje bescheen en ik op zijn aanwijzen naar rechts en links moest kijken (wat ik in één keer goed deed! Ik moet namelijk ook altijd nadenken over wat links en rechts is). Hij hield een paar glaasjes voor mijn ogen, ik moest een tekst lezen. Hij krabbelde wat op een papiertje en mompelde binnensmonds.

‘Links doen we voor veraf, rechts maken we plus zodat je daarmee kan lezen’  doorbrak hij de serene rust in het kamertje. Ik wist niet dat het kon, maar mijn hartje maakte een sprongetje. Veraf kunnen kijken, dichtbij kunnen lezen. Er is nog hoop! Er worden nieuwe proeflenzen besteld, ik mag eerst weer uitproberen.

Mocht je me over een paar weken alsnog met een bril zien lopen, tja dan weet je het meteen: ‘Lenzen zijn niet geschikt voor Lydia.’

Lieve Iris!

Tags

, , , ,

Morgen neemt Iris afscheid van de basisschool. Ze telt de nachten af, zoveel zin heeft ze in de musical. Ik heb weinig met haar hoeven oefenen, ze regelde het allemaal zelf. Dat past wel bij haar. Iris gaat haar eigen gang, zoals ik als eens schreef in een andere blog.

Afgelopen weekend ging ik met haar een weekendje weg. Ze had gekozen voor den Haag. Samen in een hotel, het wat knotsgezellig. Heerlijk om er even uit te zijn, om alle beslommeringen even te parkeren. Om één op één contact te hebben met je kind. Ze genoot zichtbaar van alle aandacht voor haar alleen. IMG_0090

We hebben gewinkeld, alvast een nieuwe tas uitgezocht voor de brugklas. We bezochten museum de Gevangenpoort, want Iris houdt van geschiedenis. We gingen naar de zee. Daar werden we beiden heel erg blij van! Zij durfde wel in het reuzenrad en zo draaiden we samen rondjes terwijl we het uitzicht bewonderden.

iris groep 8Morgen neemt ze afscheid van de basisschool. Ze heeft heel hard moeten werken, want leren gaat niet altijd makkelijk. Tegelijk heeft ze ook redelijk onbezorgd de basisschool doorlopen. Ze had vriendinnen, voelde zich op haar plek en voelde zich vertrouwd bij de leerkrachten. Ze was gevoelig voor onenigheid in de klas, dat raakte haar wel. Maar over het algemeen….

…Iris ging gewoon haar gang.

Ik wist het ook al, maar dit weekend werd ik er weer zo door getroffen. Wat een lieve meid ben je Iris! Wat ben je ook gegroeid in het ontwikkelen van je eigen persoonlijkheid en wil. Dat laat je ook zeker horen! ‘Ik wil werken in een kinderdagverblijf, met kinderen. Of ik word fotograaf!’ Je hebt al zo duidelijk in beeld welke kant je op wil. Ik gun het je ook zo, dat je mag worden wie je graag wil zijn.

IMG_0183 (2)Lieve Iris. Iris Naomi, want zo heet je voluit. Die naam past bij je. Naomi betekent ‘Lieflijk‘. Je mag ook lekker puberen, je mag groeien, je mag genieten. Je hoeft niet alleen maar lief te zijn (maar dat ben je wel).

 

Wat ben ik trots op je.

 

Goed genoeg! (2)

Tags

, , , ,

Mijn bed was een groot schip. Ik zag het voor me, met mijn ogen dicht. De dekens over me heen getrokken, veilig en vertrouwd met mijn knuffel in mijn armen. Mijn knuffel ging altijd mee. De golven waren voelbaar en de zolder verdween. Ik dreef met mijn schip op de grote zee. Ver weg, het maakte niet uit waarheen.

zee 2 (2)Soms hing ik dromerig over de reling en raakten mijn vingertoppen het zeewater aan. Ik probeerde me te spiegelen in het water en de diepte te doorgronden, maar ik zag mezelf niet goed. Zelfs de hemel liet zich niet weerspiegelen, niet in het water van de zee. Niet op de plekken waar ik met mijn schip dreef.

Mijn gedachten liet ik lopen en ik besprak de dag in een kinderlijk gebed:

‘Ik had een onvoldoende op mijn rekenwerk, ik had slordig geschreven, de meester had het even goed benadrukt met een rode pen. Ik praatte te onduidelijk, te snel en het figuurzagen was werkelijk een groot drama geweest. Ik was gevallen over de drempel, ik had mijn knie bezeerd. Ik had naar buiten zitten staren, had gedroomd over mooie verhalen, maar dromen mocht ik niet.’

