Moederdag

Tags

, , , ,

Nooit gedacht en nooit geloofd dat ik moeder kon zijn.

Hoe kon ik, vleugellam, mijn vleugels over mijn kinderen heenslaan? Ze beschermen tegen de stormen en de regen van het leven? Hoe kon ik, met een hart waar een muur om heen stond, mijn kinderen daar een plekje geven?

Vier kinderen rijker, want moeder werd ik wel. Stilletjes gehoopt, maar het had tijd nodig, zo bleek. Misschien wel jaren om te bouwen aan vertrouwen en te leren geloven dat wonderen bestaan. Om eerst mijn eigen ‘kind’ te leren kennen en daarvoor te zorgen en het te koesteren. Want ook dat was een weg.

iris en ik (2)Nooit gedacht en geloofd…

Dat ik zo kan genieten van mijn kinderen, elk met hun eigen unieke persoonlijkheden. Van een dochter die steeds meer op eigen benen gaat staan, haar eerste baantje achter de kassa, de lippenstiften in de kast. Van mijn zoon die zich zo kan laten gaan als zijn voetbalclub wint of juist verliest. Ongekend. Van een dochter die zo kan genieten van gezelligheid, van een stukje aandacht voor haar alleen. Jongste dochter die met haar grote ogen de wereld onbevangen inkijkt en zo’n heerlijke knuffelkont is.

Nooit gedacht en geloofd…

Ik met mijn scheurtjes, mijn deuken en alles wat ik maar bedenken kan. Ik werd het wel en ik geniet er van. In het besef dat er vandaag vrouwen zijn die niet moeder werden, die kinderen verloren en dat er vandaag mensen zijn die moeders missen. Daar sta ik vandaag (met gevouwen handen) ook bij stil, want dat raakt me evengoed.

cropped-image7 (2)

Nooit gedacht en geloofd….

Mijn hart was ruimer dan ik dacht. Ik kon mijn vleugels spreiden, hoe onbeholpen soms. Ondanks alles, kon ik dat wel. Soms knaagt de twijfel aan me. Ik ben niet de perfecte moeder , ik ben niet de moeder van de plaatjes uit de damestijdschriften. Als ik me spiegel aan anderen, zie ik de rimpels van mezelf. Dan is het niet goed genoeg en kan het zoveel beter. Als ik me spiegel, zie ik mezelf.

Ik zie ook hoe oneindig veel ik van ze hou!

Nooit gedacht….

Daar ben ik elke dag zo intens dankbaar voor!

Advertenties

‘Zuster Klivia, Livia…’

Tags

, , , , ,

‘Wij zijn familie van elkaar’ haar ogen stralen als ze dit tegen me zegt. Ik ontmoet haar in de gang, als mijn late dienst begint. Het is het eerste dat ze tegen me zegt. ‘Zijn wij familie?’ vraag ik haar. ‘Ja, wij zijn ver familie van elkaar’ en ze kijkt er heel gelukkig bij. Dat vind ik dan wel fijn. Ik laat het verder rusten.

De week daarna zijn Iris en Marin vrij van school. Een hele dag en ik heb een vroege dienst. Daar had ik natuurlijk weer geen rekening mee gehouden. Marin vindt het wel leuk om ’s middags bij mij op de groep te komen. Eerst wat onwennig, maar uiteindelijk helpt ze mee met de koffie of gaat ze in een hoekje zitten lezen. Deze middag helpt ze mee bij de bingo. Ze helpt een mevrouw met het zoeken van de getallen.

uniform (3)Als ze op de groep komt, vertel ik de bewoners dat dit mijn dochter is. Dat is interessant en alle hoofden draaien zich naar haar toe. ‘Oh dan is dat mijn achternichtje!’ zegt mevrouw enthousiast en ze kijkt me wederom heel gelukkig aan. Nu herinner ik me ineens weer dat ze laatst zo blij was dat we familie van elkaar bleken te zijn. Ik ben nu wel benieuwd waar ze dat ineens vandaan haalt.

Weer een week later vraagt ze hoe ik ook alweer heet. ‘Amelia, Livia, Klivia…’ somt ze op. ‘Ik heet Lydia, maar Klivia is ook prima hoor’ zeg ik lachend. ‘Mijn moeder noemt me ook wel eens zuster Klivia’ voeg ik er aan toe. De hele dag luisterde ik dus braaf naar de naam ‘Klivia’. Dat had ze goed onthouden.

Als deze week de dochter op bezoek komt, wil ik toch eens vragen waarom mevrouw denkt dat ik familie ben. Nieuwsgierig als ik ben, dat snap je. Dochter begrijpt het wel. Moeder heeft een achterkleindochter, haar kleindochter, die Livia heet. Toen zij geboren werd en ze aan haar moeder vertelde wat de naam was, had ze meteen gezegd: ‘zo heet een zuster ook!’ Ze had de namen door elkaar gehaald, Lydia en Livia. Daarmee was ik als naam verbonden aan die van haar telg en vandaar dat ik bijna een plekje kreeg in de stamboom.

stamboomGisteravond zaten we aan de koffie met de bewoners. Mevrouw zat tegenover me. ‘Lydia heet jij’ zei ze terwijl ze me in de ogen keek. ‘Livia, Lydia…’ ze was het voor zichzelf aan het herhalen. ‘We waren bijna familie he?’ zei ik tegen haar. ‘Bijna wel!’ antwoordde ze met een twinkeling in haar ogen. ‘Nou, je zult er maar zo één in je familie hebben’ zei ze plagend en ze keek de andere bewoners veelbetekenend aan. Daar moest ik erg om lachen. ‘Dan was ik vast het zwarte schaapje’ flapte ik eruit. ‘Oh nee’, zei ze ineens heel serieus ‘dat zeker niet!’

‘Je gaat toch niet weg?’

Tags

, , ,

‘Je gaat toch niet weg?’ en ik zie de teleurstelling op het gezicht van Marin. Niets is fijner dan dat ik er gewoon ’s avonds ben. Dat ik niet naar mijn werk hoef en dat ik niet naar een fractieoverleg hoef of welke afspraak dan ook.

‘Je gaat toch niet weg’?’ het raakt me als ik het zie in de ogen van mijn kinderen. Als ze ergens heengaan, iets gaan doen wat lastig voor ze is. Ik kan hun hand niet altijd vasthouden, er zijn momenten dat ze het echt alleen moeten doen. Laat ik ze los, maar het liefst zou ik ze met beide armen willen vasthouden.  ‘Hier, blijf maar dicht mij en ik blijf gewoon bij jou.’

handen

‘Je gaat toch niet weg?’ ik lees die angst vaak in de ogen van de bewoners in het verpleeghuis waar ik werk. Als je ’s nachts even komt kijken, de dekens weer glad strijkt en ze probeert gerust te stellen. Moment van stilte, van geborgenheid. Met dat je opstaat, verbreek je de rust. Is alles weg, wat er net nog wel was. De angst die ineens weer voelbaar is. Dat je niet de hele tijd op de rand van hun bed zal zitten en de hand zal vasthouden in jouw hand. ‘Je gaat toch niet weg?’ maar je weet het antwoord al.

‘Je gaat toch niet weg?’

Een gevoel dat vandaag naar me toegezonden werd, gewoon door een blik, maar ik zag wel de angst. Ik had de neiging om maar te blijven, maar ik ging toch. Het voelde verdrietig, ook bij mezelf.

IMG_9253 (2)Was het een herinnering? Pijnpunt? Of was het een gevoel van falen en tekortschieten? Gevoel dat hoort bij loslaten? Ik weet het eigenlijk niet zo goed.

Uiteraard viel het mee, was het allemaal gegaan zoals het moet. Met hobbels en drempels en een berg onzekerheid, dat wel. Soms moet je weggaan, om iemand ook zijn eigen weg te kunnen laten gaan. Maak maar fouten, maak een omweg en leer te vragen. Wees maar trots met de stappen vooruit, zelfs als het kleine stappen zijn.

