Tags

, ,

Marin zit achterop de fiets. Ik ploeter tegen de wind in om vooruit te komen. Ineens schalt het schelle stemmetje van mijn dochter over straat: ‘Mama, wind geeft adem!’.
Verbazing bij mij, en lichte trots, over deze poëtische zin uit de mond van mijn vijfjarige meisje. Uitleg geeft ze me echter niet, voor haar is het één en al logica. ‘Wind geeft adem’ herhaalt ze en daar kan ik het mee doen.

Deze woorden van haar bleven nazingen bij mij en ik bladerde vandaag met die woorden in mijn hoofd door de Bijbel. Adem en wind doen me denken aan de Heilige geest. De wind die waait met het eerste Pinksterfeest, uitstorting van de geest.

Ik stuitte ook op de tekst in Job 33:4. Daar staat:
‘ De geest van God heeft mij gemaakt, de adem van de Ontzagwekkende doet mij leven.’

Het paste zo mooi bij de uitspraak van mijn dochter. De geest van God, die verbonden is bij de Schepping. Gods adem die leven inblaast. Gods adem die als een windvlaag aanwezig is, daardoor ons doet leven. Inderdaad, wind geeft adem.
Hoe meer ik deze tekst lees en herlees, hoe mooier ik hem vind.

Gods geest geeft adem aan ons bestaan. Als we wind mee hebben, maar ook als we tegenwind ervaren. Zijn geest ademt troost en kracht uit. Hij geeft je de moed om omhoog te kijken, ook als jij je schaamt of als het vertrouwen ontbreekt. Met zijn adem in je leven, komt Hij heel dichtbij. Zijn adem als de wind, soms zachtjes, soms krachtig.
Omhullende liefde.

‘Wind geeft adem’ ze zei het zomaar, spontaan achterop mijn fiets.
Een mooie zin uit de mond van mijn dochter.
Iets om over na te denken.
Met je hoofd in de wind!