‘Sorry God, ik ben vandaag niet goed genoeg geweest.’

Mijn schip drijft niet zo vaak meer op zee. Ik ben geen watermens, zo bleek. Beide voeten op het strand, wel zo veilig. Zand dat mijn tenen kriebelt, de wind langs mijn haren. Ik vind het fijn. Dan staar ik naar de golven en de horizon en drijven mijn gedachten weg. Mijn tranen en mijn zorgen, ik gooi ze neer en de golven komen en gaan. Nemen al mijn woorden en gebeden mee.

marin 2In de spiegeling van de golven zie ik soms dat meisje met haar piekhaar, haar kromme schouders en haar dromerige blik.  Ze kan er ineens weer zijn. Door de golven, maar ook door de fluistering van de wind die me verhalen influistert: ‘Je bent niet goed genoeg geweest…’

Meisje toch!

Ik streel je wangen, ik pak je bij je schouders beet. Ik trek je naar me toe en troost je.

‘Kom maar, ik zorg wel voor je. Laat de zee maar vol lopen met je tranen, laat de wind je gebeden vangen. Laat de hemel blauw zijn, helder en zonovergoten. Laat de horizon verschijnen en kijk. Kijk je ogen uit!’

Ik kijk omhoog. Goed genoeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Hoe lang nog?’

Tags

, , , , , ,

Omringd door familie komen de verhalen los.

In het middelpunt van de kamer ligt ‘moeder’. Broos en kwetsbaar onder een gebloemd laken. De ademhaling stokt zo nu en dan, de gezichten zijn gespannen totdat er weer een teken van leven hoorbaar is. ‘Hoe lang nog?’ maar we kunnen het niet zeggen. Sterven doet iedereen op zijn eigen ritme.

Intiem moment van samenzijn. Van delen van emoties en bevestiging zoeken: ‘Heeft moeder geen pijn? Is ze niet benauwd?’ Van een hand vasthouden en een streling over de wang. ‘Ga maar mama, laat maar los. We zijn bij je.’

IMG_0070 (2)Verhalen over haar leven, haar ontmoeting met haar man, haar werk, mooie herinneringen gaan rond. Ze worden verteld en er wordt gelachen. Dan weer fluisterend, gedempte geluiden in de nacht. Tergend langzaam tikt de tijd door. ‘Hoe lang nog?’ ze willen het zo graag weten.

‘Blijf maar bij haar, ze is met het laatste stukje bezig’ de stilte is voelbaar als ik dat zeg. De laatste ademhaling, de polsslag is verdwenen. De tranen stromen, de emotie van naasten die moeder het sterven gunnen en tegelijk nog zo gehecht zijn aan haar.

‘Voel de warmte maar, raak haar maar aan. Zullen we haar samen wassen? Kam jij haar haar? Hier is mijn schouder, huil maar!’

We staan samen bij het bed, mijn collega en ik. Onze nachtdienst zit er bijna op. Een laatste groet aan ‘onze’ bewoonster en de naasten. Serene stilte.

IMG_0072Juist op die momenten voel ik waarom ik zo graag in de zorg werk en waarom de palliatieve zorg me zo ontzettend aan het hart gaat.

‘Hoe lang nog?’ we horen de vraag keer op keer. In andere omstandigheden en bij andere naasten en soms sterft iemand ook alleen. Ik ervaar het als een voorrecht dat ik zo dicht bij mensenlevens betrokken mag zijn. Zelfs bij het kwetsbare moment van sterven, mag ik dichtbij komen.

Dat zijn de pareltjes in mijn werk, die ik graag deel. Er wordt al genoeg geklaagd!

 

 

 

 

 

Vingerhoedje vol

Tags

, , , , ,

In mijn blogs schrijf ik over mijn geloof en vertrouwen in God. Ik schrijf daarin ook over een stukje kwetsbaarheid dat er zeker ook is geweest. Lange tijd heb ik getwijfeld over Gods zorg voor mij. Ik wist wel dat Hij er was, daar haalde ik ook zeker troost uit. De hemel leek echter gesloten en ik was jaloers op mensen om mij heen die zo vol vertrouwen hun weg door het leven leken te gaan.

Ik zocht wel. Ik bad, voor mijn gevoel tegen een muur, maar ik vouwde mijn handen. Ik zocht zo naar Gods liefde en genade dat ik bij wijze van spreken een grote fles op tafel plaatste. ‘Toe dan maar, vult U het maar!’ Er werd echter niets gevuld, leegte bleef er. De fles was minimaal gevuld. Teleurstelling. Bevestiging voor mij dat God me niet hoorde.

