Tags

,

‘Ik zie je wel’ zei ik glimlachend terwijl ik fietsend voor haar uitweek. Ze liep het fietspad op, verdiept in haar mobiel. Ze keek niet op of om en schrok ineens op uit haar gedachten. Ze zag mij en ik week uit. ‘Ik zie je wel’ zei ik geruststellend en toen lachten we allebei.

Gezien worden. Dat er iemand is die je al ziet, terwijl jij in gedachten ergens anders bent. Dat de ander je opmerkt, vaart mindert, uitwijkt, voor je zorgt. ‘Ik zie je wel’  is de stem die je tot rust brengt, als je geschrokken wakker wordt uit je overpeinzingen, je beslommeringen van alledag.

IMG_9178 (2)

‘Ik zie je wel’ is de stem die je wil horen als je het gevoel hebt dat het donker is. Als de zorgen je naar beneden laten staren. Als je zelf niet meer bidden kan, je niet meer weet wat je nog moet vragen. Als de dromen gedroomd zijn en de werkelijkheid als een muur voor je staat. Als de weg van de toekomst je onzeker maakt, als je op zoek bent naar warmte. Een schouder, een luisterend oor. ‘Ik zie je wel’ is de verbondenheid met de ander. De knipoog in de massa van mensen, speciaal voor jou!

‘Ik zie je wel’ ik zou het vaker moeten zeggen, ik zou het vaker moeten doen. Niet alleen aan de toevallige passant, maar ook aan de mensen om me heen. Soms is mijn blik troebel door mijn eigen momenten van tijd en rust, van wat mij bezig houdt. Troebel door tranen, door andere stemmen die me afleiden, woorden, zinnen en klanken.

Soms is het ook de zoektocht om zelf gezien te worden. Of juist niet, dan kijk ik naar de grond en stiekem ook weer niet. Dwars door mijn wimpers zoek ik de hemel af. Waar ik faal, waar ik schroom voel, waar ik tekort schiet, waar ik zoek….daar ziet God.

God ziet jou en mij. Zelfs als wij de moed niet hebben om te kijken, als we in gedachten wandelen door de dagen. Als we juichen en genieten, als we zuchten en als we klagen. Als we denken dat niemand ons ziet, ziet Hij ons wel. Hij ziet de twinkeling en de traan. Hij ziet de zorgen en de ziekte, Hij ziet de rouw. Hij raakt ons aan.

Ik kijk omhoog.

‘Ik zie je wel, zie jij mij ook?’