Tags

, , , ,

Ik heb in de tuin zitten wroeten, blote handen in het zwarte zand. Op mijn hurken, de zon op mijn rug.

Langzaam aan pak ik weer wat op, probeer ik meer in beweging te zijn. Eerst ging ik weer een blokje om lopen met Marin. Als je in het centrum woont, ben je niet zo snel buitenaf. Dus gingen we naar de oude begraafplaats bij ons om de hoek. Mooie oude bomen, gekromd en toch statig. Rododendrons in volle bloei, seringen langs het hek, bloemen die wat verwilderd over de graven heen groeien. Ik vind het allemaal even mooi. Ik geniet er samen met Marin van, ze huppelt over de paadjes.

IMG_1166 (2)

Gisteren, ook weer samen met Marin, een klein stukje gefietst. In een lager tempo dan anders, maar het ging. Samen naar een tuincentrum, vlakbij. Daar hebben we plantjes uitgezocht voor de tuin. Onze tuin was een groene massa, maar er stond nog weinig moois te bloeien. Eigenlijk konden we niet zo goed kiezen, alle planten en bloemen zijn mooi. We kozen en namen zoveel mee als we op onze fietsen mee konden nemen.

Daar zat ik dan gisteren op mijn hurken. Handen zwart van het zand, blote voeten in het gras. Volop zon. Geen drang om haast te maken, ik had alle tijd. Op mijn gemakje de verdorde bladeren weggehaald tussen de planten, het perk onkruidvrij. De gekochte plantjes in de grond gedaan. De bolletjes in de grond gedrukt, netjes in een rij, tien centimeter afstand van elkaar.

IMG_1164 (2)

Moe maar voldaan, bekeek ik het resultaat. Ik kan eindeloos kijken naar een tuin waar bloemen bloeien. De hommel bewonderen die zoemend om mij heen zoemt, de vlinder volgen in haar gefladder. Kijken naar de bladeren in de boom die wiebelen in de wind, alsof ze elkaar mooie woorden toefluisteren. Kijken naar een vogel, uitrustend op een omgekeerde emmer, het getjilp om me heen.

Gisteren zat ik in de tuin te wroeten, zoals het meisje van vroeger. Eindeloos wroetend in het zand. Ik was altijd op zoek naar schatten. Schatten waren de pissebedden onder een grijze steen, de wormen en de torren, de mieren op mijn hand. Onkruid wiedend zweefden mijn gedachten alle kanten op, ordende ik mijn hersenspinsels, stampte ik de grond aan. Gladgestreken zand.

Met de zon op mijn rug, voelde ik dat meisje naast me zitten. Ik omarmde haar. In haar gestuntel en haar dagdromen, in het eindeloos turen naar wat verder van haar af ligt. Onbereikbaar voor haar gevoel.

wp-1588850089372.jpg

Stapvoets pak ik de draad weer op. Het is fijn om weer bezig te zijn. Tegelijk ook bang om straks weer hollend op weg te zijn, in de drukte, in de dingen die ik zo graag doe. De stilte nu leert me op de hurken te gaan. De wind te laten fluisteren en de tijd te koesteren en te hebben om elke bloem in me op te nemen, op te snuiven. Ik hoop dat ik die momenten kan vasthouden, daar tijd voor vrij maak. Tijd neem, om maar gewoon te kijken en te genieten, te huppelen over paadjes die er zijn.

Wroetend in de aarde, laag bij de grond en de zon op mijn rug was ik blij. Blij met haar.