Tags

, ,

Aron speelt deze week met zijn leger. Zorgvuldig en vol geduld zet hij de soldaatjes in een rij. Iets wat een hele klus is in onze huiskamer. Niet alleen omdat de huiskamer klein is en er vloerbedekking ligt, maar ook omdat de rest van het gezin er geregeld langs loopt. Of nog erger, er op staat. Dat doet zeer, merkte Zahra, toen de punt van een geweer prikte in haar voetzool.
IMG_2677

Aron moppert op ons, ik mopper op hem. ‘Kan dat niet boven op je kamer?’ vraag ik, terwijl ik uiteraard weer lomp langs hem heen ben gestapt. De rij ligt plat. Aron moppert ook, maar geduldig begint hij van voor af aan. ‘Het is een herdenking’ geeft hij als antwoord. Ik vang het op, maar het gaat langs me heen.
Totdat ik hem vaker hoor zeggen: ‘Pas nou op, ze herdenken!’
Ineens begrijp ik wat hij aan doen is. Ik voel me wederom lomp, dat ik dat niet eerder in de gaten heb gehad.

Dinsdag 27 januari werd stilgestaan bij de bevrijding van Auschwitz, 70 jaar geleden. Een plek die ik mocht bezoeken, tijdens de werkweek van de HAVO. Wat een indruk maakte dat op mij en de rest van de groep. Die vitrines waarachter zoveel brillen lagen. De stapels met koffers waarop namen met witte letters benoemen wie ze in de hand heeft gehouden. Haren, zoveel haren.

Indrukwekkend vond ik vooral de gaskamer. Het was bizar om daar te zijn, wetende dat zoveel mensen hier de dood vonden. Geschreeuwd, gegild, happend naar lucht, snakkend naar leven. Zij kwamen hier niet levend uit, ik wel. Dat voelde vreemd, onwerkelijk.
birkenau

Als het over de oorlog gaat, over Auschwitz, komt dat onwerkelijke gevoel bij mij naar boven. Hoe kan het dat mensen elkaar dat aandoen? Hoe kan het dat zoveel mensen hebben gezwegen, hun hoofd hebben omgedraaid en doorleefden alsof er niets rampzaligs gebeurde achter het prikkeldraad?

Het is goed dat er wordt stilgestaan bij deze gebeurtenissen. Al was het maar om de vragen te stellen, om de werkelijkheid van toen te vertalen naar het heden. Nog steeds is er zoveel onrecht, gebeuren er rampen in mensenlevens. Nog steeds zijn mensen bang om vermoord te worden, enkel om wie ze zijn.

Wat doe ik?
Wat doe ik als er geen prikkeldraad om mijn eigen leven ligt, maar wel om die ander?
Kan je er wel overheen kijken, omheen lopen, zonder geraakt te worden?

Aron zet zijn soldaatjes in een nette rij. Ik vraag hem wat ze herdenken. ‘Ze herdenken de mensen die door de oorlog in kampen zaten, en die gedood zijn’ vertelt hij. Ze hebben er over gesproken op school, het raakt hem. Het raakt hem en ik liep er lomp aan voorbij. Soms zijn mijn voelsprieten niet zo gevoelig.

Het raakt me dat Aron geraakt is. Het raakt me hoe hij dat zorgvuldig tot uiting brengt. Ik hoop dat het hem mag blijven raken. Niet alleen het verleden, maar ook wat er in het heden aan onrecht gebeurt.

Ik zie zijn leger in de hoek van de kamer staan. Eigenlijk wil ik stofzuigen, maar het zou jammer zijn als een legeronderdeel belandt in de stofzak.
Vandaag mogen ze nog herdenken.
Morgen ook, maar dan op zijn eigen kamer!