Tags

, , , ,

Machteloos voel ik me soms. Ik zou willen dat ik meer kon doen voor de ander. We zeggen zo vaak in de kerk dat we ‘elkaars lasten’ dragen, maar ik kan heel veel moeiten en verdriet niet op mijn schouders nemen. Er zijn veel zorgen en problemen, waarbij je een luisterend oor kunt bieden of kan bidden met de ander. Dat zeker. Ziekte, zorgen en moeiten, het blijft iets wat je als naaste vaak niet kunt overnemen. Zelfs niet voor een deeltje. Dat voelt machteloos.

Ik moest denken aan Mozes. Alweer. Mozes die de staf opheft naar God, terwijl het volk Israël vecht tegen de vijand. (Exodus 17:8-16). Als de staf omhoog geheven was, won het volk. Liet Mozes de staf zakken, dan won de tegenstander. Mozes houdt de staf omhoog. De vermoeidheid slaat toe. Dan zijn daar ineens Aaron en Chur. Twee mannen die de taak en last van Mozes niet kunnen overnemen. Ze kunnen het wel lichter voor hem maken. Ze leggen een steen neer, waar Mozes op kan zitten. Wat ik het mooiste vind, is dat ze zijn armen ondersteunen. Daardoor konden Mozes’ armen opgeheven blijven.

Ik vind dat een treffend en sprekend beeld. Een taak of roeping kan jij als persoon op je nemen. Wat is het goed als er dan mensen om je heen zijn en staan, die je ondersteunen in de taak. Ziekte, moeiten, verdriet, mensen om je heen kunnen dat niet altijd van je wegnemen. Ze kunnen wel een schouder voor je zijn. Een schouder waar je op mag leunen, waar jij je hoofd mag neerleggen. Waarbij je mag huilen, mag praten, mag klagen.

Soms voelt het zo machteloos. Ik zou mijn armen breder willen uitstrekken en mijn schouders sterker voor de moeiten van anderen. Dat kan niet. Ik kan wel de ander ondersteunen, zodat de ander kan volhouden. Zodat de ander zich gehoord voelt en begrepen, woorden kan geven aan verdriet diep van binnen. Ik kan wel de handen vouwen, samen met de ander bidden.

Met je aanwezigheid een rustpunt zijn voor de ander. Op adem komen, ruimte om je hart te luchten.

Machteloos voelt het soms. Ik bid voor moed voor al die mensen die zoveel alleen moeten dragen. Ik bid dat we als omgeving daar oog voor hebben. Dat we zonder schroom er willen zijn voor de ander. Zonder vooroordeel, onvoorwaardelijk.

Ik pak je arm. Ik ondersteun je. Nee echt, je hoeft het niet alleen te doen. Wij staan om je heen. Waar we niet de zorgen kunnen overnemen, mag je wel op ons leunen. Blik omhoog, naar God gericht.

Advertenties