Geen beker, zoals in psalm 23, die overstroomde. Er bleef onzekerheid en een ballast aan zorgen en pijn.

Dat is bitter. Daar word je als mens ook verbitterd van. Je wordt in je verbittering bevestigd, omdat er mensen zijn die niet door je muur van verdriet en pijn kunnen doorbreken of daarvoor weglopen. Ik geloof niet uit onwil, eerder uit onmacht. Bitter smaakt niet fijn.

IMG_0067 (2)‘Sluit de Bijbel maar voor even, ga God zoeken in de rust en in de stilte. In de natuur en in het loslaten van wat je jezelf oplegt, wat allemaal ‘moet’ in jouw leven met God’ zei iemand tegen me. Onbewust heb ik de flessen weggebracht. Die talloze flessen die ik maar bleef neerleggen, zodat Hij ze kon vullen.

Dat was het weghalen van mezelf uit het middelpunt met mijn ballast en mijn verdriet. Mijn pijn, mijn verbittering. Mijn zwelgen in zelfmedelijden. Dat was een stapje terugdoen en plaats maken voor Jezus. Uiteindelijk staat Hij in het middelpunt met Zijn lijden en sterven, ook voor mij.

Als je een stap terug doet, sta je naast anderen. Wie ben ik, om dan een fles op te houden? Ik zie jou en de ander, met het verdriet en de zorgen in je rugzak. Met je twijfel en je onzekerheid. Ik zie mensen die met vingerhoedjes vol, blij in het leven kunnen staan.

Gek is dat he? Dat je in een fles de leegte voelt. Dat het amper gevuld lijkt te zijn. Schenk je het over in een vingerhoedje, stroomt inderdaad je beker over.

IMG_0068 (2)God belooft ons zoveel. Hij vult ons echt. Hij heeft mij geleerd om niet te kijken naar anderen, want dat maakt jaloers, wantrouwig en bitter. Daar word je uiteindelijk niet gelukkig van. Geluk zit in het kijken naar wat Hij jou in handen legt. In je talenten en in je gaven, maar vooral in Zijn onuitputtelijke genade.

Tot aan de rand gevuld, kijk maar goed!

 

 

Moederdag

Tags

, , , ,

Nooit gedacht en nooit geloofd dat ik moeder kon zijn.

Hoe kon ik, vleugellam, mijn vleugels over mijn kinderen heenslaan? Ze beschermen tegen de stormen en de regen van het leven? Hoe kon ik, met een hart waar een muur om heen stond, mijn kinderen daar een plekje geven?

Vier kinderen rijker, want moeder werd ik wel. Stilletjes gehoopt, maar het had tijd nodig, zo bleek. Misschien wel jaren om te bouwen aan vertrouwen en te leren geloven dat wonderen bestaan. Om eerst mijn eigen ‘kind’ te leren kennen en daarvoor te zorgen en het te koesteren. Want ook dat was een weg.

iris en ik (2)Nooit gedacht en geloofd…

Dat ik zo kan genieten van mijn kinderen, elk met hun eigen unieke persoonlijkheden. Van een dochter die steeds meer op eigen benen gaat staan, haar eerste baantje achter de kassa, de lippenstiften in de kast. Van mijn zoon die zich zo kan laten gaan als zijn voetbalclub wint of juist verliest. Ongekend. Van een dochter die zo kan genieten van gezelligheid, van een stukje aandacht voor haar alleen. Jongste dochter die met haar grote ogen de wereld onbevangen inkijkt en zo’n heerlijke knuffelkont is.

Nooit gedacht en geloofd…

Ik met mijn scheurtjes, mijn deuken en alles wat ik maar bedenken kan. Ik werd het wel en ik geniet er van. In het besef dat er vandaag vrouwen zijn die niet moeder werden, die kinderen verloren en dat er vandaag mensen zijn die moeders missen. Daar sta ik vandaag (met gevouwen handen) ook bij stil, want dat raakt me evengoed.

cropped-image7 (2)

Nooit gedacht en geloofd….

Mijn hart was ruimer dan ik dacht. Ik kon mijn vleugels spreiden, hoe onbeholpen soms. Ondanks alles, kon ik dat wel. Soms knaagt de twijfel aan me. Ik ben niet de perfecte moeder , ik ben niet de moeder van de plaatjes uit de damestijdschriften. Als ik me spiegel aan anderen, zie ik de rimpels van mezelf. Dan is het niet goed genoeg en kan het zoveel beter. Als ik me spiegel, zie ik mezelf.

