Tags

, ,

‘Ik weet nooit waar ik aan moet denken als we twee minuten stil moeten zijn’ zegt Zahra van 11. Dit naar aanleiding van het spotje op tv over 4 en 5 mei. ‘Ik ken helemaal geen verhalen van mensen die de oorlog hebben meegemaakt’.
Dat is ineens een vreemde gewaarwording voor mij. Mijn kinderen groeien inderdaad op in een wereld waar amper ouderen zijn die iets over de Tweede Wereldoorlog kunnen vertellen.

Ik hoorde de verhalen van mijn grootouders.
Mijn ene opa en oma vertelden er graag over. Mijn oma legde uit hoe ze aan eten kwam en ze had altijd een recept over bloedplasma dat ze smeuïg wist te vertellen. Je hoorde in haar stem dat ze trots was op haar eigen creativiteit. Wij als kleinkinderen gruwden er van als we dit aanhoorden, terwijl we achter ons bord met boontjes en draadjesvlees zaten. We hoorden hoe ze hout ging hakken in het bos en het hout verborg onder een deken in de kinderwagen. Over opa die een dag vastzat en een bordje stamppot kreeg en toch weer vrij kwam. Ik luisterde er graag naar.
Mijn andere opa en oma woonden in die periode in Amsterdam. Zij hadden het allemaal heel anders meegemaakt en ze spraken er niet graag over. Dat voelde je als kind wel aan. Wat ik te horen kreeg was dat ze bloembollen hebben gegeten, maar daar bleef het ongeveer wel bij.

Als kind las ik boeken over de oorlog. Over de Jodenvervolging, de concentratiekampen, over Anne Frank. De Tweede Wereldoorlog was ver weg, maar door die boeken en door de verhalen van mijn grootouders toch iets wat dichterbij kwam.

Tijdens de dodenherdenking herdenken we allen die zijn omgekomen of vermoord sinds de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties of bij vredesoperaties.
Ik vind het goed dat we stilstaan bij de slachtoffers. Slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, van de oorlog in Irak, Afghanistan of waar dan ook. Door de ogen van Zahra gezien begrijp ik wel dat ze niet weet waar en vooral aan wie ze moet denken. Dit staat zo ver weg van haar.

‘Waar denk jij dan aan in die twee minuten?’ vraagt ze mij. Daar moet ik over nadenken. ‘Waar zou koning Willem-Alexander aan denken?’ flap ik er uit. Het is geen antwoord op haar vraag, we fantaseren er samen wel over.

Het zijn de verhalen in boeken en media, de films en documentaires die vertellen over het verleden. Die het plaatje vormen bij wat geschiedenis is. Daar word ik door getroffen, dat raakt me en daar zijn mijn gedachten bij.
Mijn gedachten zijn bij de verhalen die ik onder andere van mijn grootouders heb meegekregen. Ik had ze veel meer moeten vragen, besef ik nu.

De conclusie van ons gesprek is dat we het beiden niet goed weten. Je staat stil bij het oorlogsverleden, bij de slachtoffers en de gebeurtenissen. Bij de verschrikkingen, de drama’s in een mensenleven. Als je daar maar moeilijk een beeld bij kan vormen is gewoon stil zijn misschien wel voldoende. Al was het maar voor de ander die er wel een duidelijk beeld en gevoel bij heeft. Die daadwerkelijk van nabij familie en vrienden heeft verloren door oorlog.

Zondag is het 4 mei, we zijn twee minuten stil.
Waar denk ik aan?