Tags

, , ,

‘Blijf zoveel mogelijk in je eigen biotoop’ is het advies van minister Grapperhaus aan Nederland om zo te voorkomen dat er meer besmettingen komen. Het doet me denken aan dat kinderliedje.

‘Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht, dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht….’ en dan? Wat volgt er dan? ‘….hm, hm hm……jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn.’ Ik kom er niet op en vraag het aan Marin. Marin kijkt me echter meewarig aan, terwijl ik haar naar de voetbal breng. Ik vond het een heel goed idee om in mijn eigen biotoop te blijven, mijn eigen bubbel, maar er moest toch iemand meefietsen.

Marin kent dit lied totaal niet.

Ik zal het ze inderdaad niet geleerd hebben. Ik associeerde dit lied altijd met straf. Dat komt door dat kleine hoekje waar jij en ik in dit lied zitten. Ik zie een meisje zitten, benen opgetrokken, hoofd op de knieën. In vond dat altijd wat triest en eenzaam aanvoelen. Als jij in jouw kleine hoekje zit, schuif ik liever naar je toe. Dan praten we samen, misschien wel honderduit. Lachen we, huilen we en als het nodig is dan raak ik je schouder even troostend aan.

We zitten echter in een hoekje. In dit liedje, in de wereld van vandaag. Dat is dus die eigen biotoop. ‘Jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn’. De anderhalvemetersamenleving, de beperkingen in het ontmoeten van elkaar. Ik mag graag even verdwijnen in mijn eigen bubbel, me wikkelen en verschuilen in mijn eigen gedachten en dromen. Voor even, niet zo lang. Ik mag ook graag de toenadering zoeken, het gesprek, de arm om de schouder. Kom maar hier!

Internet beantwoordt mijn vraag wat de tussenregel is: ‘…en Hij wenst dat ieder tot Zijn ere schijn’…..’ oh ja, het daagt weer. Ik dacht altijd dat het ‘ereschijn’ was en begreep niet goed wat het was. Er zijn ook meer coupletten, ze eindigen allemaal met dat kleine hoekje. Het hoekje wat nu in mij blijft rondzingen bij het horen van de term ‘biotoop’.

Schuilen in je eigen biotoop. Vanmorgen had ik daar zoveel zin in, maar ik fietste met Marin mee. De zon scheen, de regendruppels lagen glinsterend op de bladeren en het gras. Ik snoof de lucht van naaldbomen op en een eekhoorntje verdween in de struiken. Hoe mooi is dat! Ik werd er vrolijk van.

‘….jij in jouw klein hoekje….’

We kunnen elkaar wel zonnestralen sturen, we kunnen druppels laten glinsteren op afstand. We kunnen een geur verspreiden van aandacht en omzien naar elkaar en berichten sturen, het gesprek aangaan. Ook al is dat op afstand. Een kaarsje zijn, een lichtje zijn in een rare wereld waar we nu in leven.

Jij in jouw kleine hoekje en ik in ’t mijn.

Dat dus. En nu kruip ik weer even lekker weg in mijn eigen biotoop.

(Liedtekst is van Susan B. Warner, vertaald door A. Schroten en H. van ’t Veld en de muziek is van E. O. Excell)