Tags

, , , , , ,

Mijn leven staat een beetje stil. Dat is niet erg, dat is nou eenmaal zo. Ik herstel van corona en de nasleep is wat langer dan ik dacht. Ik doe mijn best, maar de lat hoger leggen werkt averechts. Dus probeer ik langzaam te lopen, langzaam te fietsen, langzaam de dingen te doen die nu eenmaal in huis ook moeten gebeuren. Het kost moeite, ik ben snel moe. ‘Even snel’ is er niet meer bij. Ik doe braaf de oefeningen van de fysiotherapeut, alles om de conditie weer op te bouwen. Ik ben nog nooit zo sportief geweest.

Het gaat heus wel iets beter. Ik sta niet meer eindeloos te turen naar de stelling in de supermarkt, omdat ik vergeten ben wat ik wilde pakken. Ik sta de caissière niet meer beduusd aan te staren, omdat ik al die vragen over zegels en kassabonnen probeer te begrijpen. Ik zeg nu overal beleefd ‘nee’ op en probeer mijn best te doen niets meer in de winkelwagen te laten liggen. Dat scheelt een extra fietstochtje. Ik lees weer boeken. Een thriller die ik voorheen binnen vier dagen toch heus wel uit had, heb ik in vier weken uitgelezen. De clou ging aan mij voorbij, maar hij is uit en ik ben bezig met de tweede. Kleine mijlpaaltjes.

Zo heeft de corona nog wel een nasleep, terwijl ik hem graag had uitgezwaaid. Zelfs al was dat zo, dan blijft het aan me hangen. Als de kapper vraagt of ik veel gewerkt heb en ik maar eerlijk aangeef dat ik corona heb gehad en al weken thuis zit, schrikt ze. Ze is maar wat blij met haar mondkapje en ze drukt hem steviger aan. Dat zie ik heus wel in de spiegel. Zelfs op het terras moet ik aangeven of ik corona heb gehad. ‘Ja, heb ik gehad’ en ik zie de paniek bij de jongedame. Ze had zich waarschijnlijk niet bedacht wat er dan moet gebeuren. ‘Dat was 9 weken geleden en ik heb geen corona meer’ en ik zie de opluchting als ik dat zeg.

‘Je bent de eerste die ik tegenkom met COVID-19’ is de veelgehoorde opmerking. Ik snap het wel en ik vind het ook niet erg, maar inmiddels voel ik me een collectors item. Een item waar men, vaak onbewust, meteen een stap extra afstand van houdt. Ik zie het gebeuren. Een paar meisjes uit de straat zeggen het niet hardop, maar Marin voelt haarfijn aan dat ze even niet met haar willen spelen. ‘Omdat jij corona hebt gehad’ en ze haalt haar schouders luchtig op. ‘Dan niet’ zegt ze, maar het raakt me wel.

Ik vind de nasleep lastig. Ik wil zo graag, maar het lukt nog niet zo snel. Daar geef ik aan toe, maar niet altijd van harte. In de nasleep zit ook veel stilte. Ruimte om na te denken, om te mijmeren en te genieten van kleine dingen. Ruimte om te huilen en ruimte om gewoon zinloos op de bank te liggen met Marin naast je. ‘Ik moet mijn benen scheren’ zeg ik en ze kijkt met me mee en ze wijst een lange haar aan die heel eenzaam daar groeit. ‘Je hebt een baardhaar op je been!’ en dan krijgen we beiden de slappe lach.

Het gaat nergens over en tegelijk betekenen die momenten zoveel in de stilte om me heen. Ik zet mijn schouders er weer onder en dan bak ik uit baldadigheid maar een taart. Citroentaart. Lekker zuur!

Onderstaand lied van Stef Bos gaat ook over ruimte. Elke zin zet je aan het denken en kan je over mijmeren. Ik heb er de tijd voor, misschien jij ook wel.