Ik zie ook hoe oneindig veel ik van ze hou!

Nooit gedacht….

Daar ben ik elke dag zo intens dankbaar voor!

‘Zuster Klivia, Livia…’

Tags

, , , , ,

‘Wij zijn familie van elkaar’ haar ogen stralen als ze dit tegen me zegt. Ik ontmoet haar in de gang, als mijn late dienst begint. Het is het eerste dat ze tegen me zegt. ‘Zijn wij familie?’ vraag ik haar. ‘Ja, wij zijn ver familie van elkaar’ en ze kijkt er heel gelukkig bij. Dat vind ik dan wel fijn. Ik laat het verder rusten.

De week daarna zijn Iris en Marin vrij van school. Een hele dag en ik heb een vroege dienst. Daar had ik natuurlijk weer geen rekening mee gehouden. Marin vindt het wel leuk om ’s middags bij mij op de groep te komen. Eerst wat onwennig, maar uiteindelijk helpt ze mee met de koffie of gaat ze in een hoekje zitten lezen. Deze middag helpt ze mee bij de bingo. Ze helpt een mevrouw met het zoeken van de getallen.

uniform (3)Als ze op de groep komt, vertel ik de bewoners dat dit mijn dochter is. Dat is interessant en alle hoofden draaien zich naar haar toe. ‘Oh dan is dat mijn achternichtje!’ zegt mevrouw enthousiast en ze kijkt me wederom heel gelukkig aan. Nu herinner ik me ineens weer dat ze laatst zo blij was dat we familie van elkaar bleken te zijn. Ik ben nu wel benieuwd waar ze dat ineens vandaan haalt.

Weer een week later vraagt ze hoe ik ook alweer heet. ‘Amelia, Livia, Klivia…’ somt ze op. ‘Ik heet Lydia, maar Klivia is ook prima hoor’ zeg ik lachend. ‘Mijn moeder noemt me ook wel eens zuster Klivia’ voeg ik er aan toe. De hele dag luisterde ik dus braaf naar de naam ‘Klivia’. Dat had ze goed onthouden.

Als deze week de dochter op bezoek komt, wil ik toch eens vragen waarom mevrouw denkt dat ik familie ben. Nieuwsgierig als ik ben, dat snap je. Dochter begrijpt het wel. Moeder heeft een achterkleindochter, haar kleindochter, die Livia heet. Toen zij geboren werd en ze aan haar moeder vertelde wat de naam was, had ze meteen gezegd: ‘zo heet een zuster ook!’ Ze had de namen door elkaar gehaald, Lydia en Livia. Daarmee was ik als naam verbonden aan die van haar telg en vandaar dat ik bijna een plekje kreeg in de stamboom.

stamboomGisteravond zaten we aan de koffie met de bewoners. Mevrouw zat tegenover me. ‘Lydia heet jij’ zei ze terwijl ze me in de ogen keek. ‘Livia, Lydia…’ ze was het voor zichzelf aan het herhalen. ‘We waren bijna familie he?’ zei ik tegen haar. ‘Bijna wel!’ antwoordde ze met een twinkeling in haar ogen. ‘Nou, je zult er maar zo één in je familie hebben’ zei ze plagend en ze keek de andere bewoners veelbetekenend aan. Daar moest ik erg om lachen. ‘Dan was ik vast het zwarte schaapje’ flapte ik eruit. ‘Oh nee’, zei ze ineens heel serieus ‘dat zeker niet!’

‘Je gaat toch niet weg?’

Tags

, , ,

‘Je gaat toch niet weg?’ en ik zie de teleurstelling op het gezicht van Marin. Niets is fijner dan dat ik er gewoon ’s avonds ben. Dat ik niet naar mijn werk hoef en dat ik niet naar een fractieoverleg hoef of welke afspraak dan ook.

