Tags

, ,

Om tien uur ’s avonds eieren bakken omdat je zoveel trek hebt. Dat krijg je als je om kwart voor zes op het station in Groningen staat en om kwart voor tien in Hengelo arriveert.

Eerst reed de trein naar Assen niet. Via Haren en Vries, wat op zich een mooi ritje was, in een overvolle bus richting Assen. Een uur verder zat ik eindelijk in de trein naar Zwolle. Opgelucht adem gehaald, dikke boek (‘Het zevende kind’ van Erik Valeur) uit de tas gepakt en in mijn hoekje bij het raam al lezend op weg zijn.
Genoeg tijd om over te stappen in Zwolle, waar helaas meegedeeld wordt dat de trein niet verder rijdt dan Wierden.
Zucht.
Dus via Zutphen.

Ik ben weer thuis.
Brood met eieren is inmiddels op.

Toch was het wel een bijzondere dag.
Vandaag was de begrafenis van de oma van mijn vriendin. Bijna 103 jaar oud. Moeder, grootmoeder, overgrootmoeder en zelfs over-overgrootmoeder. Wat heeft ze allemaal meegemaakt? Ontwikkelingen in de wereld, twee wereldoorlogen…wat een leven heeft zij achter de rug.

Het was fijn om bij de dienst en de begrafenis aanwezig te zijn. Te horen over haar leven, bijna 103 jaar. ‘Een klein getal vergeleken met de eeuwigheid’, werd er vandaag nog gezegd. Wat een voorbeeld was ze voor al die generaties in haar familie. Zij bleef altijd kijken naar God, in alle omstandigheden van haar leven. ‘Laten we maar dankbaar zijn’ zei ze vaak (maar dan in het Gronings).
Soms breken zulke zinnen moeilijke gesprekken af, maar soms relativeert dat ook heel veel.

Turend uit het raam in de trein, moest ik daar aan denken. Terwijl ik eigenlijk baalde van de vertraging.
Ik kwam weer veilig thuis, manlief haalde me op van het station, zoon knuffelde me bij thuiskomst, jongste dochter die als een klein hoopje mens lag te slapen in haar bed.
Daar werd ik warm van. Ik heb zoveel redenen om dankbaar te zijn.

Via een omweg, via vertraging, word ik daar vandaag weer bij bepaald.

Advertenties