‘Je gaat toch niet weg?’ soms is het een vraag waarop je enkel de bevestiging zoekt. Dat weten, dat diepe besef: ‘Straks, ben jij er weer!’

 

 

 

 

 

Geuren

Tags

, , ,

‘Dank u voor alle bloemengeuren…’ als we die zin zingen in de kerk (couplet van het lied: Dank U voor deze nieuwe morgen) wordt er wat gegrinnikt in de rij. Kijken we als gezin mijn man aan. Mijn man kan namelijk helemaal niet goed tegen geuren, dus ook niet tegen veel bloemengeuren.

2014 maart buiten 011Nagels lakken en weer afpoetsen met Aceton kan niet hier in huis. Dat hebben de meiden wel eens gedaan en manlief sliep toen noodgedwongen op de bank. De hele bovenverdieping rook er naar. Vuurwerk en paasvuren hier in de omgeving, zorgen voor brandende ogen en hoofdpijn. Naar de kerk gaan op zondag lukt wel, maar daarna heeft hij last van alle geuren van parfums die hij om zich heen heeft gehad.

Ontloop maar eens de geuren.

Dat is lastig, maar we zijn er hier thuis wel aan gewend. Geurkaarsen branden hier niet en er staat geen vuurkorf in de tuin die gezellig brandt. Onze neuzen zijn inmiddels zo getraind, dat we ongeveer wel weten welke geuren wel en niet kunnen. Ruikend aan parfumflesje kijken we elkaar aan en zeggen: ‘Daar kan papa niet tegen.’ Bepaalde wasverzachters of luchtverfrissers zal ik nooit kopen, omdat ze te sterk ruiken. De barbecue steken we liever niet aan.

IMG_9093 (2)Ontloop maar eens de geuren.

Dat lukt mijn man niet. Geuren zijn er overal. Soms sterk aanwezig en soms heel zwak. Soms heeft hij er last van en sommige geuren kan hij prima hebben. Dus koop ik heus wel eens een bloemetje en hebben we ook wel geurtjes op. We houden er wel rekening mee, zoveel als we kunnen.

Eigenlijk zijn mensen ook personen die geuren afgeven. Soms een geur van meeleven en begrip, soms ook een geur van liefdeloosheid en elkaar niet verdragen. Soms een geur van vergeven en naast de ander willen staan, soms een geur van egoïsme en diepe haat. Het is fijn om te merken als een ander rekening met jou houdt, het raakt je diep als een ander je prikkelt met zijn eigen gelijk.

bloemOntloop maar eens die geuren.

Dat lukt je waarschijnlijk niet. Hooguit kan je zelf ervoor zorgen dat je een geur verspreidt waarmee je de ander niet kwetst en kwijt raakt. Dat je geur een geur is van verdraagzaamheid en de ander willen vasthouden. Hoe verschillend je ook bent.

‘Dank u voor alle bloemengeuren…’ we zingen het gniffelend, maar ondertussen ben ik zeker heel erg dankbaar voor al die fijne geuren die er om mij heen zijn!

Daar loop ik graag dwars doorheen!

 

 

 

Begraafplaats

Tags

, , , ,

Marin wilde graag een keer wandelen over de begraafplaats. Dat kwam omdat er een tijd geleden iemand overleed, die ze kende. We hadden afgesproken dat we dat een keer gingen doen en dat we dan een bloem bij het graf gingen neerleggen. Tot op heden was dat nog niet gebeurd. Terwijl ik naar school fietste, langs de begraafplaats, dacht ik: ‘Vanmiddag ga ik met Marin wandelen over de begraafplaats.’

Bij de bloemist haalden we tien witte bloemen. Zo konden we ook een bloem leggen bij het graf van anderen die we kenden. Bij het graf van het zusje van een klasgenoot, bij de zus van vrienden, bij de opa van….zo gingen we samen op pad.

begraafplaats 4 (3)‘Zeg mama, hoe ga je eigenlijk in het graf? Ga je dan met een kist erin of word je er zo in gelegd? Is het graf heel diep?’ zo vroeg Marin honderduit. Ik legde het haar uit, we liepen samen in de zon. We hadden een mooi gesprek. De vogels floten, de bloesem aan de takken van de bomen bloeiden volop. We keken naar al die graven en wat las ik veel namen van mensen die ik had gekend. Bij sommigen stonden we stil en het bosje met bloemen raakte langzaam op.

