Tags

, , , , ,

Ik heb je opgeschreven in mooie zinnen. Woorden waarin de taal ontbreekt. Ik heb je omgevormd in heel veel beelden en gedacht dat jij dat was. Mijn vragen, die ik hardop heb uitgesproken, ik was ze bijna weer vergeten. Mijn schaamte en mijn zelfverwijt, dat ik je niet zie, dat ik je niet vind in de plaatjes bij het verhaal.

Dus heb ik mijn teksten verscheurd. Mijn woorden liggen aan flarden voor me op tafel. Een prop papier die ik niet wil ontvouwen. Hier staan de woorden in beschreven, de tuin met zijn bloemen en de stenen waar ik altijd over struikelde. De kapotte knieën, de keukentafel met zijn kringen en krassen, de zolderkamer, de trap. In alles hoor ik mezelf roepen: ‘Waar ben jij?’

Ik wil je vernietigen. Ik wil je wegdoen en versnipperen, totdat er niets meer overblijft van wat wat jij niet bent. Dat wat jij niet bent, wil ik niet meer in woorden vangen. Ik wil je zien zoals je bent. Dus blijf ik zoeken, blijf ik vragen: ‘Waar ben jij?’ en meer nog ‘Wie ben je? Wie ben je dan voor mij?’

‘Oh God, word je nooit moe van mij?’

Ik zoek je in de kieren en de gaten, in de stilte en de rust. Ik zoek je in de bomen, de vogels, de bloemen en ik zoek je in de wolken, achter de grijze schimmen in de lucht. Ik zoek je in de regenbuien, in de druppels op het raam. Ik zoek je in de leegte, waar geen mens me tegemoet loopt.

Loop jij daar wel?

Ik zie de kreukels in mijn leven, ik hoor de stemmen in mijn hoofd. Was jij maar daar. Was jij daar maar om mij te omarmen, te koesteren, te laten weten dat er woorden zijn die kunnen sussen, al is het maar een fluistering. Of was jij daar en hoorde ik jou niet? Waren je armen er wel, maar durfde ik jou niet te voelen?

‘Oh God, durfde ik jou niet te voelen, maar was jij daar, bij mij?’

In de spiegeling van water, verborgen in de leegte, kijk ik naar de bodem en ik zie jou niet. Ik zie alleen de blauwe lucht, die mij vanuit het water aanstaart. Ik zie de zon en vooral haar glinstering. Ik zie mezelf. Ik kijk er graag langs heen, maar ik ben daar in het troebele water. In de leegte, in de stilte, in de rust.

In de leegte zit ik alleen. Ik zie mezelf.

Zit jij daar?