Tags

, ,

‘Je bent te lief om weg te gaan’ zegt Marin heel oprecht. Ze nestelt zich tegen mij aan, een laatste knuffel voor het slapen gaan. Hoewel ze in mijn bed mag liggen, vindt ze het niet leuk dat ik nachtdienst heb. ‘Als je wakker wordt, ben ik er alweer!’ probeer ik haar te troosten. Ze schudt haar hoofd: ‘Nee mama, jij bent te lief om weg te gaan.’

Te lief om te weg te gaan, op zoveel momenten voel ik wat Marin voelt. Oppervlakkig, en andere keren heel diep. Momentopname, maar soms ook definitief. Loslaten en niet weten voor hoe lang. De angst of het niet voor altijd is. Kwetsbaar gevoel, de gedachte in je hoofd dat je wilt vasthouden wat je zo dierbaar is.

Verbonden met de ander, dat voel je in je hart. Dat ruisje, die kriebel, die warme gloed. Herken je dat? Een gevoel dat je niet wilt verliezen, omdat leegte zo leeg is en wie vult het dan? ‘Jij bent te lief om weg te gaan’ op hoeveel momenten zwijg je, maar denk je het wel?

image

 

Een nachtdienst is te overbruggen. Net als een excursie naar Parijs. Vannacht vertrekt Zahra met haar klas. Ze heeft er zin in en wij genieten met haar mee. Ik ga haar niet huilend uitzwaaien, maar ben wel blij als ze weer veilig thuis is. Dus toch wel even slikken. ‘Je bent te lief om weg te gaan…’

Toch ook beseffend dat je door vast te houden, geen ruimte schept. ‘Ga maar genieten en mooie herinneringen opbouwen. Je bent wel te lief om weg te gaan, maar ook te lief om niet te gaan!’

Marin brengt me de volgende ochtend naar bed. Ik krijg een kusje op mijn wang, zij krijgt van mij een knuffel. ‘Wat ben ik blij dat ik weer thuis ben’ zeg ik tegen haar ‘en wat hou ik veel van jou!’

 

 

Advertenties