Het graf van de persoon voor wie we kwamen, konden we niet vinden. Dus liepen we rustig door. Rij na rij.

Soms vinden mensen het heel moeilijk om te praten over de dood en over sterven. Daar rust wel eens een taboe op. Dat merk ik in mijn werk, maar ook bij mensen om mij heen. Praten over de dood kan heel kwetsbaar zijn. Het raakt iets aan waar je liever niet mee bezig wilt zijn. Sterven raakt aan gemis dat je zelf hebt gekend, of aan angst voor wat daarna zal zijn.

Juist daarom vond ik het bijzonder dat we daar vanmiddag samen heel mooi en onbevangen over konden praten. We hebben gepraat over sterven, over de kist en over hoe erg het is als je jong overlijdt. De graven van kinderen maakte indruk op haar, maar vervolgens liep ze ook weer vrolijk verder. De namen opnoemend die ze las op de zerken. Meisje in de zon, meisje op een begraafplaats. Het was zo’n vreemd contrast. Toch was het waardevol.

begraafplaats 6 (2)Toen we het bijna hadden opgegeven, was daar ineens het graf dat we zochten. De laatste bloem legden we neer.

‘Kom, we gaan naar huis’ zei ik.

‘Mama ik heb een hele mooie middag gehad’ zei Marin terwijl we wegfietsten. Een buitenstaander zou denken dat we ergens een ijsje hadden gegeten na schooltijd, maar nee….we hadden gewandeld over de begraafplaats. Gekeken, gepraat en volop stilgestaan.

 

 

Voelborden

Tags

, , , , , , ,

Afgelopen week hebben we met twee teams voelborden gemaakt voor onze bewoners. (pg, dementie). Gezellig bij ons in huis. Eerst samen gegeten en daarna aan de slag gegaan. Voelborden zijn houten platen waaraan van alles bevestigd wordt, waar onze bewoners aan kunnen voelen! Dat kunnen knopjes zijn, ritssluitingen, zachte stofjes, of kralen. Van alles wat!

voelbord 4 (3)Het was waardevol om zo samen bezig te zijn. Niet alleen omdat we iets maakten voor onze bewoners. Ook omdat we dit met elkaar deden. Waar de ene collega op de bank de kraaltjes aan het rijgen was, was de ander aan het lijmen, ordenden anderen de spullen op het bord en timmerden weer anderen er op los (sorry buren). Ieder voor zich had spullen verzameld, bij elkaar werd het een mooi geheel.

Tijdens het maken van deze voelborden, kon ik het zelf ook niet laten om zo nu en dan even te voelen. Om het wieltje te laten draaien, het lichtknopje te beroeren en de zachte dweil te strelen.

voelbord 3 (2)Als ik in een kledingwinkel loop en er hangen donzige truitjes aan het rek, dan moet ik er ook altijd even met mijn hand langs gaan. Zachte vachtjes onder bloempotten bij de bloemist of tuincentrum krijgen altijd een aai van mij.

Vroeger had ik een zachte knuffelhond. Hij ziet er nu echt heel belabberd uit, ik heb hem nog. Hij is nog wel steeds zo lekker zacht. Als ik die hond in mijn hand heb, dan weet ik weer hoe gelukkig ik als kind was met hem. Ik ging echt niet slapen zonder die hond. Die hond lag bij mijn hoofd. Dan deelde ik mijn verhalen, wat ik had meegemaakt. Of ik vertelde hem verhalen die ik zelf had bedacht. Hij luisterde altijd. Hij ving mijn tranen op in zijn vacht als ik moest huilen en ik hield hem stevig tegen me aan als ik bang was. Mijn knuffelhond, ik kon niet zonder hem. Hij was gewoon zo superzacht.

