Tags

, , ,

2014 plantjes 002

Er pronken vier kleurrijke potjes in onze vensterbank. Voor ieder kind één potje, waar ze zelf iets in hebben gezaaid. Waar ze zelf ook voor zorgen. Terwijl ik voor opruimen, tassen uitpakken, sokken in de was gooien en opstaan uit bed, meerdere keren de opdracht moet herhalen, is dat bij deze plantjes niet het geval. Elke morgen als de gordijnen opengaan staan vier kinderen vol verwachting toe te kijken hoe het gaat met het groen dat naar boven komt. Het óh’ en ‘ah’ galmt door de kamer.
Verbazing dat er zoveel gegroeid is, wat gisteren nog niet zichtbaar was.

Ik geniet met ze mee. Ik voel dezelfde verbazing, verwondering en ongeduld. Hoe kan het toch dat iets groeit, terwijl je het niet ziet? Dat groene stengels zich herhaaldelijk buigen naar de zon, terwijl je het potje voor je gevoel nog maar kortgeleden gedraaid hebt. Om scheefgroei te voorkomen.
Hoe wonderlijk is het dat zaadjes, die soms al meer dan een jaar in mijn laatje wachten, nu uitkomen in de vochtige grond. Iets wat dood, droog en nutteloos lijkt, komt boven en lokt verwondering uit.

Het doet me denken aan Pasen.
Natuurlijk vind ik Pasen een mooi feest om met elkaar te vieren. Er worden activiteiten door onze kerk georganiseerd om met elkaar toe te leven naar Goede Vrijdag, naar Pasen. Ik vind het moeilijk om daar aan mee te doen. Pasen raakt gevoelige snaren bij mij. Dat vind ik lastig om te delen met de ander, dat voelt kwetsbaar.
Stilstaan bij het lijden van de Here Jezus, Zijn volledig verlaten zijn door God en mensen. Christus aan het kruis gespijkerd, voor jou, voor mij.
Daar word ik stil van.

Pasen is óók bevrijding. Is verder kijken dan de dood. Hij is opgestaan!
Wat dood is, komt tot leven, bloeit volop. Hij leeft, wij mogen leven. Dat is de kinderlijke blijdschap die je elke dag mag verwonderen.
Daar waar het dor en droog lijkt, wil Jezus ons laten groeien.
Daar waar we scheefgroeien, geeft Hij de richting aan.

Ik bedacht me dit, bij het zien van die vier potjes in de vensterbank. Toen ik zag hoe ieder kind op zijn eigen manier zorgzaam zijn plantjes wil verzorgen. Kleine vingers die voelen aan de aarde of ze water nodig hebben. Toen ik zag hoe ieder plantje groeit op zijn eigen manier en eigen tempo.

Soms voel ik me klein in mijn geloof. Soms zit tijd en gevoel me in de weg, of zoveel andere dingen waar ik vaak geen woorden voor kan vinden.
Ik mag groeien op mijn eigen manier. Een viooltje groeit niet zoals bieslook, vergeet-me-nietjes zijn geen paprika’s.
Er is wel dezelfde ‘Tuinman’ die mij steeds weer wijst naar het leven, naar de zon.
Naar God.

Ik verwonder me over zoveel zorg en liefde.
Dat raakt me.
Jou ook?

Advertenties