Tags

, ,

‘Ik bid voor je leven! zegt mijn schoonmoeder steeds tegen mij’ schrijft een collega op de app. We hebben als verpleegkundigen wat praktische zaken besproken, zoals inzet personeel en over de nieuwe maatregel dat het verpleeghuis echt dicht gaat voor bezoekers als gevolg van het coronavirus. De inzet is groot en iedereen is bereid om de schouders eronder te zetten, maar er wordt ook eerlijk uitgesproken dat men bang is voor wat mogelijk op ons af gaat komen.

Dat raakt als collega’s dat zo aangeven. Het is voorstelbaar, maar het raakt. Wat staat ons allemaal nog te wachten? Krijgen we te maken met besmettingen in het verpleeghuis en welke gevolgen heeft het dan? Zal het ziekteverzuim gaan stijgen? kunnen we als personeel voldoende zorg bieden? Zal ik zelf ziek worden? Zoveel vragen, zoveel zorg, ondanks alle wilskracht die er duidelijk is.

wp-1584709588464.jpg

‘Ik bid voor je leven’ en ik geef maar eerlijk aan dat ik ook bid. Ik bid voor mijn collega’s. Dat we de kracht krijgen om te kunnen werken, of God ons wil beschermen. Ik bid voor de bewoners en de naasten, ik bid voor onze manager en al die anderen die betrokken zijn bij de zorg. Zoals ik bid voor zoveel mensen om mij heen. Voor al die mensen die geraakt worden door dit virus, in gezondheid en in baan. Voor hen die thuis zitten met of zonder kinderen en geen rust vinden voor zichzelf. Voor kinderen die nu geen rust kunnen vinden op school, voor wie het thuis niet veilig is. Voor de mensen dichtbij mij, mensen veraf. Voor de overheid, voor de voorgangers van de kerk. Voor de vluchtelingen in Griekenland of waar dan ook. Ik bid voor hun leven. Ik bid.

Waar de hemel soms gesloten lijkt en God ver weg, kan ik toch schuilen bij Hem. Daar kan ik veilig de nabijheid zoeken en uitspreken waar ik me zorgen om maak. Ik kan vragen om bescherming en kracht, voor anderen, voor mezelf. Daar vind ik rust, hoe het ook gaat. Hoe dichtbij het virus ook komt en wat de gevolgen ook zullen zijn. Ik weet me hoe dan ook veilig bij God!

Neemt niet weg dat er zorg is, dat het je aan kan vliegen, dat het je benauwt wat er allemaal om je heen gebeurt. Dat het je raakt, en dat je dan niet altijd weet wat je nog bidden moet. Dat het gewoon niet lukt om er woorden aan te geven of dat het vertrouwen wankelt of zelfs verdwenen is.

Gebed is bemoedigend. Ik koester de mensen die zo biddend om mij heen staan.

‘Ik bid voor je leven’. Ik wens jou een schoonmoeder zoals mijn collega toe. Of een moeder, vader, zus, broer, vriend(in) of wie dan ook die zo bidt voor jou.