Tags

, , ,

Bellen blazen in de sneeuw. Dat deed ik met Marin. In de stilte van de tuin, staarden we samen naar de kleine sterretjes die zich er in vormden. Totdat de bel ineenkromp. Momentje van ons samen, we hadden er plezier in. Zo volop in de kou, de bellen laten zweven, laten rusten op de sneeuw. We keken zwijgzaam naar de spiegeling van binnen, de wereld op zijn kop.

Sneeuw is mooi. Ergens diep in mij zit er een kriebeltje van verrukking als ik zie dat er sneeuwvlokken naar beneden dwarrelen. Zo flinterdun, maar dan ineens ligt er toch een dikke laag sneeuw. Ik kan er met verwondering naar kijken. Buiten, met de zon op mijn gezicht, maak ik mijn dagelijkse ommetje. Geniet ik van de stilte die een wereld vol sneeuw geeft. Stilte, waarin alleen mijn voetstappen hoorbaar zijn. Knerpend geluid in de sneeuw. Dat vind ik mooi.

Sneeuw geeft ook een onbehaaglijk gevoel. Alsof ik in sneeuw koppie onder kan gaan, wat niet zo is. Sneeuw is verbonden met angst om te vallen, te glijden. Sneeuw is het gevoel dat ik niet vooruit kan komen, terwijl ik dat juist graag wil. Sneeuw is koud, levert mooie plaatjes op, maar bedekt de prille knoppen aan de takken. Ik kijk uit naar het voorjaar en de sneeuw bedekt dat uitzicht, dat gevoel.

Marin vindt de sneeuw geweldig. Gisteren liepen we samen een rondje. We keken naar de verschillende sporen in de sneeuw. We volgden de vogels die voorbij vlogen, we hadden alle tijd. Zoals ik de afgelopen maanden volop tijd heb gehad. Tijd om te denken, om te rusten, om te genieten van de natuur. Waar ik altijd vliegensvlug alles deed, moet het nu op het ritme van wat kan. Is er structuur in mijn dagen, afwisseling van rust en activiteit. Dan maakt het ineens niet uit of er sneeuw ligt, want ik hoef er niet snel doorheen. Ik hoef niet angstig sturend de glibberende paadjes te ontwijken. Ik hoef alleen maar op mijn gemak te lopen. Te wandelen, te genieten van wat is.

Een wintermens ben ik niet. Ik vind sneeuw mooi, maar ik kijk uit naar voorjaar, naar warmte. En toch, zo in alle rust van niets moeten, was de sneeuw minder onbehaaglijk. Was het meer dan een schilderij achter glas. Was het kijken naar de knopjes en bloemetjes aan de takken, bedekt met een laagje sneeuw. Was het wandelen en herontdekken van de schoonheid daarvan. Ook dit is mooie schepping en het kriebeltje in mij werd aangewakkerd. Kriebeltje van verrukking.

Kriebeltje van verrukking, ken je dat?

Ik voelde dat kriebeltje ook bij het bellen blazen. Zo onbeduidend, maar toch genoten we er samen van. Bleef ik kijken, staren naar de bol, waar kleine sterretjes zichtbaar werden. Ik keek vol verwondering naar die vederlichte bel, met zijn regenboogjes aan kleuren en zijn doorzichtigheid. Van de spiegeling en jezelf daarin ontdekken. Ik in de sneeuw, ik in de tuin. Als een kind zo blij.

Bellen blazend in de sneeuw, de wereld op zijn kop!