Tags

Mijn oma schreef dagboeken vol. Daar had ik veel bewondering voor. Ik had altijd wel het voornemen om dagelijks iets te schrijven, maar dat hield ik niet echt vol. Mijn oma wel! Kasten vol met dagboeken. Niet alleen voor haarzelf. Toen mijn oma overleed kreeg elk kleinkind ook een boekje met wat aantekeningen. Het is maar een klein boekje en het zijn maar een aantal aantekeningen over een aantal jaren. Wel heel persoonlijk en bijzonder.

Bijzonder omdat ze vooral schreef in een periode waarin er heel veel gebeurde in mijn leven en in het gezin waarin ik opgroeide. Als ik er wel eens doorblader, hoor ik in gedachten mijn oma praten, ik ruik haar eau de cologne en voel haar altijd zachte wangen. Ik lees vooral dat ze heel erg betrokken was bij ons leven en dat wat wij meemaakten.

Ze schrijft dat ze aan me denkt als ik op weg ga naar mijn eerste stage in het verpleeghuis, ze schrijft over de kennismaking met Arnold, over onze trouwdag, over hoe trots ze is dat ik in de zorg werk. Maar dat kleine boekwerkje is vooral een afspiegeling van een groot vertrouwen in God en een meeleven in vooral de moeilijke situaties die wij meemaakten. Een boekje vol meeleven, maar vooral van gebed.

Zinnen in sierlijk handschrift vertellen me dat we alle moeiten in Gods Vaderhanden mogen leggen, dat God er is ook als het moeilijk is in je leven en ze drukt me op het hart dat ik altijd op God blijf vertrouwen. Hij geeft steun en kracht.

Één zin treft me altijd. Ze schrijft: ‘Ook dank ik, dat ik nog mag leven om veel voor jullie allemaal te bidden’. Ik zie mijn oma daar zitten in de flat. Zittend in haar rolstoel in de woonkamer bij opa, of draadjesvlees bradend in de keuken. Terwijl de klok tikt en opa op teletekst het nieuws volgt of zich verdiept in de stamboom, gaat zij het rijtje kinderen en kleinkinderen langs en ze bidt voor hen.

Ik hoop dat ik zo’n moeder mag zijn. Wie weet ook later als oma of als hele oude oma. Als de invulling van de dagen anders wordt, misschien wel eenzamer en stiller (al kan ik me daar weinig bij voorstellen). Dat je dan niet klagend achter de geraniums kruipt en de dagen aftelt, maar dat je God kunt danken. Dankend, omdat je nog mag leven, zodat je veel voor de ander kan bidden.

Op de laatste bladzijde schrijft ze dat ze ziek is en niet in staat is om ons gezellig te  schrijven. Ze sluit af met: ‘Jullie liefhebbende biddende oma…’

Wat ben ik dankbaar dat ik zo’n lieve en biddende oma had.

Bladerend door dat boekje denk ik wel: ‘Heb ik haar dat wel genoeg gezegd?’

Advertenties