Tags

,

Klein meisje in een reiswieg. Oranje deken, dat was hip in die tijd. Ik zie je amper liggen, klein hoopje mens. Zwarte haartjes, rode blos op je wangen. Van ver gekomen, zo ver van ons vandaan. Zo onvoorstelbaar anders, in cultuur, klimaat en vooral in veiligheid.

Jij bent hier, hier is je thuis. Als ze je vragen wie je bent, voel je de volgende vraag al komen. Eigenwijs als je bent, zeg je altijd: ‘Nederland.’ Je vaderland vanaf dat je hier bent en dat was al heel vroeg. Borstvoeding werd na één dag al voeding uit de fles. Aan de lopende band, want naast jouw kinderbedje, waren er nog zoveel meer. Huilende kinderen, schreeuw om aandacht en geborgenheid.

Zoals zoveel anderen , van ver gekomen.
Je stond er niet te vaak bij stil.

Totdat je zelf moeder werd. Nieuw leven in je buik. Schoppende voetjes, heel dichtbij. Tot het moment dat jij je eigen kind kon wiegen en je zag: ‘Hij lijkt op mij!’.

Zou ze jou vergeten zijn? Jouw voeten tegen haar buikwand. Jouw leven onder haar hart, zo dichtbij. Heeft ze je gezien, je zoekende mondje naar haar tepels? Heeft ze je gestreeld, je dicht bij zich gehouden, een laatste kus, een laatste streling? Of zit je alleen maar in haar hoofd, ben je een geheim dat schuilt in haar hart?

Jij bent moeder van een mooi gezin. Jouw trekken, jouw karakter zie ik terug bij hen. Ze hebben je mooie donkere ogen, je donkere haar. Je koestert ze, zoals een moeder dat doet. Gehecht aan je kinderen, daar waar je zelf de scheuren voelt. Dat blijft, hoeveel grond er ook onder je voeten is.
Wat ben ik trots op jou en je gezin.

Hoe kan een moeder jou vergeten?

Advertenties