Tags

, , , ,

Onderweg naar huis, zondagmorgen na de nachtdienst. Het is stil op straat. Dat is meestal zo op zondagmorgen, dan is het rustiger dan doordeweeks. Nu is het echter heel stil. In het kwartier dat ik onderweg ben op de fiets, kom ik welgeteld een man tegen met een hond aan de lijn en één hardloper. Dat is het. De straten zijn uitgestorven.

Ik hoor een specht. Ik hoor heel veel vogels, waar ik geen namen bij kan bedenken. Ik ben geen vogelkenner. Ik snuif de geur op van bloesem, wat staat alles mooi in bloei. Ik geniet er stiekem van. Ik snuif de stilte op, de rust. De straat voor mij alleen, zo lijkt het. Alsof de vogels voor mij zingen, want verder is er niemand die ze lijkt te horen.

wp-1585063142062.jpg

Zo rustig en stil op straat. Ik zou er eigenlijk volop van moeten genieten. Van stilte die er is en van diepe rust dat als een dekentje om me heen gewikkeld is. In de hectiek van alledag, kan ik zo genieten van stilte, van rust. Van momenten dat je tot rust komt, door de stilte en soms ook door een goed gesprek of door gebed.

Ik mag werken. Ik ervaar het als een voorrecht dat ik dat mag doen. Het is fijn om ook op die manier even onderweg te zijn. Die momenten op de fiets, kop in de zon en de wind langs je haren. Hét moment om al je gedachten te ordenen en het maar van je af te laten glijden. Met de wind mee zweven mijn gedachten, mijn gebeden, mijn vragen, mijn bewondering voor alles wat zo mooi geschapen is. Ze zweven en vinden hun weg omhoog.

Stilte en de vogels zingen hun lied.

wp-1585064116900.jpg

Het voelt alsof de straat van mij is en een beetje voor de man met de hond en de hardloper die me vriendelijk groet. Ik ontwijk hem netjes, anderhalve meter ruimte. Het is alsof de bloemen naar mij wuiven, dat de bomen hun takken naar mij toe buigen. Het is alsof de rust mij wil verleiden om maar te vergeten welke zorgen er zijn, in welke tijd we momenteel leven, in de ban van een coronavirus. Het is alsof de vogels me met hun gezang mooie liedjes willen voorhouden en me dwingen af te stappen. Te luisteren met ogen dicht.

Dat doe ik ook. Bijna thuis, op de stoep. Net zoals vroeger, als het meisje in de grote tuin. Mijn hoofd buigen om de wind door de haren te voelen, te voelen langs mijn nek. Dat briesje, die windvlaag, alsof het een onzichtbare arm om mijn schouder is.

De stilte is er, de stilte in mijn straat en voor mijn huis. Ik hoop en bid dat het een stilte voor even is. Dat als ik weer eens naar huis toe fiets, moe van de nachtdienst, ik volop kan genieten van de bloemen, de bomen, de geluiden van de vogels en van de rust om me heen. Gewoon omdat het de rust van een hele normale zondagmorgen is.