Tags

, , , ,

Sinds kort draag ik lenzen. Proeflenzen. Dat valt in de categorie: ‘Niet geschikt voor mij!’ Die categorie is bij mij gevuld met onderwerpen als: ‘rijbewijs halen (na 30 lessen wist ik het zeker!), make-up op doen (het kriebelt, mascara zit geleidelijk aan op mijn kin), hardlopen (ik fiets al genoeg, ik heb immers geen rijbewijs), breien (halverwege zit alles in de war) etc.’

niet geschiktIk heb wel een bril. Toen ik ooit rijlessen nam, moest ik wel. Die bril komt alleen tevoorschijn als ik tv kijk. Ik schaam me er namelijk een beetje voor. Dus neem ik voor lief dat ik wazig kijk in de verte. Ik zwaai wel eens terug naar mensen, zonder dat ik zie wie er naar me zwaaien. Ik zwaai ook wel eens naar mensen die, als ze dichterbij komen, totale vreemden voor me blijken te zijn.

Ik ken gelukkig heel veel psalmen en gezangen uit mijn hoofd, zodat ik aardig begrijp wat er op de beamer in de kerk geprojecteerd staat als we zingen. Met alle nieuwe liederen wordt dat lastiger, dan gok ik wel eens een mooi rijmwoord. Dat gaat niet altijd goed en dan kijkt één van mijn kinderen me lachend aan.

Lastig is het wel. Eigenwijs ook. Ik weet het. Dus ben ik toch naar de opticien gegaan. Met een zicht van 40% in de verte was het heel verstandig om een bril te dragen. Of lenzen. Ik koos voor het laatste. Dat moest ik toch kunnen? De stilzwijgende blikken die thuis onderling werden uitgewisseld, spraken boekdelen. Dat moedigde me nog meer aan om het toch te proberen.

psalm 121 (3)

Wat een drama! Die lens er in krijgen was lastig, maar eruit niet minder moeilijk. Dat vergt wat oefening. Toch kon ik zondag in de kerk alles kraakhelder zien op de beamer. Die lenzen werkten prima voor veraf….dichtbij werd een ander verhaal. Ineens werd lezen heel lastig. In de Bijbel zijn de letters heel klein en ik moest hem bijna richten op de nek van de kerkganger die voor me zat, om maar iets te kunnen lezen.

Dag twee van de proeflenzen begon ik te twijfelen of de ene lens wel goed zat. Zat de lens er eigenlijk wel in? Terwijl ik met mijn vinger voelde of ik hem eruit kreeg, zat ik alleen maar mijn eigen netvlies te irriteren. Dus daar was ik dan weer bij de opticien. Hij ging kijken en wist zeker dat ik lens verloren had. Had ik weer! ‘Ik voel hem wel!’ zei ik nog. Opticien ging nogmaals kijken met een kleurstof. Warempel, de lens zat er inderdaad nog en hij haalde hem eruit. Ik blij. Van korte duur, want door de kleurstof was de lens onbruikbaar. Er werden nieuwe proeflenzen besteld.

‘Ik dacht al dat het niets voor jou zou zijn!’ zei manlief lachend. Nee, dat dacht ik ook. Dan toch maar een bril? Poging twee van proeflenzen dragen, ging echter een stuk beter. Weliswaar had ik hoofdpijn en voelde ik me moe na een dag, had ik jeuk van de droge ogen, maar ik heb ze niet verloren.

lenzen (2)

Dapper ging ik vanmorgen weer naar de opticien voor controle. Ook weifelend. Want ja, veraf goed kijken is fijn, maar dichtbij alles kunnen lezen is ook wel prettig. Zeer geduldige opticien controleerde alles. Voor de droge ogen waren er wel andere soorten lenzen (weliswaar duurder) en tja…de sterkte. Ik moest er natuurlijk wel ontspannen doorheen kunnen kijken.

‘Lenzen had ik in de categorie ‘Niet geschikt voor mij’ moeten houden. Ik moet toch kunnen lezen, kunnen schrijven zonder dat ik Chinese tekens voor me zie? Moest ik nou werkelijk kiezen tussen veraf zien of dichtbij? Moest ik dan toch maar voor een bril gaan? Waar maak ik me druk om, brillen zijn hip en leuk en mooi. Waarom zou ik niet gewoon een bril dragen?’

Dat ging allemaal heel snel door mijn hoofd, terwijl opticien mijn ogen met een fel lampje bescheen en ik op zijn aanwijzen naar rechts en links moest kijken (wat ik in één keer goed deed! Ik moet namelijk ook altijd nadenken over wat links en rechts is). Hij hield een paar glaasjes voor mijn ogen, ik moest een tekst lezen. Hij krabbelde wat op een papiertje en mompelde binnensmonds.

‘Links doen we voor veraf, rechts maken we plus zodat je daarmee kan lezen’  doorbrak hij de serene rust in het kamertje. Ik wist niet dat het kon, maar mijn hartje maakte een sprongetje. Veraf kunnen kijken, dichtbij kunnen lezen. Er is nog hoop! Er worden nieuwe proeflenzen besteld, ik mag eerst weer uitproberen.

Mocht je me over een paar weken alsnog met een bril zien lopen, tja dan weet je het meteen: ‘Lenzen zijn niet geschikt voor Lydia.’

Advertenties