Tags

, , ,

‘Dat kan ik alleen met jou meemaken!’ zeggen mijn vriendin en ik vaak tegen elkaar. Absurde voorvallen, grappige dingen, die op onverwachtse momenten plaatsvinden. Het overkomt ons, zomaar!

Vanmiddag troffen we elkaar weer in Deventer. We hadden eindelijk de afspraak kunnen vastleggen. Lopend door het centrum van Deventer, kletsend over van alles en nog wat. Zin in koffie, maar het toch uitstellen omdat de gezellige winkels ons lokken. Kijken, kijken, maar niet kopen. Het werd al wat donker, de winkels maakten zich klaar om te sluiten. Voor ons doemt ineens de Grote of Lebuïnuskerk op. Achter de ramen zien we het schijnsel van kleine lichtjes en het nodigt ons uit om de kerk te bekijken. Elke deur lijkt echter gesloten.
We lopen samen verder.

Net voorbij de kerk passeert een man ons. Gekleed in een rode lange jas. Hij valt meteen op en spontaan zeg ik: ‘Wat ziet u er mooi uit!’ De man blijft lachend staan. We kijken in twee twinkelende ogen die schuil gaan achter een bril met aan elke kant halve glazen. Boven aan de bril is een klein achteruitspiegeltje bevestigd. Zijn schoenen zijn kleurrijk beschilderd, de knopen aan zijn jas lijken op groene slakken.
‘Weet u of de kerk ook open is?’ vraag ik aan deze opvallende man ‘we willen hem graag bekijken.’
‘De kerk is dicht, er oefent nu een koor. Ik weet wel een trucje om binnen te komen.’ zegt hij lachend.
Wij zien een geheime deur voor ons of een poging om ons onopvallend tussen de koorleden te laten voegen. Dat het om een geit zou gaan, dat konden we beiden niet bedenken.

‘Ik heb een geit thuis en wat ganzen, die ga ik halen voor de kerststal in de kerk. Geen echte hoor! Als jullie helpen dragen…kom je in de kerk.’ Zonder overleg lopen we met deze vrolijke meneer mee. We stoppen bij een gebouw dat aandoet als een ontmoetingscentrum of een atelier. Beschilderde ramen, wijze spreuken aan de muur. We lopen, ietwat giebelend mee, op weg naar de geit.
Binnengekomen horen we echter dat dit zijn huis is. We komen in een ruimte met stoelen en tafels, een bar en banken. Alles kleurrijk en met heel veel attributen. Kleurrijk en vreemd.
Een lamp waar een been uit komt. Een biljarttafel met kerstballen als ballen. Een etalagepop zittend op een bank.

Ik leer mijn kinderen om nooit met vreemde mensen mee te gaan, hier sta ik dan in een bizar aandoend huis. Ik heb de indruk dat de deuren zo dicht kunnen vallen, een piano spontaan een luguber muziekstuk gaat afspelen en de etalagepop gaat dansen met wie dan ook. Hoe kan het dat ik zomaar meeloop? Is dat omdat we samen zijn, mijn vriendin en ik?

Daar is dan de geit. Hij draagt de ganzen en wij samen de geit, zijwaarts vastgehouden. Vooral niet aan zijn poten, dan breken ze af. Het is waarschijnlijk een grappige vertoning. Een man in rood gewaad met een stel ganzen in zijn armen en twee dames die samen een geit meeslepen. Dat allemaal om de kerk te kunnen bezichtigen.
geit deventer (2)

In de kerk wordt de geit neergezet. Meneer is blij dat we hem geholpen hebben. We lopen samen door de kerk, bewonderen de ruimte en de stilte. Als dank krijgen we van de koster een kop koffie en een kushand van meneer. Wij hebben onze koffie, een verhaal om mee thuis te komen. Een verhaal dat altijd eindigt met: ‘Dat hebben wij weer, dat maak ik alleen maar mee met jou!!’

Thuis vertel ik mijn verhaal.
Zahra zucht. ‘Mama, je loopt toch niet zomaar met vreemde mannen mee?’

Advertenties