Dat is hopelijk het effect van onze voelborden. Dat we bewoners uitdagen om knopjes in te drukken, stekkers in een stopcontact te steken, wieltjes rond de laten draaien, te voelen aan de gele huishoudhandschoenen. Dat ze in hun onderbuik geraakt worden. Herinnerd worden aan beelden, aan verhalen, aan momenten. Getroost worden in de wirwar aan emoties doordat ze de zachtheid voelen van een stukje stof. Streling van je gevoel. Dat ze herkenning vinden in de spullen, dat ze voelen, dat ze ‘zijn’.

voelbord 1 (2)Het was ‘toevallig’ dat we dit deden in de week van Zorg en Welzijn. Zorg is welzijn, en welzijn hoort bij zorg. Ik hoop dat de bewoners er gebruik van gaan maken en er iets mee kunnen.

Ik kom er graag naast staan en dan druk ik ook even stiekem de lichtschakelaar in. Nog een keer en nog een keer.

Gewoon omdat het leuk is!

 

 

 

Regen en zolder

Tags

, , ,

Soms kan ik met woorden niet goed zeggen wat me van binnen raakt. Dat is dan een klein gevoel van binnen, zomaar. Waar ik heimelijk om moet glimlachen, of waar ik stiekem een traan om laat. Soms vind ik het lastig om mijn gevoel te uiten, dat wat heel diep in mij zit.

zolderraam (2)Regendruppels op het dakraam en de zolder is weer terug. Geur van gras, van zwarte aarde, en ik schommel in de tijd. Heen en weer en dan weer terug. Soms is het er zomaar, in de grijze wolken en de wind die me te grazen heeft. Soms zijn het de klanken van muziek, herinnering aan tranen en een schreeuwend ongeduld.

Soms heb ik ineens heimwee naar het meisje die gewoon maar huppelde over de stenen. Dagelijks de drempels niet zag en struikelde tot vermoeiends toe. Die de bladeren liet vallen en de bloesem de wind in blies. Gehurkt onder de walnotenboom een eigen liedje zong. Voor de vlinders en de mieren, voor de libelle en de wormen. Meisje in de tuin, onbevangen, niet gehinderd door de tijd.

IMG_9770 (2)Soms kan ik niet zo goed  met woorden aangeven wat ik bedoel. Want dat meisje zit van binnen, heeft een plekje in mijn hart. Soms lijkt ze te glimlachen en dan lach ik met haar mee. Soms raakt ze ook de wanden aan, de muren erom heen. Hoor ik haar zingen in de regen, maar volg ik ook haar blik omhoog. Zoekend naar de armen om haar leven, zoekend naar de stralen van de zon.

Luisterend naar de regen op het dakraam, was de zolder ineens dichtbij.

Wonderlijk genoeg niet als een herinnering aan de eindeloze blik omhoog, om God te zoeken en te vinden. Als een angstig turen of Hij mij wel ziet. Nee, in de regen die in druppels op mijn ramen kletterde, zag ik in de glinstering de wolken, de lucht. Was daar vooral het gevoel dat ik dus eigenlijk niet zo goed kan beschrijven.

Het was niet enkel heimwee, maar vooral een diep verlangen, dat ik steeds meer mag beseffen en merken hoe dichtbij de hemel eigenlijk is. Ook als het regent. Hoe dichtbij God er altijd is, ook voor mij.

Soms kan ik met woorden niet goed zeggen wat me van binnen raakt.

 

 

 

 

 

Mosterdzaadje

Tags

, , , , , , ,

Deze week kwam sterven weer dichtbij. Bij vrienden, bij gemeenteleden van de kerk. Je probeert er te zijn voor de ander. Praktisch, maar ook met je troost en je aandacht.