‘Je gaat toch niet weg’?’ het raakt me als ik het zie in de ogen van mijn kinderen. Als ze ergens heengaan, iets gaan doen wat lastig voor ze is. Ik kan hun hand niet altijd vasthouden, er zijn momenten dat ze het echt alleen moeten doen. Laat ik ze los, maar het liefst zou ik ze met beide armen willen vasthouden.  ‘Hier, blijf maar dicht mij en ik blijf gewoon bij jou.’

handen

‘Je gaat toch niet weg?’ ik lees die angst vaak in de ogen van de bewoners in het verpleeghuis waar ik werk. Als je ’s nachts even komt kijken, de dekens weer glad strijkt en ze probeert gerust te stellen. Moment van stilte, van geborgenheid. Met dat je opstaat, verbreek je de rust. Is alles weg, wat er net nog wel was. De angst die ineens weer voelbaar is. Dat je niet de hele tijd op de rand van hun bed zal zitten en de hand zal vasthouden in jouw hand. ‘Je gaat toch niet weg?’ maar je weet het antwoord al.

‘Je gaat toch niet weg?’

Een gevoel dat vandaag naar me toegezonden werd, gewoon door een blik, maar ik zag wel de angst. Ik had de neiging om maar te blijven, maar ik ging toch. Het voelde verdrietig, ook bij mezelf.

IMG_9253 (2)Was het een herinnering? Pijnpunt? Of was het een gevoel van falen en tekortschieten? Gevoel dat hoort bij loslaten? Ik weet het eigenlijk niet zo goed.

Uiteraard viel het mee, was het allemaal gegaan zoals het moet. Met hobbels en drempels en een berg onzekerheid, dat wel. Soms moet je weggaan, om iemand ook zijn eigen weg te kunnen laten gaan. Maak maar fouten, maak een omweg en leer te vragen. Wees maar trots met de stappen vooruit, zelfs als het kleine stappen zijn.

‘Je gaat toch niet weg?’ soms is het een vraag waarop je enkel de bevestiging zoekt. Dat weten, dat diepe besef: ‘Straks, ben jij er weer!’

 

 

 

 

 

Geuren

Tags

, , ,

‘Dank u voor alle bloemengeuren…’ als we die zin zingen in de kerk (couplet van het lied: Dank U voor deze nieuwe morgen) wordt er wat gegrinnikt in de rij. Kijken we als gezin mijn man aan. Mijn man kan namelijk helemaal niet goed tegen geuren, dus ook niet tegen veel bloemengeuren.

2014 maart buiten 011Nagels lakken en weer afpoetsen met Aceton kan niet hier in huis. Dat hebben de meiden wel eens gedaan en manlief sliep toen noodgedwongen op de bank. De hele bovenverdieping rook er naar. Vuurwerk en paasvuren hier in de omgeving, zorgen voor brandende ogen en hoofdpijn. Naar de kerk gaan op zondag lukt wel, maar daarna heeft hij last van alle geuren van parfums die hij om zich heen heeft gehad.

Ontloop maar eens de geuren.

Dat is lastig, maar we zijn er hier thuis wel aan gewend. Geurkaarsen branden hier niet en er staat geen vuurkorf in de tuin die gezellig brandt. Onze neuzen zijn inmiddels zo getraind, dat we ongeveer wel weten welke geuren wel en niet kunnen. Ruikend aan parfumflesje kijken we elkaar aan en zeggen: ‘Daar kan papa niet tegen.’ Bepaalde wasverzachters of luchtverfrissers zal ik nooit kopen, omdat ze te sterk ruiken. De barbecue steken we liever niet aan.

IMG_9093 (2)Ontloop maar eens de geuren.

Dat lukt mijn man niet. Geuren zijn er overal. Soms sterk aanwezig en soms heel zwak. Soms heeft hij er last van en sommige geuren kan hij prima hebben. Dus koop ik heus wel eens een bloemetje en hebben we ook wel geurtjes op. We houden er wel rekening mee, zoveel als we kunnen.

Eigenlijk zijn mensen ook personen die geuren afgeven. Soms een geur van meeleven en begrip, soms ook een geur van liefdeloosheid en elkaar niet verdragen. Soms een geur van vergeven en naast de ander willen staan, soms een geur van egoïsme en diepe haat. Het is fijn om te merken als een ander rekening met jou houdt, het raakt je diep als een ander je prikkelt met zijn eigen gelijk.

bloemOntloop maar eens die geuren.

Dat lukt je waarschijnlijk niet. Hooguit kan je zelf ervoor zorgen dat je een geur verspreidt waarmee je de ander niet kwetst en kwijt raakt. Dat je geur een geur is van verdraagzaamheid en de ander willen vasthouden. Hoe verschillend je ook bent.

‘Dank u voor alle bloemengeuren…’ we zingen het gniffelend, maar ondertussen ben ik zeker heel erg dankbaar voor al die fijne geuren die er om mij heen zijn!

Daar loop ik graag dwars doorheen!