Tags

, , , ,

‘Volgende keer beter opletten’ zegt de medewerker en ze kijkt me doordringend, maar wel vriendelijk aan. Ze heeft zojuist mijn boodschappenkar gecontroleerd. Voordat ze begint, biecht ik haar op dat ik niet meer zeker weet of ik de frisdrank gescand heb. Dat klinkt best verdacht, maar het is de ingeving die ik ineens heb. Mijn gevoel klopt. De frisdrank is niet gescand door mij. Daardoor moet de medewerker al mijn boodschappen opnieuw inscannen. De rij achter mij is groot, mijn schaamte niet minder.

Het is echt per ongeluk. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen als excuus. Ik kan moeilijk een verhaal ophouden over focus en concentratie, die in de nasleep van corona wat moeilijk vast te houden is.

Boodschappen doen lijkt dan een tamelijk simpel klusje, maar de route tussen scanner pakken en afrekenen kent veel momenten van afleiding. Dat was altijd al zo, maar ik had er nooit hinder van. Aanbiedingen, het ontbreken van artikelen in het assortiment, een praatje met iemand die ik ken, de mobiel die afgaat. Voor ik het weet gaan mijn gedachten een andere kant op en leg ik artikelen zonder vooraf te scannen in de winkelkar. Maar ja…daar heeft die aardige en geduldige medewerker uiteraard geen boodschap aan.

Het voelt een beetje aan als vroeger op school. Ik heb er speciaal vanmiddag mijn schoolrapporten bij opgezocht. Ik weet niet anders dan dat ik vaak te horen kreeg dat ik te veel droomde. Zelfs in een rapport wordt het beschreven onder het kopje gedrag. ‘Dromerig, beleefd‘ in die volgorde. Dat vind ik wel grappig. Leraren vonden dat uiteraard niet grappig. Naast mijn snelle gebabbel en slordige handschrift was dromen iets wat niet hoorde. Dat leverde thuis het advies op om vooral strak naar de meester of juf te kijken, wat er ook gebeurde om mij heen. Ik deed mijn best, maar dromerige ogen verdwalen ook wel in verhalen als je kijkt in grijsgroene ogen.

Als ik een pagina verder kijk in het schoolrapport lees ik achter creativiteit: ‘Lydia doet haar best, resultaat vaak matig.’ Daar moet ik erg om lachen. Het typeert wel een beetje wat ik in deze nasleep ervaar. Ik doe zo mijn best, ik wil vooruit komen, van alles weer oppakken. Het resultaat is vaak matig en het kan allemaal niet in één keer.

‘Je had ook één komkommer niet gescand’ vertelt de medewerker als ze de nieuwe bon nakijkt. Ook dat nog. Ik heb een komkommer gemist. Ik weet niets anders te bedenken dan maar gedwee ‘sorry’ te zeggen. ‘Volgende keer beter opletten’ en met die ferme terechtwijzing kan ik door de poortjes richting uitgang.

Volgende keer beter opletten? Misschien kan ik maar beter aansluiten bij de kassa en de kassière het scannen laten doen. Dan is het resultaat waarschijnlijk wél goed en kan ik al dromend mijn boodschappen blijven doen.