Als je gelooft in God, is de troost in het leven dat er na de dood een leven bij God is. ‘Ze is thuis, ze is bij God, ze heeft het goed’ en ik hoor het mezelf zeggen. Ik geloof in die troost, maar het is soms ook de punt achter je meeleven. Want natuurlijk mis je de ander wel en is er een lege plek hier op aarde. In een gebroken leven, is er hoop en toekomst, zeker weten! Er is ook gemis en er mag ruimte zijn om te huilen en te rouwen.

mosterdzaadjeAl pratende zeiden we tegen elkaar dat we dat geloven, van harte, maar dat het zo ontzettend groots is en bijna niet voor te stellen. Zo makkelijk spreken we dat uit, mooie volzinnen op een ansichtkaart. Toch is het niet te bevatten.

Thuis. Bij God. Dat is troostvol dichtbij, maar onbegrijpelijk ver weg.

Vanmorgen moest ik ineens denken aan dat mosterdzaadje waar Jezus het over had. Het is misschien een vreemde gedachtenkronkel van mij. Ik denk altijd als eerste dat het mosterdzaadje gaat om de vraag om een groter geloof. Dat klopt ook wel, want in Lucas 13:5-6 wordt dat ook zo beschreven. Je geloof lijkt misschien wel klein, maar als het gaat groeien… ‘ komt er een boom, waar vogeltjes in nestelen’ bedacht ik mij, maar ik las het niet in dit gedeelte. Dus speurde ik verder.

Ja hoor, in Matteus 13: 31-32 vertelt Jezus ook over dat mosterdzaadje. Het allerkleinste zaadje dat er is, maar als je het plant, groeit het uit tot de grootste onder de struiken (dus geen boom). Zo groot dat er vogels in gaan nestelen. Het viel me op dat het hier niet gaat om ons geloof, maar om de vergelijking met het koninkrijk van de hemel. Dat zaadje, dat koninkrijk, nam iemand mee en zaaide het in zijn akker. Dat bloeide uit tot een grote struik.

Ik vond dat mooi om te lezen. Het koninkrijk van de hemel, dat is dichterbij dan je denkt. Dat draag je nu al mee in je leven. Misschien moet je dat zaadje van geloof en vertrouwen nog oppakken of ontvangen, misschien draag je het wel in je broekzak mee. Klein aanwezig, een stipje aan de horizon. Als je het gaat zaaien, ook door de woorden van troost die je uitspreekt, gaat het groeien.

We mogen dat in geloof elkaar voorhouden. ‘Ze is thuis, ze is bij God.’ Niet als een punt achter al ons meeleven, maar als een komma waardoor we steeds meer gaan vertrouwen op die werkelijkheid.

Dan kunnen we, dwars door tranen heen, zeggen:

‘Ik mis je. Ik huil om je lege plek. Ik weet dat jij het goed hebt. Jij bent bij God, Thuis. Er komt een dag, dan zie ik je weer terug en daar verheug ik me nu al op!’

 

 

 

 

Op expeditie

Tags

, , , , , ,

Zondag ging ik wandelen met Iris en Marin. Het mooie weer trok ons naar buiten. ‘We gaan op expeditie’ noemen we dat. Dat is gewoon op weg gaan. Lopen en weggetjes inslaan waar je het bestaan niet eens van kende. Om je heen kijken en mooie en grappige dingen ontdekken.

expeditie (2)Op expeditie gaan is niet met je neus in de plattegrond zitten. Integendeel. Het is voortdurend stilstaan, op je hurken kijken naar de mieren en bloemen. Of met je hoofd in de wolken, zoekend naar de vogel die je hoort.

Tijdens onze wandeling, expeditie, kwamen we van alles tegen. Een horde hardlopers, want er was een marathon.  Dus we sloegen bijtijds een zijpad in. We aaiden een pony, zagen overal in de berm de krokussen en sneeuwklokjes. Kwamen een boom tegen met een vreemde bult op de stam. We zagen er een gezicht in. We aten een broodje op een omgevallen stam van een boom en Iris en Marin renden een weiland over. ‘Kop in de zon, wind door de haren!’

knoest

Soms moet je je gewoon even losmaken van alles waar je mee bezig bent. Je hoofd leegmaken en gewoon maar gaan. Weggetjes ontdekken in je leven, waar je nooit bij stil gestaan had. Herontdekken wat er op je pad voorbij komt, wat eigenlijk heel vertrouwd is, maar wat je nooit zo had bekeken.

