Tags

‘Waarom zinken boten niet?’ Het overvalt me ineens. ‘Waarom zinkt een steen? Waarom kan ik niet drijven en een boot wel?’ De vraag hecht zich vast in mijn hoofd en ik blijf er steeds op kauwen. Herkauwer die ik nu eenmaal ben.
Totdat ik het uiteindelijk hardop uitspreek. Manlief legt het me geduldig uit. Ik begrijp het voor een deel. ‘Logisch toch!’ zegt Zahra, die ook nog op is en gehuld met deken op de bank ligt.

Vragen, heel veel vragen. Ik heb altijd van die rare vragen in mijn hoofd.

Zie ik dezelfde kleuren als jj? Misschien is mijn gras groen en zie jij het voor groen aan, maar is jouw graskleur wat voor mij blauw zou zijn. Volg je het nog?
Kunnen de melodieën op zijn? Kan er een moment aanbreken dat alle akkoorden in een bepaalde volgorde en ritme gespeeld zijn, dat er niets nieuws meer bedacht kan worden?
Kan het zo zijn dat er iemand in Nieuw-Guinea met begeleiding van een trommel een deuntje zingt die hetzelfde is als een lied van Marco Borsato?

Waarom wordt Simson op plaatjes altijd afgebeeld als een grote man met spierballen? Waarom zou je je dan nog afvragen waar zijn kracht vandaan komt. Zou Simson niet een iel of in ieder geval een doorsnee man kunnen zijn?

Vragen, vragen, vragen. Ik stelde ze vroeger al.
‘Als je met één been in het graf staat, komt dat been dan wel in de hemel?’
‘Zijn droogbloemen ook door God gemaakt?’.

Soms word ik moe van mezelf.
Soms is het heerlijk om te mijmeren.
Als ik het verklap aan anderen, zie ik verbaasde gezichten. Meewarig is eigenlijk een beter woord. Sommigen gaan hun best doen om uitleg te geven, anderen zijn de draad van mijn verhaal na één zin al kwijt.

Sommige vragen moet je gewoon maar vragen laten zijn. Zolang ze niet te diepzinnig zijn en op zijn minst tot nutteloos bestempeld kunnen worden.
Dan heb ik iets om over na te denken, iets om op te kauwen.