Tags

, , , ,

Ik ben een sandwichkind. Middelste kind van drie meiden. Ik keek op tegen mijn zus. Niet alleen was ze een stuk groter in lengte, ook in andere dingen voelde ik me kleiner.  Ik vond het niet altijd leuk dat ik zo hard moest leren voor een mager zesje, waar beide zussen voor mijn gevoel op hun gemak negens haalden. Zus was creatief, vlotte babbel, ze was zoveel meer dan ik. Dacht ik. Ik, onzeker meisje. Piekhaar, stunteltje, zoveel ‘kleiner’ dan de rest.

Trots zijn op de ander, schuurt soms tegen de muren van je hart aan. Dat knagende gevoel dat iets minder of meer is. Stemmetje in je hoofd dat je toefluistert dat je nooit verder groeien zal. Dat je altijd ‘kleiner’ zal zijn.

Als je zo onzeker bent als ik was, je zo klein voelt, sta je voor je gevoel altijd in de schaduw. Soms is dat makkelijk, maar vaak maakte me dat heel verdrietig. Ik wilde niet vergeleken worden met de ander, voldoen aan verwachtingen die ik niet waar kon maken. Ten diepste wilde ik mezelf kunnen zijn.

Ik heb inmiddels wel geleerd om in de spiegel te kijken naar mezelf in plaats van me te spiegelen aan de ander. Ik heb de barstjes gezien, de vegen en de vlekken. Ik heb ontdekt waarin ik mezelf kan zijn, wat de lijnen en patronen zijn die bij mij passen.

Uit de schaduw stappen van anderen, dat deed ik.

Vandaag is het tien jaar geleden dat mijn oudste zus overleed. Ik mis haar. Op sommige momenten had ik haar nog zoveel willen vragen. Ik had zoveel met haar willen delen. Dat verhaal van mijn leven, van mijn gezin en mijn werk. Het verhaal van vergeven, van groeien en geloven en van scheppen van woorden. Zou ze trots zijn geweest?

Ik ben een sandwichkind, middelste van drie zussen. Al is het nu anders, dat wel. Wat zou ik graag nog eens in haar schaduw willen staan. Niet kleiner, niet groter, maar gewoon zoals ik ben!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties