Tags

, , , , ,

‘Zullen we maar uit bed stappen?’ vraag ik Marin. Ik probeer in deze rare tijden, een beetje structuur aan te houden. Om acht uur vraag ik aan de kinderen of ze eruit gaan. Aankleden, eten, schoolwerk aanpakken. Manlief is er meestal bijtijds uit en werkt dan al achter de keukentafel en als ik beneden kom staat de koffie klaar.

De laatste tijd kruipt Marin weer bij me in bed ’s morgens. Net als toen ze kleiner was. Als ze manlief in de badkamer hoorde, trippelde ze uit haar bed en kwam verder slapen bij mij. Soms vertelden we elkaar wat we gedroomd hadden, kletsen alvast. Nu komt ze weer bij me liggen.

IMG_1076

‘Zullen we maar uit bed gaan?’ vraag ik weer. Marin wil niet en ze kruipt nog dichter tegen me aan. Bundeltje warmte, blond koppie onder mijn kin. Mijn hoofd op de hare. ‘We kunnen ook een lenteslaapje houden, heel lang slapen en dan…..’ ik wacht op haar antwoord. ‘Dan gaan we samen naar den Haag!’ zegt ze. Als afsluiting van de basisschool ga ik een weekend met haar weg. Marin wil naar den Haag, de zee zien. Daar verheugen we ons op, want ze heeft nog nooit de zee in het echt gezien. Ik hou van de zee, kan ook niet wachten.

‘Ben je bang dat dat niet doorgaat?’ vraag ik. Haar hoofd knikt bevestigend. ‘Het gaat door, desnoods later, maar we gaan een weekend weg!’ antwoord ik. De stilte vertrouw ik niet. ‘Of is er wat anders, waar zit je mee?’ vraag ik tenslotte. Dan komt het er ineens uit. Ze is bang dat ik ziek ga worden, omdat ik werk in de zorg. Ze krijgt natuurlijk wel het een en ander mee. Bij thuiskomst loop ik eerst naar de wasmachine, ik houd afstand  totdat ik fris en fruitig en omgekleed weer beneden ben. Ze krijgt mee dat de zorg in het verpleeghuis op dit moment intensiever is en dat het spannende tijden zijn.

IMG_0999 (2)

‘Ik ben bang dat jij ziek wordt en ik weet dat de kans klein is, maar ik ben zó bang dat je dat dan niet overleefd. Ik kan je niet missen!’ en er rollen tranen over haar wangen.

Bewust had ik juist met Marin zaterdag een eindje gelopen. Samen gepraat en ze zei wel dat ze bang was dat ik, papa of de opa’s en oma’s ziek zullen worden. Blijkbaar blijft het rondspoken in haar hoofd en nu ze het zo zegt raakt het me zo.

Ik knuffel haar nog steviger tegen me aan. Wat moet ik zeggen? Ik kan niet beloven dat mij niets zal overkomen. Ik kan alleen maar zeggen dat ik mijn best zal doen om goed voor mezelf te zorgen. ‘God is bij jou en bij mij, God is er ook bij als ik naar mijn werk ga’ maar zelfs dat vind ik ineens moeilijk om uit te spreken. Stel dat me wel iets overkomt, wat gaat er dan in haar hoofd om?

De dag moet maar even wachten. De koffie loop ik mis, die is inmiddels koud. Ik hou mijn dochter stevig tegen me aan.’Je mag altijd komen knuffelen hoor!’ zeg ik maar. ‘Ik zou willen dat we een lenteslaapje konden houden, dat we wakker worden en…’ …en dat het coronavirus is gestopt’ vult Marin aan.

Ja, dat zou fijn zijn.

IMG_0990 (2)

Tot die tijd zetten we onze schouders er maar onder. Ik weet dat er veel gebeden wordt, ook voor de zorg. Denk ook, als je wilt, aan de Marins onder ons. Kinderen, maar net zo goed volwassenen, die bezorgd en angstig zijn. Bang om de ander te verliezen.

Ik voel me daar machteloos bij, ik weet niet zo goed hoe ik die angst minder kan maken. Het is er. Het raakt me.

Ik knuffel je Marin.