Alles uitstippelen heeft voordelen. En toch….Je voortdurend blind staren op een route die gelopen moet worden, met je neus in de plattegrond, heeft ook iets krampachtigs. Dat altijd maar voorovergebogen lopen, je blik naar de grond. Dan gaan al die mooie verrassingen en verwondermomenten aan je voorbij. Het is zo heerlijk om dat los te laten, de zon je wangen te laten kleuren, te rennen als een kind. Vrij en ongedwongen. Blij zijn met de warme stralen en de bladeren die je hoort fluisteren in de wind.

expeditie 2 (2)Of valt je dat niet op?

Op expeditie gaan. Gaan waar de weg je voert. Soms ook een olifantenpaadje nemend, of een pad inslaan waar niemand een pad in ziet, maar het stiekem toch wel is. Schatten verzamelen en mooie herinneringen en gesprekken.

Verwonderen, bewonderen, genieten dus!

 

 

 

 

 

Woordjes leren en presteren

Tags

, , ,

Gisteren overhoorde ik Aron. Engelse woorden moest hij leren. Zahra zat in de kamer, manlief ook. Wat serieus begon, werd toch wel wat hilarisch. ‘Wool‘ zei ik en Aron keek me vreemd aan. ‘Whooooo?’ zei hij vragend. Alsof ik een spook nadeed! Manlief glimlachte. Zo ging ik dapper verder met overhoren. ‘Rug‘ vervolgde ik, wat trouwens kleed betekent. Nu moesten zowel Arnold als Zahra heel hard lachen. Blijkbaar werkt mijn uitspraak op de lachspieren.

engels (2)Dat achtervolgt je dan een paar dagen. Eerst gisteravond en vanmorgen tijdens het ontbijt zei Zahra lachend: ‘Rug, he mama!’  In geschreven tekst kan de lezer mijn uitspraak natuurlijk niet horen, maar neem maar van mij aan dat ik dat niet heel Engels uitsprak. Hilariteit dus. Ik lach maar lekker mee en ik zit er ook niet mee. Ik weet wel waar ik goed in ben en waarin niet.

Dat lijkt deze week wel een beetje op de voorgrond te staan hier in huis. Ontdekken waar je goed in bent. Aron is bezig met de keuze van zijn vakkenpakket voor volgend jaar. In dat jonge puberbrein is dat best lastig te overzien. Wat vind je leuk en wat niet? Iris zit in groep acht en moet de keuze maken welk vervolgonderwijs ze gaat doen. Als de hormonen door je lichaam razen, de groeispurt ook best vermoeiend is, kan het zomaar lijken alsof alles gaat om resultaten en prestaties. Wie ben je zelf dan? Waar liggen je echte kwaliteiten? Is het erg als je ergens niet zo goed in bent?

iris rekenenIn deze maatschappij lijken prestaties het belangrijkste te zijn. Ik moedig mijn kinderen inderdaad ook aan om hun best te doen, eruit te halen wat mogelijk is en te schitteren in dat wat ze juist goed kunnen. Zo kan de een beter rekenen en is de ander supergoed in spelling. Is het ene kind heel goed in zingen en de ander in toneelspelen. Haalt de ene hele hoge cijfers en knokt de ander om er een voldoende uit te halen. Dat is buitenkant en belangrijk, zeker weten. Het belangrijkste vind ik wie je bent binnenin. Wie je bent als mens.

Ontdekken waar je goed in bent, het kan best lastig zijn. Omgekeerd is het soms ook moeilijk om toe te geven dat je iets niet zo goed kan, of helemaal niet kan.

Ik geef maar eerlijk toe dat ik wel begrijp waarom ze moeten lachen om mijn uitspraak Engels. Toch komen ze altijd wel naar mij toe om zich te laten overhoren. Gewoon omdat ik daar wel goed in ben en eindeloos door ga tot alles er in zit. Eventueel met een ezelsbruggetje die ze nooit meer vergeten. Dat is me gisteren ook gelukt. Aron vergeet het woord ‘Rug’ nooit meer.