Tags

, , , ,

Het lijkt me heerlijk om me een weekje terug te trekken in een huisje aan zee. Geen gedoe, geen drukte en geen besef van tijd. Ik alleen met mijn laptop. In een week tijd alleen maar schrijven. Zo nu en dan een wandeling over het strand, de voeten in de zee. Even zitten in het zand, staren naar de horizon. Mooie zinnen geboren laten worden, verhalen vormen in mijn hoofd en toevertrouwen aan papier.

Ik zie mezelf al helemaal zitten, achter mijn laptop. Of als het heel primitief is, met pen en papier. Daar neem ik dan wel genoegen mee. Zittend op de veranda voor mijn idyllische houten huisje. Kop koffie voor me, vers gebakken broodjes (warme bakker aan de andere kant van het duin) belegd met jam, zicht op zee…en dan is het stil.

Zal je altijd zien. Op en top geregeld, vakantiedagen kunnen opnemen, kinderen worden opgevangen als manlief werkt. Ik heb alles mee kunnen krijgen in de trein, het huisje was zelfs prima bereikbaar, de bushalte naast de warme bakker. Ineens is de inspiratie weg. Ik staar naar de golven, ik droom, ik mijmer, maar ik krijg geen goed lopend verhaal op papier. Heb ik weer.

image

Dat was ineens de gedachte die bij me opkwam, terwijl ik het huisje helemaal voor me zag en de zeelucht al rook. Want weet je, verhalen worden geboren in de rust en stilte, maar vooral ook in de drukte. In gesprekken met mensen, met vrienden, collega’s en vaak ook door opmerkingen van mijn eigen kinderen. In de wirwar van mijn dagelijkse agenda, is schrijven voor mij als een blokje om lopen.

Door te schrijven en dat te laten lezen, mag ik ongevraagd kwetsbaar zijn. Heel eng, maar waardevol. Waardevol, omdat de lezer ineens ook zichtbaar wordt. In gesprekken, in geschreven berichten, soms van lezers die ik helemaal niet ken. Blijkbaar krijgen gesprekken een diepere inhoud als je inkijkjes geeft in je hart.

Durf jij dat? Of zijn er teveel schrammen?

Ik ben niet altijd zo moedig. Dat geef ik eerlijk toe. Ik heb vaak gedacht dat het beter was om de luikjes van mijn binnenste te sluiten, ik wilde niet meer gekwetst worden. Ik liep het liefst met mijn blik naar de grond, dan zag ik andere ogen niet. Het leek wel veilig, maar uiteindelijk loop je dan vaak alleen. Valt er niets te zeggen, zelfs niets te schrijven.

Dus ik pak in gedachten mijn koffer maar weer in en ga op weg naar de bushalte. Ik zwaai naar de bakker als dank voor alle vers gebakken broodjes en kijk nog even achterom. Het blijft nou eenmaal wel trekken, zo’n houten huisje aan zee. Al was het maar voor een dag of twee.