Tags

,

Het waait en het regent. Fietstassen vol met boodschappen, we eten vanavond boerenkool. Dat heb ik in een opwelling bedacht.
Tegenwind laat mijn stuur zwenken, ik kom amper vooruit. Auto’s rijden af en aan, het fietspad is bijna leeg.

Het waait, is het storm?
Geen zachte streling langs mijn wangen, geen duwtje in mijn rug.
Voeten op de trappers, fietsen maar.
IMG_2660 (2)

Deze week kwam ik veel tegenwind tegen. Ook veel wind mee, trouwens.
Het kwam zomaar op mijn weg. Een vraag: ‘hoe gaat het?’ bracht vleugjes teweeg. Een kort gesprek, moment van delen.
De telefoon ging, even bijkletsen. Gevoel en ervaring door de hoorn van de telefoon. Op afstand, maar het voelde dichtbij. Luchtte het op?
Een app vol verdriet en spanning, het tochtte langs mijn hart.
Beelden op tv, orkaan van wanhoop.

Tassen vol gesprekken en momenten. Ze komen soms zomaar op je af.
Wat zou ik graag een duwtje in de rug willen zijn. De wind die je wangen beroert en je laat lachen. Op z’n minst hoop geven. Dat gevoel geven van kracht, van moed om door te gaan. Ik wil je zo graag laten zien, dat je wel vooruit komt. Zelf als dat niet zo voelt.
Ik wil de regen uit je haren strijken, ik wil je schouder zijn.

De wind die zomaar van alles laat aanwaaien. Ik vang het met mijn handen en ik staar er machteloos naar. Vol verwondering ook, zelfs dat. Waarom waait het in mijn handen? Zijn mijn handen al niet genoeg tot vuisten gebald geweest?

Waar handen ontspannen, ontstaat er ruimte. Ruimte om te ontvangen, maar ook om los te laten. Dat wat ik ontvang, door de wind meegevoerd, mag ik omhoog laten zweven. Woorden geven aan gevoelens die mij zijn toevertrouwd. Als je krachtig door moet trappen, vormen die woorden zich als vanzelf.
Fluistering, maar Hij hoort mij wel!

Vandaag waait het. Laat maar waaien.
Mijn fietstassen zijn leeg