Tags

,

‘Doe de brul!’ Nou ja, dat zei Iris nog net niet toen de voordeur openging en er een man haar vragend aankeek. We waren samen aan het collecteren voor een goed doel. Iris wilde wel mee en ze hield de collectebus vast. Omdat de deur nogal abrupt openging noemde ze enkel het goede doel. Niet: ‘Wilt u misschien wat geven aan…’ Nee ze kon enkel het doel uitspreken. Daar kregen we, terwijl we verder liepen, beiden de slappe lach van. Het was een echt ‘Doe de brul’ moment, vonden wij.

IMG_0493

Hoezo?

Nou, afgelopen week keken Iris en Marin naar een film van Shrek. Terwijl Shrek tijdens een feestje niet zo lekker in zijn vel zit en bijna in woede uitbarst, staat er een jongetje voor zijn neus. Met een monotone stem zegt hij: ‘Doe de brul!’ Na elk afwijzend antwoord van Shrek blijft hij die zin herhalen. Dat klonk komisch en we moesten er erg om lachen.

Aan tafel bedachten we ons dat zo’n zin best handig is op momenten dat iemand boos of geïrriteerd is. Tijdens de les of catechisatie en, ja daar kwamen ze ook mee,  als mama chagrijnig is. Ze zagen het wel voor zich dat ik dan meteen moest lachen. Wat niet zo’n vreemde gedachte is, want zo werkt het wel als ik een knipoog krijg van de ander. Of als manlief tijdens mijn stroom aan woorden zegt: ‘Je bent zo lief als je boos bent!’

IMG_0494

Zo galmde deze zin deze week geregeld door ons huis. Beetje pret om niets, maar op veel momenten deze week moest ik daar wel aan denken. Tijdens een serieus overleg, een vergadering of een gesprek. Soms had ik zo’n zin om het gewoon hardop te zeggen. Zelfs vandaag toen internet er weer uitlag en ik de provider maar eens belde. Als ik na een aantal keuzemenu’s verder een menselijk wezen aan de lijn krijg, uiterst behulpzaam uiteraard, maar ik schoot er weinig mee op. ‘Doe de brul’ maar ik bleef beleefd.

Vanmiddag was ik alleen thuis. Stilte om mij heen. Ik lag een beetje te luieren op de bank, dat mag ik van mezelf als ik nachtdienst heb. Ik dacht aan van alles. Aan leuke dingen, dingen die ik nog moest doen. Aan gesprekken met mensen die ik graag had willen voortzetten, stukje twijfel of het allemaal wel goed komt met wat dan ook maar. Dat heb je soms….toch? Ik doezelde niet echt meer, ik was teveel bezig met mijn eigen gedachten. Ik had best zin om te brullen, maar hield me in. Ik moest toch echt proberen om een beetje slaap te krijgen.

Ik nestelde me in mijn hoekje op de bank en warempel ik dutte bijna in. Nog geen vijf minuten later zwaaide de kamerdeur open en de stem van Zahra galmde door de woonkamer: ‘Ha mam, ik ben thuis hoor.’

‘Doe de brul!’

(Nee hoor, bij het zien van haar vrolijke gezicht en het aanhoren van haar verhalen slikte ik mijn brul wel in)