Tags

, , , , , , , ,

Lente, zomer, herfst…seizoenen gaan en komen. De afgelopen periode was ik me daar erg bewust van. Ik zat er letterlijk met mijn neus bovenop. Een dagelijkse ademteug, inhalering van wind en lucht. Van volop geuren opsnuiven. Van bloesem, gemaaid gras en lavendel. In de stilte bij het water, mijn vaste stekkie, zag ik de bloemen in bloei komen. Ik zag de jonge vogels zwemmend in het water, ik zag de bomen volop in het blad.

Deze week zat ik er weer, op het steigertje, mijn voeten in het water. Het voelde koud. De bramen die nog aan de struik zaten, zagen er wat zielig uit. De bomen lieten zich wiegen in de wind. Nog even en de groene bladeren verdwijnen en dan genieten we van herfsttinten, wat ook prachtig is.

Het water te koud, de wind te guur, de regen om je heen. Ik nam met een beetje somber gevoel afscheid van de zomer. Van het plekje bij het water, waar ik zo heerlijk de rust kon voelen. Waar de schepping zo te voelen is, in de wind en in het water, in de meerkoeten en de ganzen, in de wolken en de zon op mijn gezicht. Waar de rietpluimen mij zien zitten en ze zwaaien voortdurend naar mij. ‘Speciaal voor mij’ denk ik stiekem, want ik zit daar toch alleen.

Elk seizoen heeft mooie beelden, maar hier aan het water zitten is fijn. Hier kan ik mijn gedachten ordenen en gewoon maar laten gaan. Hier kan ik eindeloos bidden voor iedereen die gebed nodig heeft, dank ik, klaag ik, kan ik huilen. Lees ik stukjes uit de Bijbel en schrijf ik in mijn kriebelige en onleesbare handschrift mijn gedachten op in een schrift dat altijd meegaat. Frustratie, maar ook veel pareltjes die ik juist nu zo ontdek. Soms schrijf ik ook niets, eigenwijs en tegendraads. Gewoon zitten en genieten. Dromend, eindeloos turend en mijmerend en vaak sluit ik mijn ogen. Dommel ik weg, maar slapen doe ik niet.

Ik vind het even slikken dat het water koud geworden is. Dat het écht herfst gaat worden en dat er minder rustmomenten zullen zijn hier. Hier in de rust geniet ik zo van de schepping. Meer dan ooit ben ik bewust geweest van de seizoenen. Het komt en gaat en komt weer terug. In de schepping is God. Dat ervaar ik in de rust en in de stilte, op mijn plekje op de steiger. Soms vraag ik ook eerlijk: ‘God, waar ben je dan?’ maar Hij is er wel. Ik zie het in de schepping, zo dichtbij is dat.

Al is het even slikken, God is niet alleen op ‘mijn’ plekje bij de steiger. Hij fietst met mij mee als ik weer naar huis ga. Zelfs als dat in een traag tempo gaat. Hij is erbij, in de wisseling van seizoenen, in alles wat we meemaken. In alle onrust, in de zorgen die er zijn, in het verdriet, maar ook in de mooie momenten waar we van mogen genieten.

Dus laat het dan maar herfst worden. Ik kleed me warmer aan en zie wel waar ik een bankje ontdek om op uit te rusten. Als het weer lente wordt, dan weet ik waar ik terecht kan. Met mijn voeten in het water en mijn gezicht in de zon!

Mooie schepping. Mooie God!