Tags

,

‘Refael komt niet vanavond’ lees ik hardop voor uit de app van het voetbalteam van Marin. ‘Rafaël’ zegt Marin. ‘Oh zijn moeder schrijft toch echt Refael’ zeg ik. ‘Nou’ zegt Marin en ze kijkt er heel eigenwijs bij ‘ iedereen noemt hem Rafaël.’

Het is fijn als mensen je noemen zoals je heet. Marin loopt er zelf ook tegenaan dat mensen haar naam niet goed uitspreken. Of ze leggen de klemtoon niet goed of ze wordt Marit genoemd. ‘Marinnnn’ verbetert ze de ander dan. Hoe meer je de ander leert kennen, hoe meer een naam ook goed uitgesproken wordt. Thuis in je eigen gezin is de uitspraak van een naam vanzelfsprekend. De uitspraak daarvan roept bij niemand vragen op. De namen van mensen die dicht bij je staan, voelen warm en vertrouwd aan.

Door je naam ben je aan te spreken, ben je aan te moedigen, ben je een persoon waar mensen een beeld bij krijgen. Met je naam kan je anderen tegemoet lopen, kijk je de ander in de ogen. Met je naam word je begroet, word je herinnerd.

img_0481

Het is fijn als mensen je naam kennen. Nog mooier, als ze jou kennen. Hoe meer ze jou leren kennen, hoe meer ze je gaan begrijpen. Dan begrijpen ze sneller waarom je op een bepaalde manier reageert, waar je onzekerheid ligt, je sarcasme. Ze leren je humor kennen en de kant waar jezelf maar moeilijk mee om weet te gaan. Hoe veiliger en hoe vertrouwder het is, hoe beter jij jezelf kan zijn. Dan ben je meer dan een naam.

God kent iedereen bij naam. De mensen met grote namen en zij met kleine namen, zelfs de naamlozen. Hij kent iedereen bij naam. Hij kijkt ook verder dan een naam. Waar wij bij namen beelden krijgen, positief of negatief, kijkt God recht in ons hart. Hij begrijpt waarom we soms zo minderwaardig denken, of juist hoog opgeven. Hij ziet ons verdriet, onze blijdschap en vooruitzichten. Hij weet ook dat we namen in ons hart dragen van mensen die we missen, van namen waar we zorgen over hebben, van namen die we uit oog verloren zijn. Hij kent al die namen en verhalen.

Groot is dat hè? Ik kan dat bijna niet beseffen. Hij kent mij gewoon, helemaal! Waar anderen soms struikelen over je naam….Hij nooit!

Als ik ’s avonds ga koken, vraag ik aan Marin om de kipfilet te pakken. ‘Kipfilet’ leest ze hardop voor en ze spreekt het uit zoals je het schrijft. ‘Kipfilet’ zeg ik. Marin kijkt me lachend aan. ‘Zie je wel….net als bij Refael, je zegt het anders dan je schrijft!’